How can we help?

WIP-richtlijn Reiniging & Desinfectie: Ruimten (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

3. Reinigen

  • Door de schoonmaakmedewerkers worden, ter bescherming van zichzelf, handschoenen
    gedragen bij het gebruik van chemische desinfectiemiddelen en bij het schoonmaken van
    sanitaire ruimten.
  • Voor alle methoden van reiniging wordt gebruik gemaakt van wegwerpmaterialen.
  • De keuze voor nat of droog reinigen is afhankelijk van de aard van de vervuiling en de ruimte.

3.1 Droog reinigen

  • Stofwissen vindt dagelijks plaats en uitwrijven/bij- of spotsprayen, afhankelijk van de vervuiling, wekelijks.

3.1.1 Stofzuigen

  • De stofzuiger is voorzien van een adequaat stoffilter, dat volgens voorschrift van de fabrikant wordt vervangen.
  • De stofzuiger wordt niet gebruikt op high risk-afdelingen, zoals Neonatologie en Intensive care.

3.1.2 Centraal stofzuigsysteem

  • Indien in patiëntenkamers of in andere ruimten waar patiënten komen tapijt of andere zachte vaste vloerbedekking is aangebracht wordt voor het schoonhouden van deze vloerbedekking gebruik gemaakt van stofzuigers die zijn aangesloten op een centraal stofzuigsysteem.

3.2 Nat reinigen

  • Voor het nat reinigen van vloeren wordt het zogenaamde twee-emmersysteem toegepast.
  • Nat reinigen van grote oppervlakken wordt altijd voorafgegaan door stofwissen.
  • Meubilair en voorwerpen, bijvoorbeeld prullenbakken, worden met (wegwerp) sopdoeken met zeep- of synthetisch reinigingsmiddel gereinigd.
  • Het sopwater wordt bij zichtbare vervuiling vervangen.

3.2.1 Sanitair reiniging

  • Er worden voor “schoon” en “vuil” sanitair aparte emmers en aparte (wegwerp) doeken gebruikt.

3.3 Microvezeldoekjes

  • Microvezeldoekjes worden na gebruik (verzadiging met vuil) gewassen.
  • Bij het wassen van microvezeldoekjes wordt geen wasverzachter gebruikt.

4.1 Wanneer is desinfectie noodzakelijk

  • Wanneer aan oppervlakken, meubilair of voorwerpen verontreiniging met bloed of andere lichaamsvochten wordt opgemerkt, wordt de verontreinigde plek met wegwerpschoonmaakmateriaal gereinigd.
  • Bij het reinigen van oppervlakken, meubilair of voorwerpen verontreinigd met bloed of andere lichaamsvochten wordt vocht eventueel eerst opgenomen met behulp van een tissue en hierbij worden handschoenen gedragen.
  • Na reiniging wordt de gereinigde plek gedesinfecteerd met chloor 1000 ppm of alcohol 70% en/of hierbij wordt gelet op de inwerktijd en de concentratie van het desinfectans.

4.2 Desinfecteren

  • De reeds gereinigde oppervlakken en voorwerpen worden zodanig behandeld met een desinfecterende chlooroplossing, dat alle oppervlakken en voorwerpen tenminste 5 minuten vochtig blijven.

6.1 Borstels

  • Indien borstels noodzakelijk zijn, wordt gebruik gemaakt van kunststof borstels, omdat houten borstels niet voldoende te reinigen zijn.
  • Toiletborstels worden toiletgebonden gebruikt.
  • Wanneer een toiletborstel zichtbaar is verontreinigd, wordt deze gereinigd en vervolgens droog bewaard.

6.2 Eenschijfsmachine

  • De pads worden dagelijks na gebruik machinaal gewassen.
  • De eenschijfsmachine (inclusief snoer) wordt wekelijks gereinigd.

6.3 Emmers

  • Emmers worden na gebruik schoongemaakt, schoongespoeld, gedroogd en vervolgens droog opgeborgen.
  • Wanneer een emmer gebruikt is voor de reiniging van iets dat mogelijk besmet is geweest met bloed of andere lichaamsvochten, wordt de emmer na het schoonmaken gedurende minstens 5 minuten gedesinfecteerd met behulp van een desinfectiemiddel op basis van chloor 1000 ppm, gespoeld, gedroogd en droog opgeborgen.

6.4 Materiaalwagen

  • De materiaalwagen wordt wekelijks gereinigd.
  • Het stofwisapparaat wordt dagelijks gereinigd.

6.5 Moppen

  • De mopsteel wordt dagelijks gereinigd en vervolgens gedroogd.
  • Er worden wegwerpmoppen gebruikt of de moppen worden na elke werkdag in de wasserij thermisch gedesinfecteerd.

6.6 Reinigingsmiddelen

  • De aangemaakte verdunningen van reinigingsmiddelen worden dagelijks meerdere malen ververst.

6.7 Desinfectiemiddelen

  • Chlooroplossingen worden pas vlak voor gebruik aangemaakt met koud water, omdat bij blootstelling aan de lucht de concentratie actief chloor en hiermee de desinfecterende werking, snel terugloopt.
  • Bij hoge organische verontreiniging van de oplossing wordt deze vervangen.

6.8 Schrobautomaat/zuigmachine

  • De schrobautomaat/zuigmachine wordt na gebruik gereinigd en zo goed mogelijk gedroogd.
  • Van de zuigmachine worden de schoon- en vuilwatertank na gebruik geleegd en doorgespoeld met schoon water.
  • Er blijft geen water in de tank staan.
  • De borstels van de schrobautomaat worden na gebruik afgespoeld met schoon water, gedroogd en droog opgeborgen.

6.9 Sopdoeken

  • Er worden wegwerpsopdoeken gebruikt, of her te gebruiken sopdoeken die thermisch (in wasmachine) dienen te worden gedesinfecteerd.
  • Afhankelijk van de werkzaamheden worden wegwerpsopdoeken direct na gebruik of na uiterlijk vierentwintig uur vervangen.

6.10 Sponsen

  • Sponsen worden in een ziekenhuis alleen voor het wassen van de ramen gebruikt, omdat in een spons altijd vocht en grote aantallen micro-organismen achterblijven.

6.11 Stofzuigers

  • Er wordt op toegezien dat de opvangzak van de stofzuiger niet te vol raakt.
  • Filters worden vervangen volgens aanwijzing van de fabrikant.
  • De stofzuiger (inclusief het snoer) wordt bij dagelijks gebruik dagelijks gereinigd.
  • Het stoffilter wordt in de uitblaasopening gecontroleerd.
  • Bij zichtbare verstopping (grauwe laag op filters) wordt het stoffilter vervangen c.q. schoongemaakt.

6.12 Werkkast

  • De gebruikte schoonmaakmaterialen zijn, voor ze in de kast worden opgeborgen, gereinigd en droog.
  • In veel werkkasten is een slokop aanwezig. De slokop en de vloer worden dagelijks gereinigd.
  • De werkkast zonder slokop wordt minimaal één keer per week gereinigd.