How can we help?

WIP-richtlijn Pneumonie bij beademing (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

3. Intubatie

  • Er wordt voorkomen dat er tijdens intubatie aspiratie van maaginhoud plaatsvindt.

4.1 Beademingsapparaat

  • Het beademingsapparaat is voorzien van een patiëntgebonden pneumatisch deel, dat na elke patiënt wordt vervangen.

4.3 Beademingsslangen

  • De beademingsslangen worden per patiënt gebruikt en alleen vervangen bij zichtbare verontreiniging en mechanische problemen.
  • Indien actieve bevochtiging wordt toegepast, worden verwarmde beademings-slangen geadviseerd.
  • Temperatuur- en flowsensoren zijn patiëntgebonden en worden tegelijk met het slangensysteem vervangen.
  • Afhankelijk van het type, op aanwijzing van de fabrikant, worden ze na reiniging gesteriliseerd of gedesinfecteerd met alcohol 70%.
  • Gedeelten van het slangensysteem die worden hergebruikt, worden, onder verantwoordelijkheid van de Centrale Sterilisatie Dienst, thermisch gedesinfecteerd in een daarvoor bestemde slangenwasmachine.

4.4 Uitzuigkatheter, uitzuigpot en slang

  • De uitzuigkatheter is steriel.
  • De slang tussen de uitzuigpot en aansluiting met de uitzuigkatheter hoeft niet steriel te zijn.
  • De wegwerpuitzuigpot wordt vervangen wanneer deze voor driekwart is gevuld en in ieder geval wekelijks.
  • De slang tussen de pot en de uitzuigkatheter wordt tegelijk met de afzuigpot vervangen.

4.5 Condenspotjes

  • Wegwerpcondenspotjes worden na het vervangen van het slangensysteem of na ontslag van de patiënt weggegooid.
  • Her te gebruiken condenspotjes worden na vervangen van het slangensysteem of na ontslag van de patiënt gesteriliseerd, of thermisch gedesinfecteerd, onder verantwoordelijkheid van de Centrale Sterilisatie Dienst.

4.6 Bacterie-virusfilters op het Y-stuk

  • Wanneer een slangensysteem voor meerdere kortdurende beademingen bij verschillende patiënten wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij transport van de patiënt, wordt er gebruik gemaakt van een bacterie-virusfilter.
  • Wanneer een beademingsballon bij meerdere patiënten wordt gebruikt zonder tussentijdse reiniging en desinfectie of sterilisatie, wordt er gebruik gemaakt van een bacterie-virusfilter per patiënt.
  • Bacterie-virusfilters worden patiëntgebonden gebruikt en na gebruik met het huishoudelijk afval afgevoerd.

5.1.1 Beademingsballon – Patiëntgebonden gebruik

  • Na ontslag van de patiënt wordt de beademingsballon gereinigd en gedesinfecteerd of gesteriliseerd, volgens aanwijzingen van de fabrikant.

5.1.2 Beademingsballon – Niet-patiëntgebonden gebruik

  • Bij een niet-patiëntgebonden beademingsballon, bijvoorbeeld bij transport van de patiënt, wordt een patiëntgebonden bacterie-virusfilter gebruikt.
  • Uitwendig wordt de ballon na ieder gebruik gereinigd en met alcohol gedesinfecteerd.

6.1.1 Kunstneus

  • Een kunstneus wordt vervangen volgens de instructies van de fabrikant (meestal om de 24 uur), of vaker indien nodig.

6.2.1 Bevochtiger

  • Er worden alleen wegwerpverdampingssystemen gebruikt, voorzien van steriel, pyrogeenvrij water, voor patiëntgebonden gebruik.
  • De bevochtiger wordt tegelijk met het slangensysteem vervangen.

7. Verwijderen condensvocht

  • Vóór het verwijderen van condensvocht uit het slangensysteem worden de handen ingewreven met handdesinfectans.
  • Bij het legen van condenspotjes worden niet-steriele handschoenen gedragen.
  • Na het verwijderen van condensvocht uit het slangensysteem worden de handen ingewreven met handdesinfectans.
  • Afvoer van condensvocht vindt plaats door het vocht over te gieten in bijvoorbeeld een wegwerpsputumbeker en deze te legen in de spoelruimte.

8. Verzorging tracheacanule

  • Vóór verzorging van de tracheacanule worden de handen ingewreven met handdesinfectans.
  • Bij het verwijderen en reinigen van de canule worden niet-steriele handschoenen gedragen.
  • Bij het opnieuw inbrengen van de canule worden een nieuw paar niet steriele handschoenen gedragen.
  • Wanneer een binnen- en buitencanule worden gebruikt, wordt de binnencanule minimaal twee keer per dag verwijderd, gereinigd en opnieuw ingebracht.
  • De binnencanule wordt schoongemaakt onder stromend water, gedroogd met een gaas of tissue en aan de lucht gedroogd.
  • Vanwege het oogpunt vanuit infectiepreventie wordt de buitencanule niet regelmatig vervangen.
  • Wanneer bij patiënten een reserve-binnencanule wordt gebruikt tijdens het schoonmaken van de gebruikte canule, dan wordt deze reservecanule droog en stofvrij bewaard.
  • Het splitkompres onder de canule wordt tegelijkertijd met de canule verschoond of vaker wanneer het zichtbaar verontreinigd is.
  • De huid rondom de tracheacanule wordt geïnspecteerd op verschijnselen van ontsteking, wanneer het splitkompres wordt verschoond.

9.1.1 Nasaal uitzuigen

  • Voor het nasaal uitzuigen van de bovenste luchtwegen wordt een aparte uitzuigkatheter gebruikt. Wanneer eerst de onderste luchtwegen worden uitgezogen en daarna de mond-keelholte, mag dezelfde katheter opnieuw worden gebruikt.
  • Vóór en na het uitzuigen worden de handen ingewreven met handdesinfectans.
  • Tijdens het uitzuigen worden niet-steriele handschoenen gedragen.
  • Tijdens het uitzuigen wordt een bril of gezichtsscherm gedragen.
  • Als de patiënt aanspreekbaar is, wordt hem gevraagd om tijdens het uitzuigen de ogen dicht te doen.
  • Als de patiënt niet aanspreekbaar is of het zelf niet kan, worden de ogen afgedekt.
  • Vloeistoffen die gebruikt worden, zijn patiëntgebonden, steriel en er worden eenmalige verpakkingen gebruikt.

9.1.2 Uitzuigen via een speciale tube

  • Bij een verwachte beademingsduur van langer dan 3 dagen heeft subglottische afzuiging via een tube met apart afzuigkanaal de voorkeur boven standaardverzorging, dat wil zeggen handmatig uitzuigen van de mondkeelholte.

9.2.1.1 Gesloten systeem

  • Bij gebruik van een gesloten afzuigsysteem wordt de katheter om de 48 uur vervangen en bij zichtbare verontreiniging of mechanische problemen.

9.2.1.2 Open systeem

  • Bij open afzuigsystemen wordt uitsluitend gebruik gemaakt van steriele uitzuigkatheters voor eenmalig gebruik.
  • Het uitzuigen wordt door twee personen verricht.
  • Vóór en na het uitzuigen worden de handen ingewreven met handdesinfectans.
  • Voor het uitzuigen wordt de thorax afgedekt met een vochtontoelaatbare legger om spatten bronchiaal secreet op te vangen.
  • Als de patiënt aanspreekbaar is, wordt hem gevraagd om tijdens het uitzuigen de ogen dicht te doen.
  • Als de patiënt niet aanspreekbaar is of het zelf niet kan, worden de ogen afgedekt.
  • Vloeistoffen die gebruikt worden, zijn patiëntgebonden, steriel en er worden eenmalige verpakkingen gebruikt.
  • De tube of canule wordt altijd het eerst uitgezogen.
  • Het doorspoelen van de katheter (om de katheter weer doorgankelijk te krijgen) gebeurt met steriel water uit eenmalige verpakking.
  • Wanneer het nodig is om het uitzuigen tijdens dezelfde procedure te herhalen, wordt de sonde eerst doorgespoeld met steriel water.
  • Wanneer de mondkeelholte met dezelfde katheter is uitgezogen, wordt er een nieuw uitzuigkatheter gebruikt.

10. Vernevelen van medicatie

  • Een jetvernevelaar wordt na ieder gebruik huishoudelijk gereinigd en nagespoeld met alcohol 70% en aan de lucht gedroogd.