How can we help?

WIP-richtlijn Reiniging & Desinfectie: Endoscopen (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

1.1 Uitgangspunten voor de keuze van het proces

  • Starre endoscopen die worden gebruikt in steriele lichaamsruimten worden na gebruik gesteriliseerd door middel van stoom.
  • Aan de sterilisatie gaat een grondige reiniging vooraf.
  • Starre en flexibele endoscopen die worden gebruikt in van-nature-niet-steriele lichaamsruimten worden machinaal gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Flexibele endoscopen die worden gebruikt in steriele lichaamsruimten worden gesteriliseerd door middel van stoom of door middel van ethyleenoxide.
  • Aan de sterilisatie gaat een grondige reiniging vooraf.

1.2 Endoscopen zonder extra kanalen

  • Endoscopen zonder extra kanalen (zoals bijvoorbeeld de laryngoscoop en scopen die worden gebruikt in de KNO) worden machinaal gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Er wordt bijzondere aandacht geschonken aan de reiniging die aan de desinfectie vooraf gaat.

1.3 Condoomgebruik

  • Condooms zijn medische hulpmiddelen en zijn door de fabrikant voorzien van het CE-merk.
  • De fabrikant geeft duidelijk aan voor welk type kanaalloze endoscoop het condoom geschikt is.
  • De fabrikant levert de condooms met een bijbehorende gebruikshandleiding.
  • Er worden alleen condooms gebruikt waarvan de fabrikant heeft aangetoond dat zij impermeabel zijn voor micro-organismen.
  • Er worden alleen condooms gebruikt waarvan de fabrikant heeft aangetoond dat zij op aseptische wijze kunnen worden aangebracht en verwijderd.
  • Het gebruik van een condoom maakt reiniging van de TEE-sonde of de kanaalloze endoscoop na ieder gebruik overbodig, er vindt echter nog wel desinfectie plaats.
  • Wanneer contaminatie van de TEE-sonde of kanaalloze endoscoop optreedt bij of na verwijdering van het condoom vindt altijd reiniging plaats voorafgaand aan desinfectie.
  • Wanneer het condoom kapot is gegaan vindt er altijd reiniging plaats van de TEE-sonde of kanaalloze endoscoop voorafgaand aan desinfectie.
  • Voor elk onderzoek worden de handen ingewreven met een handdesinfectans.
  • Tijdens het klaarmaken van de TEE-sonde of kanaalloze endoscoop en bij de uitvoering van het onderzoek worden niet-steriele handschoenen gedragen.
  • Het condoom wordt op aseptische wijze aangebracht conform de instructies van de fabrikant.
  • Er wordt bij het oraal inbrengen van de TEE-sonde of kanaalloze endoscoop altijd gebruik gemaakt van een bijtring om perforatie van het condoom en beschadiging van de sonde of kanaalloze endoscoop te voorkomen.
  • Direct na het onderzoek wordt het condoom verwijderd, zodanig dat er geen contaminatie plaatsvindt van de sonde.
  • De TEE-sonde of kanaalloze endoscoop wordt geïnspecteerd op zichtbare verontreiniging.
  • Een zichtbaar bevuilde kanaalloze endoscoop wordt gereinigd en gedesinfecteerd in een scopenwasmachine.
  • Een zichtbaar bevuilde TEE-sonde wordt handmatig gereinigd met een zeepoplossing en daarna gedesinfecteerd door onderdompeling van dat gedeelte van de sonde dat hiertegen bestand is, in een geschikt desinfectans.
  • De niet-zichtbaar bevuilde TEE-sonde of kanaalloze endoscoop wordt gedesinfecteerd met alcohol 70%, waarbij zoveel alcohol wordt gebruikt dat het oppervlak minimaal 30 seconden vochtig blijft.
  • De sonde of kanaalloze endoscoop wordt niet hergebruikt voordat het desinfectans geheel aan de lucht is opgedroogd.
  • Eenmaal per 24 uur en na het laatste gebruik wordt de TEE-sonde handmatig gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Aan het eind van het dagprogramma wordt de kanaalloze endoscoop gereinigd en gedesinfecteerd in een scopenwasmachine.

2. Reinigings- en desinfectie-apparatuur t.b.v. flexibele endoscopen

  • De gebruiksaanwijzing van de apparatuur geeft aan voor welke flexibele endoscopen een veilige, gevalideerde reiniging en desinfectie door de machinefabrikant wordt gegarandeerd.
  • Niet-volledig desinfecteerbare endoscopen worden zo spoedig mogelijk vervangen door wél geheel desinfecteerbare endoscopen.
  • Een nieuw aan te schaffen endoscoop is geschikt voor machinale reiniging en desinfectie.
  • De apparatuur is voorzien van één of meer gevalideerde programma’s die aan de gestelde eisen voldoen.
  • Het endoscopen-compartiment is gedurende het proces mechanisch vergrendeld.
  • Het proces kan in noodgevallen onderbroken worden.
  • Na onderbreking van het proces is voortzetting van hetzelfde proces onmogelijk.
  • Dosering, inwerkingstijd en temperatuur van het desinfectans zijn in de programma’s vastgelegd.
  • Er worden alleen toegelaten desinfectantia gebruikt.
  • Aan de buitenkant van de apparatuur is afleesbaar in welke fase het proces zich bevindt.
  • Indien de apparatuur temperatuurafhankelijk is en er geen microprocessor-controle plaats vindt, is er een aansluitpunt (afsluitbare opening) voor controlemeting aanwezig.
  • De apparatuur is voorzien van een systeem waarmee controle op de dosering van desinfectans en reinigingsmiddel mogelijk is.
  • Bij hergebruik wordt er tijdens de opeenvolgende cycli op toegezien dat de concentratie van het desinfectans op het door de fabrikant geadviseerde niveau blijft.
  • De apparatuur is uitgerust met een voorziening die hercontaminatie tijdens de spoeling uitsluit.
  • Het spoelwater is bacterievrij.
  • De eisen gesteld aan de endoscoopdesinfector gelden ook voor het compartiment voor reiniging en desinfectie van demonteerbare onderdelen van de endoscoop, indien aanwezig.
  • De apparatuur is voorzien van een procesteller, t.b.v. periodiek onderhoud en, indien van toepassing, t.b.v. hergebruik van desinfectans.
  • De apparatuur is zo uitgevoerd dat het daarin gebruikte desinfectans geen, in relatie tot de ARBO-wet, onacceptabele belasting van de werkomgeving kan veroorzaken
  • Door middel van validatie is de betrouwbaarheid van de werking van de apparatuur aangetoond.
  • Validatie wordt gedaan na aanschaf en na een reparatie van enige omvang en na preventief onderhoud.
  • In een logboek, of software-matig, wordt bijgehouden welke scoop bij welke patiënt is gebruikt, zodat in voorkomende gevallen een “look-back” mogelijk is.
  • Een volledige cyclus omvat in de aangegeven volgorde de volgende programma-onderdelen: lektest, reiniging, spoelen, desinfecteren, afvoeren desinfectans, spoelen met bacterievrij water en drogen.

2.1 Lektest

  • Voordat de endoscoop in de machine aan vloeistoffen wordt blootgesteld wordt er een automatische lektest uitgevoerd om te bepalen of de mantel van de endoscoop geheel gesloten is.
  • Voordat de endoscoop voor reparatie wordt verzonden, wordt er op de endoscoop duidelijk vermeld dat deze mogelijk is besmet. De reparateur kan dan de nodige persoonlijke veiligheidsmaatregelen nemen.

2.2 Reiniging

  • Een handmatige voorreiniging zoals uitwendig afspoelen en/of doorborstelen van de endoscoop wordt uitgevoerd in overeenstemming met en afhankelijk van de procesgang van de gebruikte machine.
  • De scoop wordt, om indrogen en aanhechten van organisch materiaal te voorkomen, zo snel mogelijk gereinigd en gedesinfecteerd
  • Wanneer de machine niet voorziet in een enzymatische voorreiniging van 60°C., dan worden de mantel en de tip van de scoop direct na gebruik met een droog gaas afgeveegd en worden de kanalen zorgvuldig geraagd. Hierna wordt de scoop in de machine geplaatst.

2.3 Spoelen

  • Na reiniging wordt het vuile sop verwijderd door de endoscoop met water na te spoelen.

2.4 Desinfecteren

  • De buitenzijde en het inwendige van alle kanalen worden met het desinfectans in aanraking gebracht.
  • Alle drie factoren zijn in overeenstemming met de limieten die door de fabrikant van het desinfectans worden gesteld.
  • De fabrikant heeft onder de gegeven condities de werkzaamheid aangetoond.

2.5 Afvoeren desinfectans

  • Het bij voorkeur éénmaal gebruikte desinfectans wordt met inachtneming van de voorschriften van de lokale autoriteiten op het riool geloosd.
  • Wanneer een desinfectans wordt hergebruikt, dan wordt het naar een bewaarvat afgevoerd.
  • De concentratie desinfectans zakt door verdunning met spoelvloeistof niet onder de effectieve concentratie.
  • Bewaking geschiedt door bij te houden hoe vaak het desinfectans is gebruikt en door concentratiemeting.

2.6 Spoelen met bacterievrij water

  • Na de desinfectiefase wordt nog achtergebleven desinfectans van de buitenzijde en uit de kanalen verwijderd door doorspoeling met een voldoende hoeveelheid bacterievrij water.

2.7.1 Filtratie

  • Er wordt bij filtratie aandacht besteed aan de door de leverancier aanbevolen standtijd van het filter.

2.7.2 Ultraviolette straling

  • De kwaliteit van het door ultraviolette bestraling geproduceerde bacterievrije water wordt regelmatig gecontroleerd door het bacteriologisch laboratorium of de apotheek.

2.8 Drogen

  • Er wordt na beëindiging van het endoscopieprogramma een volledig desinfectieprogramma uitgevoerd, inclusief droging.

3.2 Algemene eisen desinfectans

  • Aan de desinfectie gaat een zorgvuldige reiniging van de scoop (buitenzijde en van de kanalen) en de accessoires vooraf.

3.4 Hergebruik of eenmalig gebruik van het desinfectans

  • Het maximale aantal processen wordt door middel van concentratiemeting bepaald en wordt vervolgens door middel van een procesteller bewaakt.

3.7 Noodzaak naspoelen

  • Na desinfectie worden residuen zorgvuldig van het instrument verwijderd.
  • Meting van de concentratie in het spoelwater is onderdeel van de procesvalidatie.

4. Tijdsduur van de desinfectiefase

  • De geprogrammeerde desinfectietijd komt overeen met de inwerktijd die door de fabrikant van het desinfectans wordt voorgeschreven.
  • De desinfectie-apparatuur is zodanig ingesteld dat een verkort programma, of onderbreking van het programma, niet mogelijk is

5. Reiniging en desinfectie van accessoires

  • Endoscoop-accessoires zoals ventielen, bijtringen en dergelijke, die niet in contact komen met steriel weefsel, worden gereinigd en gedesinfecteerd in een endoscopendesinfector.
  • De endoscoop-accessoires zijn, wanneer het niet mogelijk is om ze te reinigen in een endoscopendesinfector, disposable.
  • Hulpinstrumenten voor endotherapie zoals lissen, biopsietangen, katheters en dergelijke, omdat ze met steriel weefsel in contact komen, worden, indien ze niet atoclaveerbaar zijn, als disposable gebruikt.
  • Het materiaal wordt na desinfectie goed gedroogd.

6. Werkwijze bij de endoscopie: hygiënische aspecten

  • Handschoenen worden gedragen door ieder die direct of indirect (via de endoscoop of via hulpinstrumenten) met de microbiële flora van de betreffende tractus in aanraking komt.
  • De endoscopist en de assisterende dragen ook een beschermende jas en een chirurgisch mondneusmasker alsmede een beschermende bril.
  • Na iedere scopie worden de handen van endoscopist en assisterende, na het uittrekken van de handschoenen, gewassen en gedesinfecteerd met handalcohol, voor zij andere zaken aanraken.
  • Na gebruik worden endoscoop en accessoires op een vochtabsorberende wegwerpdoek (met waterdichte onderzijde) gelegd om op korte termijn verder te worden behandeld.
  • Na beëindiging van het dagprogramma worden de binnenzak van de afzuigcanister c.q -fles, en de afzuigslang vervangen.

8. Microbiologische controle van de desinfectie-apparatuur

  • Microbiologische validatie vindt plaats in het kader van de validatie van het desinfectieproces bij aanschaf, na een reparatie van enige omvang en na preventief onderhoud.

9. Aanbevelingen bij aanschaf apparatuur

  • Bij de aanschaf van desinfectoren wordt nagegaan of deze geschikt zijn voor de beschikbare endoscopen.
  • Het ziekenhuis stelt daartoe een programma van eisen op voor de potentiële leveranciers.