How can we help?

WIP-richtlijn Prionziekten (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

1.1 Risico-inschatting bij de patiënt

  • De diagnose wordt altijd gesteld door een ervaren neuroloog, die daarbij door de beroepsgroep geaccepteerde criteria gebruikt, omdat het stellen van de diagnose (verdenking op) CJD of vCJD belangrijke consequenties heeft voor de zorgverlening.

2. Algemeen

  • De behandelende arts stelt belanghebbenden, namelijk de afdelingen waar de materialen, weefselmonsters en gebruikt chirurgisch instrumentarium heen worden gezonden en men dus in aanraking kan komen met weefsels of vloeistoffen uit klasse A of B van patiënten uit de categorieën 1, 2 of 3, op de hoogte onder vermelding van risico-inschatting en patiëntencategorie.
  • Alle medewerkers die handelingen moeten verrichten met bovengenoemd materiaal dragen kennis van de in deze richtlijn aangegeven voorzorgsmaatregelen.

4. Verpleging

  • Na morsen van liquor cerebrospinalis wordt het gemorste materiaal direct opgenomen met tissues, wordt de plek gereinigd met water en een reinigingsmiddel en vervolgens gedesinfecteerd met chloor 1000 ppm
  • Liquordrains, liquorzakjes, wegwerphandschoenen en andere materialen die met liquor cerebrospinalis van een patiënt uit categorie 1, 2 of 3 in aanraking zijn geweest, worden als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie WIP-richtlijn: Afvalverwerking) afgevoerd.

6.1 Voorbereiding operaties

  • De operatietafel wordt bedekt met een plastic overtrek en absorberend papier om lichaamsvocht op te vangen.
  • Er wordt zo mogelijk gebruik gemaakt van wegwerpinstrumentarium en andere hulpmiddelen, mits een zorgvuldige afweging plaatsvindt ten aanzien van het risico daarvan.

6.2 Maatregelen tijdens de operatie

  • De omloop draagt wegwerphandschoenen, beschermende kleding en oogbescherming.
  • Tijdens de operatie wordt aangeraakt en niet aangeraakt instrumentarium zorgvuldig gescheiden gehouden.

6.3 Maatregelen na de operatie

  • Instrumentarium dat is gebruikt bij een patiënt uit categorie 1 voor een ingreep waarbij materiaal uit risicoklasse A of B is betrokken, wordt niet hergebruikt maar wordt direct afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg).
  • Instrumentarium dat is gebruikt bij een patiënt uit categorie 2 voor een ingreep waarbij materiaal uit risicoklasse A of B is betrokken, wordt bewaard tot de diagnose CJD of vCJD definitief is gesteld of uitgesloten (quarantaine).
  • Instrumentarium dat is gebruikt bij een persoon uit categorie 3 voor een ingreep waarbij materiaal uit weefselklasse A of B is betrokken, wordt niet hergebruikt maar wordt afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherpafval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg)
  • Voor instrumentarium dat is gebruikt bij een patiënt van categorie 1, 2 of 3, maar dat uitsluitend in aanraking is geweest met weefsel van klasse C, volgt de standaardprocedure t.a.v. reiniging, desinfectie of sterilisatie.
  • Instrumentarium dat tijdens de ingreep op de operatiekamer niet is aangeraakt, wordt op de gebruikelijke manier aangeboden voor de standaardprocedure t.a.v. reiniging, desinfectie of sterilisatie.
  • Alle gebruikte (afdek)materialen worden na de operatie verzameld en als afval zonder infectierisico of scherpafval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg) afgevoerd.
  • Alle (wegwerp) steriele operatiekleding, alle bij de anesthesie gebruikte materialen en gaasjes worden na de operatie verzameld en als afval zonder infectierisico of scherpafval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg).
  • Gemorst bloed of ander lichaamsvocht wordt op de gebruikelijke wijze opgenomen, waarna de bevuilde plek wordt gedesinfecteerd met chloor 1000 ppm.

6.3.1 Quarantaine procedure gebruikte chirurgische instrumenten

  • Door het instrument onder water te houden in een wasbak met open afvoer en met instromend water uit de kraan, wordt het grove vuil verwijderd.
  • Het instrument wordt niet rechtstreeks onder het stromende kraanwater gehouden, waardoor de kans op spatten wordt verkleind.
  • Bij het reinigen worden masker, oogbescherming en beschermende kleding gedragen.
  • Het instrument wordt aan de lucht gedroogd.
  • Het droge instrument wordt in een afgesloten plastic bak bewaard.
  • De bak wordt goed afgesloten en is voorzien van de patiënten identificatie code (bijvoorbeeld naam, geboortedatum, ziekenhuis registratie-nummer).
  • Op de bak staat vermeld bij welke chirurgische procedure de instrumenten zijn gebruikt en de naam van diegene die verantwoordelijk is voor de instrumenten.
  • De bak wordt opgeslagen in een speciaal hier voor aangewezen ruimte, totdat de uitslag van de onderzoeken bekend zijn.
  • De bak met inhoud wordt afgevoerd als afval zonder infectierisico of als scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg) als bevestigd is dat patiënt is besmet met CJD of vCJD.
  • Indien een alternatieve diagnose wordt vastgesteld, wordt de bak met de inhoud verwijderd door de verantwoordelijke en kunnen de instrumenten zonder verdere desinfectie op de gebruikelijke manier voor verwerking worden aangeboden aan de centrale sterilisatie afdeling.

8.1 Neurologische endoscopen

  • Er wordt gebruik gemaakt van een scoop voor eenmalig gebruik.
  • De scoop die bij een patiënt uit categorie 1 of 3 is gebruikt, wordt direct na gebruik afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg).
  • De scoop die bij een patiënt uit categorie 2 is gebruikt, wordt in afwachting van de definitieve diagnose in quarantaine gehouden.

8.2 Scopen die gebruikt worden in de neusholte

  • Als contact met olfactorisch epitheel mogelijk is, wordt er een scoop voor eenmalig gebruik gebruikt.
  • De scoop die bij een patiënt uit categorie 1 of 3 is gebruikt, waarbij contact met olfactorisch epitheel mogelijk was, wordt direct na gebruik afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg).
  • De scoop die bij een patiënt uit categorie 2 is gebruikt, waarbij contact met olfactorisch epitheel mogelijk was, wordt in afwachting van de definitieve diagnose in quarantaine gehouden.
  • Als er bij de scopie geen contact met olfactorisch epitheel is, wordt de standaard-procedure ten aanzien van reiniging, desinfectie of sterilisatie gevolgd.

8.3 Overige scopen

  • Als tijdens de scopie geen biopsieën worden genomen, wordt de standaardprocedure t.a.v. reiniging, desinfectie of sterilisatie gevolgd.
  • Als bij een patiënt uit categorie 1, 2 of 3 tijdens de scopie een biopsie is genomen, worden biopsietangen gebruikt voor eenmalig gebruik.
  • Als bij een patiënt uit categorie 1, 2 of 3 tijdens de scopie een biopsie is genomen, wordt de klep die het biopsiekanaal van de flexibele scoop afsluit, verwijderd en afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg).
  • Als bij een patiënt uit categorie 1, 2 of 3 tijdens de scopie een biopsie is genomen, wordt de rager die gebruikt is om het biopsiekanaal te reinigen, afgevoerd als afval zonder infectierisico of scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg)
  • Als bij een patiënt uit categorie 1, 2 of 3 tijdens de scopie een biopsie is genomen, wordt voor de scoop de standaardprocedure t.a.v. reiniging, desinfectie of sterilisatie gevolgd.

8.3.1 Quarantaine procedure van gebruikte endoscopen categorie 2 patiënten

  • De scoop wordt direct na gebruik eerst gereinigd en gedesinfecteerd volgens de standaard procedure.
  • Het instrument wordt aan de lucht gedroogd.
  • Het droge instrument wordt in een afgesloten plastic bak bewaard.
  • De bak wordt goed afgesloten en is voorzien van de patiënten identificatie code (bijvoorbeeld naam, geboortedatum, ziekenhuis registratie-nummer).
  • Op de bak staat vermeld bij welke chirurgische procedure de instrumenten zijn gebruikt en de naam van diegene die verantwoordelijk is voor de instrumenten.
  • De in quarantaine geplaatste scoop wordt, indien heronderzoek met scoop nodig is, exclusief door dezelfde patiënt hergebruikt.
  • De bak wordt opgeslagen in een speciaal hier voor aangewezen ruimte, totdat de uitslag van de onderzoeken bekend zijn of tot de scoop niet meer hergebruikt dient te worden door de patiënt.
  • De bak met inhoud wordt afgevoerd als afval zonder infectierisico of als scherp afval (zie de WIP-richtlijn: Infectiepreventie bij afvalverwijdering vanuit instellingen voor gezondheidszorg) als de patiënt besmet is met CJD of vCJD of als diagnose (CJD of vCJD) bevestigd wordt.
  • Indien een alternatieve diagnose wordt vastgesteld, wordt de bak met de inhoud verwijderd door de verantwoordelijke en ondergaan de instrumenten de standaardprocedure t.a.v. reiniging, desinfectie of sterilisatie.

9.1 Intern vervoer – patiëntenmateriaal

  • Materialen uit de weefselklassen A en B van patiënten uit categorie 1, 2, of 3 en bloed (alleen bij verdenking op vCJD) worden dubbel verpakt.
  • Aan de buitenzijde van de container is duidelijk een biohazard teken zichtbaar, alsmede de vermelding dat de verpakking potentieel met CJD besmet patiëntenmateriaal bevat.
  • Er wordt geen gebruik gemaakt van een buizenpostsysteem.

10.1 Weefsel klasse A

  • Weefsel uit klasse A categorie 1 of 2 wordt naar het Universitair Medisch Centrum te Utrecht (UMCU) verzonden voor onderzoek.

10.2 Weefsel klasse B

  • Weefsel uit klasse B kan in verschillende ziekenhuislaboratoria voor onderzoek worden aangeboden.

10.2.1 Additionele maatregelen bij laboratoriumonderzoek

  • Bij onderzoek van weefsels of vloeistoffen uit risicoklasse B wordt gebruik gemaakt van een biologisch veiligheidskabinet (van minimaal klasse II).
  • Werkoppervlakken worden door middel van celstofmatjes met een ondoordringbare onderlaag beschermd tegen morsen.
  • Gemorst materiaal wordt verwijderd met een tissue en de verontreinigde oppervlakken worden vervolgens gedesinfecteerd met chloor 1000 ppm, hierbij worden handschoenen en een mondmasker gedragen.
  • Weefselstukjes worden na fixatie met formaldehyde gedurende een uur geïnactiveerd met mierenzuur 96%.
  • Bij het snijden van coupes, bij voorkeur met wegwerpmesjes, worden onder de wegwerphandschoenen veiligheidshandschoenen gedragen.
  • Opslag in vloeibare stikstof gebeurt alleen wanneer het stikstofvat speciaal voor (v)CJD-materiaal is gereserveerd.
  • Niet (v)CJD-monsters worden niet in vloeibare stikstof opgeslagen.

10.2.2 Laboratorium apparatuur

  • Laboratorium apparatuur wordt op de gebruikelijke manier gereinigd en gedesinfecteerd.

12. Expositie van een medewerker en rapportage van een ongeval

  • Het bloeden wordt gestimuleerd, de wond wordt gespoeld.
  • Het accident wordt, na het spoelen van de wond, gemeld aan de BGD/Arbodienst.
  • Alleen bij contact met weefselklasse A vindt registratie van het accident plaats, vanwege de theoretische kans op besmetting.