How can we help?

WIP-richtlijn veilig werken bij kraamzorg en partusassistentie

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

2. Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • 2.1.1 Beschermende maatregelen bij partusassistentie worden getroffen in overleg met degene die de bevalling leidt.
  • 2.2.1 Handschoenen worden gedragen wanneer de handen in contact komen of kunnen komen met bloed, lichaamsvochten, excreta, slijmvliezen, niet-intacte huid, of materialen die hiermee in aanraking zijn geweest.
  • 2.2.2 Niet steriele handschoenen worden gedragen bij inspectie van het perineum.
  • 2.2.3 Er worden niet steriele handschoenen gedragen bij wassen van de kraamvrouw en de neonaat direct na de bevalling.
  • 2.2.4 Er worden niet steriele handschoenen gedragen bij onderzoeken, wegen en verpakken van de placenta.
  • 2.2.5 Er worden niet steriele handschoenen gedragen bij opruimen van bij de partus gebruikt instrumentarium en wasgoed.
  • 2.2.5 Er worden niet steriele handschoenen gedragen bij reinigen en desinfecteren van met bloed en/of vruchtwater verontreinigde oppervlakken.
  • 2.3.1 Er wordt een niet-vochtdoorlatend schort gedragen bij het assisteren bij de bevalling, omdat de kleding met bloed en/of vruchtwater verontreinigd kan raken.
  • 2.4.1 Er bestaat risico op het spatten van bloed en vruchtwater bij het actief breken van de vliezen, er wordt een beschermende bril/ mondneusmasker gedragen.

3. Assistentie bij bevalling

  • 3.1 Vóór het assisteren van verloskundige of huisarts wast men de handen of wrijft ze in met handalcohol.
  • 3.2 Tijdens het assisteren worden, bij het uitdrijven, niet-steriele handschoenen gedragen.
  • 3.3 Wanneer men last heeft van herpes labialis-blaasjes, wordt een chirurgisch mondneusmasker gedragen en wordt extra aandacht gegeven aan goede handhygiëne.
  • 3.4 Het gebied waar bloed en/of vruchtwater terecht kan komen wordt afgedekt met een celstofmatje of ander vochtabsorberend, niet-doorlaatbaar materiaal.
  • 3.5 Wanneer bloed en/of vruchtwater wordt gemorst op het ledikant of op de vloer, wordt dit verwijderd, waarna de verontreinigde plek huishoudelijk wordt gereinigd. Hierbij worden handschoenen gedragen.
  • 3.6 Na de bevalling wordt de baby in een droge doek aangepakt; hierbij draagt men handschoenen.
  • 3.7 Vóór het baden van de baby wordt het bloed met een washandje verwijderd. Bij het eerste bad van de pasgeborene wordt door de verzorgende handschoenen gedragen.

4.1 Controle kraamzuivering

  • 4.1.1 Voor en na de controle van de kraamzuivering worden de handen gewassen of ingewreven met handalcohol.
  • 4.1.2 Voor en na de controle van de kraamzuivering worden er niet-steriele handschoenen gedragen.
  • 4.1.3 Bij het wegnemen van het maandverband wordt gebruik gemaakt van een plastic zakje. Dit plastic zakje wordt over het verband heen getrokken en vervolgens wordt het geheel in de vuilnisemmer gedaan.

4.2 Verzorging van de kraamvrouw

  • 4.2.1 Wanneer de kraamvrouw niet onder de douche gaat maar op bed moet worden gewassen, wordt voor het onderlichaam gebruik gemaakt van een schoon washandje met schoon water of wordt het onderlichaam gedept met in schoon water gedrenkte watten. De wasbeweging wordt van voren naar achteren uitgevoerd, om te voorkomen dat bacteriën uit de anaalstreek de wond besmetten.
  • 4.2.2 Na po- of toiletgebruik, wanneer dit op bed moet geschieden, wordt de vulva met vers lauw water afgespoeld. Vervolgens wordt de perineumwond goed gedroogd door middel van deppen.
  • 4.2.3 Bij het wassen van de kraamvrouw wordt eerst het gezicht gewassen, vervolgens de borsten, pas daarna de rest van het lichaam.
  • 4.2.4 Eén tot twee maal per dag worden de borsten gewassen met water, zonder zeep.
  • 4.2.5 Borsten en tepels worden goed afgedroogd, met name het gebied onder de borsten (dit ter voorkoming van smetten).

4.3 Temperatuur meten

  • 4.3.1 De thermometer wordt schoongemaakt met water en zeep.
  • 4.3.2 Er wordt een thermometer met een disposable plastic hoesje gebruikt.

5.1 Baden pasgeborene

  • 5.1.1 De baby wordt in schoon water, zonder zeep, gewassen.
  • 5.1.2 Ontstoken oogjes worden enkele malen per dag schoongemaakt met behulp van deppertjes en een kopje vers water uit een goed stromende kraan.
  • 5.1.3 Bij een vochtig en stinkend navelstompje wordt één tot twee maal per dag een gaasje met alcohol om de stomp gedraaid. De huid rondom het naveltje wordt beschermd door voor de alcohol er vette zalf op aan te brengen.

5.2 Luier verschonen

  • 5.2.1 Bij de luierverschoning wordt geïnspecteerd hoe de huid van de baby er uit ziet. Als de huid rood is en dus geïrriteerd, wordt er babyzalf op gesmeerd.
  • 5.2.2 De babyzalf die gebruikt wordt is een combinatie van zinkzalf en vaseline.
  • 5.2.3 De huid wordt bij het verschonen van de luier gewassen of gedept met een washandje met schoon water, of met een geïmpregneerd schoonmaakdoekje. Vervolgens wordt de huid goed droog gedept of even aan de lucht gedroogd.

5.3 Temperatuur meten

  • 5.3.1 De thermometer wordt schoongemaakt met water en zeep.
  • 5.3.2 Er wordt een thermometer met een disposable plastic hoesje gebruikt.

6.1 Borstvoeding

  • 6.1.1 De kraamvrouw wast de handen, voordat zij borstvoeding geeft.
  • 6.1.2 Wanneer zalf wordt gebruikt, worden de borsten voor het geven van de voeding gewassen.
  • 6.1.3 Na de voeding worden de tepels goed aan de lucht gedroogd.

6.2 Flesvoeding

  • 6.2.1 Voor het klaarmaken van de flesvoeding worden eerst de handen gewassen of ingewreven met handalcohol.
  • 6.2.2 De fles en de speen worden na iedere voeding gespoeld met koud water.
  • 6.2.3 De fles en speen worden gereinigd in heet water met een afwasmiddel.
  • 6.2.4 Er wordt van een speciale droge borstel gebruik gemaakt om de binnenkant goed te reinigen.
  • 6.2.5 Na het reinigen worden fles en speen met stromend water goed doorgespoeld, om alle resten afwasmiddel te verwijderen.
  • 6.2.6 De eerste drie maanden worden de flessen dagelijks drie minuten lang uitgekookt (en de speen één minuut), daarna minstens drie keer per week.
  • 6.2.7 Blik- of pak-voeding wordt droog bewaard, tot de uiterste houdbaarheidsdatum.
  • 6.2.8 Poeder, opgelost in gekookt water wordt, geproportioneerd en afgedekt, maximaal 24 uur in de koelkast bewaard.