How can we help?

WIP-richtlijn MRSA (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

4. Algemeen

  • De zorginstelling heeft een protocol waarin staat aangeven wie binnen hun instelling verantwoordelijk is voor de uitvoering van de specifieke aanbevelingen in deze richtlijn.

6. Afname patiëntenmateriaal en detectie MRSA

  • Voor de locatie van het af te nemen patiëntenmateriaal, de detectie en de identificatie van MRSA worden de aanbevelingen in de richtlijn ‘NVMM Guideline Laboratory detection of highly resistant microorganisms, version 2.0, 2012’ van de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie opgevolgd.

7. Surveillance MRSA

  • Het eerste MRSA-isolaat van iedere MRSA-drager wordt samen met de ingevulde formulieren voor epidemiologische gegevens opgestuurd naar het RIVM voor nationale surveillance.

8. Infectiepreventiemaatregelen patiënt

  • Er wordt vastgesteld of de patiënt MRSA-drager is of verdacht wordt van MRSA-dragerschap.
  • Specifieke medewerkers worden op de hoogte gebracht bij constatering/vaststelling van een MRSA positieve of verdachte patiënt die wordt opgenomen of die een klinische afdeling bezoekt.

8.1 MRSA-positieve patiënt (risicocategorie 1)

  • De MRSA-positieve status wordt in het dossier van de patiënt vermeld.
  • Voor de verpleging van de MRSA-positieve patiënt wordt een zo klein mogelijk vast team van ervaren medewerkers opgesteld, die bekend zijn met de geldende infectiepreventiemaatregelen.
  • Medewerkers met huidafwijkingen zoals eczeem of psoriasis verrichten geen werkzaamheden met MRSA-positieve patiënten.

8.1.1 Behandeling MRSA infecties en MRSA-dragerschap

  • Infecties met MRSA van de patiënt worden in overleg met deskundigen (bijvoorbeeld een arts-microbioloog, internist-infectioloog of kinderarts) behandeld.
  • Het MRSA-dragerschap wordt volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling MRSA dragers’ behandeld.
  • Materiaal voor de eerste MRSA-test wordt tenminste 48 uur na beëindiging van de behandeling afgenomen.

8.1.2 Strikte isolatie

  • Een MRSA-positieve patiënt wordt in strikte isolatie verpleegd.
  • De MRSA-positieve patiënt wordt geïnformeerd over de reden van de strikte isolatie.
  • Bij langdurig verblijf in strikte isolatie vindt er overleg plaats met deskundigen over eventuele aanpassing van de maatregelen.
  • De isolatiemaatregelen van de patiënt op klinische afdelingen worden opgeheven als
    drie opeenvolgende MRSA-testen negatief zijn, met minimaal zeven dagen ertussen én
    de patiënt minstens 48 uur voorafgaand aan de afname voor de MRSA-test geen antibiotica gebruikte.
  • De MRSA status van de patiënt wordt na het opheffen van de isolatiemaatregelen gemonitord door minimaal op twee en twaalf maanden na de eerste negatieve test een MRSA-test te verrichten.

8.1.3 Overplaatsing

  • Voorafgaand aan overplaatsing naar een andere afdeling of zorginstelling wordt gemeld dat de patiënt MRSA-positief is.

8.1.4 Reiniging en desinfectie kamer

  • De kamer van de MRSA-positieve patiënt wordt op de laatste behandeldag en na ontslag of overplaatsing gereinigd en gedesinfecteerd zoals beschreven in de WIP-richtlijnen: Strikte isolatie, Strikte isolatie kinderen en Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen.

8.2.1 Patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap (risicocategorie 2)

  • De patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap wordt getest op de aanwezigheid van MRSA.
  • De patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap wordt in strikte isolatie geplaatst tot de uitslag negatief is.
  • De patiënt wordt in strikte isolatie geplaatst als de uitslag van de MRSA-test positief is (of onbeslist).

8.2.1.1 Overplaatsing

  • Voorafgaand aan overplaatsing naar een andere afdeling of zorginstelling wordt gemeld dat de patiënt een hoog risico heeft op MRSA-dragerschap.

8.2.1.2 Reiniging en desinfectie kamer

  • De kamer van de MRSA-positieve patiënt wordt op de laatste behandeldag en na ontslag of overplaatsing gereinigd en gedesinfecteerd zoals beschreven in de WIP-richtlijnen: Strikte isolatie, Strikte isolatie kinderen en Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen.

8.2.2 Patiënt met laag risico op MRSA-dragerschap (risicocategorie 3)

  • De patiënt met laag risico op MRSA-dragerschap wordt op de aanwezigheid van MRSA getest.
  • Voor de patiënt met laag risico op aanwezigheid van MRSA gelden geen isolatiemaatregelen in afwachting van de uitslag van de MRSA-test.
  • De patiënt met laag risico op MRSA-dragerschap wordt in strikte isolatie geplaatst als de uitslag van de MRSA-test positief is.

8.3 Beëindiging MRSA-positieve status patiënt

  • De patiënt wordt MRSA-vrij verklaard als minimaal drie opeenvolgende MRSA-testen negatief zijn met tussenpozen van minimaal zeven dagen; de MRSA-test afgenomen op twee maanden en minimaal één jaar na de eerste MRSA-test negatief is én de patiënt geen antibiotica gebruikte tijdens en minstens 48 uur voorafgaand aan de afname van materiaal voor de MRSA-test .
  • De MRSA-positieve aantekening wordt verwijderd uit het dossier van de patiënt als de patiënt MRSA-vrij is verklaard.

9. Infectiepreventiemaatregelen medewerker

  • De MRSA-positieve/MRSA-verdachte medewerker informeert de leidinggevende, de deskundige infectiepreventie en de bedrijfsarts voorafgaand aan het uitvoeren van patiëntgebonden werkzaamheden.

9.1.1 Werkverbod patiëntgebonden werkzaamheden

  • Er wordt voor de MRSA-positieve medewerker een werkverbod ingesteld voor patiëntgebonden werkzaamheden.

9.1.2 Behandeling en controle van MRSA-dragerschap

  • De MRSA-positieve medewerker wordt, in overleg met of door deskundigen bijvoorbeeld een arts-microbioloog of internist-infectioloog, behandeld volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling MRSA dragers’
  • Materiaal voor de eerste MRSA-test wordt tenminste 48 uur na beëindiging van de behandeling afgenomen.
  • Het werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden wordt opgeheven wanneer na beëindiging van de dragerschapbehandeling drie opeenvolgende MRSA-testen met tussenpozen van minimaal vijf dagen negatief zijn.
  • De MRSA-positieve medewerker wordt minimaal twee en twaalf maanden na het opheffen van het werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden opnieuw getest op de aanwezigheid van MRSA.

9.2.1 Medewerker met hoog risico op MRSA-dragerschap (risicocategorie 2)

  • Er wordt een werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden ingesteld voor de medewerker met hoog risico op MRSA-dragerschap in afwachting van de uitslag van de MRSA-test.
  • De infectiepreventiemaatregelen worden opgevolgd voor de MRSA-positieve medewerker wanneer de uitslag van de MRSA-test positief is.
  • Het werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden wordt opgeheven wanneer de uitslag van de MRSA-test negatief is.

9.2.2 Medewerker met laag risico op MRSA-dragerschap (risicocategorie 3)

  • De medewerker met laag risico op MRSA-dragerschap wordt getest op de aanwezigheid van MRSA.

9.3 Beëindiging MRSA-positieve status medewerker

  • De medewerker wordt MRSA-vrij verklaard als minimaal drie opeenvolgende MRSA-testen negatief zijn met tussenpozen van minimaal vijf dagen; de MRSA-test afgenomen op twee maanden en minimaal één jaar na de eerste MRSA-test negatief is én de medewerker geen antibiotica gebruikte tijdens en minstens 48 uur voorafgaand aan de afname van materiaal voor de MRSA-test.

10. Beleid bij MRSA-epidemie

  • Het ‘Outbreak Management Team’ wordt bij elkaar geroepen bij een epidemie met MRSA.
  • Het uitbraakprotocol dat vastgesteld is in de infectiecommissie wordt opgevolgd.

11. Ringonderzoek bij onbeschermd contact met MRSA-drager

  • Na onbeschermd contact en onvoldoende beschermd contact met een MRSA-drager wordt een ringonderzoek uitgevoerd in overleg met deskundigen zoals een arts-microbioloog, internist-infectioloog, kinderarts en een deskundige infectiepreventie.

11.1 Opnamestop op afdeling

  • Er wordt een opnamestop ingesteld op een afdeling als MRSA-transmissie plaats blijft vinden ondanks de geldende infectiepreventiemaatregelen.

12. Polikliniekbezoek

  • Er worden geen extra infectiepreventiemaatregelen(buiten de algemene voorzorgsmaatregelen) genomen voor alle patiënten met (verdenking op) MRSA bij bezoek aan de polikliniek.
  • Patiënten verdacht van MRSA-dragerschap die de polikliniek bezoeken worden alleen op de aanwezigheid van MRSA getest als er sprake is van een opname in het ziekenhuis.