How can we help?

WIP-richtlijn Microbiologische veiligheid in diagnostische laboratoria (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

2. Bouw- en inrichtingseisen

  • Er is een luchtstroming van buiten het laboratorium naar de werkruimte van het laboratorium.
  • De werkplek voor administratieve werkzaamheden is buiten de werkruimte van het laboratorium ingericht of de administratieve werkzaamheden van de natte en droge laboratoriumwerkzaamheden is gescheiden.
  • Er zijn voldoende persoonlijke beschermings- en hulpmiddelen om alle voorkomende handelingen in de werkruimte van het laboratorium veilig uit te voeren.
  • Er wordt voor de bouw van de werkruimten van het laboratorium gebruik gemaakt van werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren die afgewerkt zijn met een niet-absorberend materiaal.
  • Er wordt voor de bouw van de werkruimten van het laboratorium gebruik gemaakt van werkoppervlakken die bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia.
  • Er wordt voor de bouw van de werkruimten van het laboratorium gebruik gemaakt van werkoppervlakken die gemakkelijk zijn schoon te maken.
  • De werkruimte zijn voorzien van een wastafel en een zeep- en een alcoholdispenser, waarbij de kraan van de wastafel en de dispenser te bedienen zijn zonder de handen daarbij te gebruiken.
  • De werkruimte zijn voorzien van een kapstok voor de werkkleding.
  • De deur van de werkruimte van het laboratorium is voorzien van een kijkvenster.
  • De vloer is voorzien van een opstaande naadloze plint.
  • Het microbiologische veiligheidskabinet is niet geplaatst bij deuren of in een gebied met drukke verkeersbewegingen.

2.1 Afvoersysteem vloeistoffen

  • Er wordt gebruik gemaakt van een afsluitbaar gesloten afvoersysteem voor afvoer van vloeistoffen, waarbij terugslag niet mogelijk is.

3. Apparatuur, aanschaf en onderhoud

  • Er worden alleen apparatuur gebruikt waarvan de fabrikant in de bijsluiter expliciet heeft vermeld dat de te gebruiken reinigings- en desinfectiemiddelen voldoen aan de wettelijke eisen.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een apparatuur die de vorming- en verspreiding van aerosolen tegengaat, de zogenoemde zelfinperkende apparatuur.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een geautomatiseerde analyseapparatuur die alleen werkt met gesloten kap en waarbij patiëntenmateriaal uit het receptakel wordt genomen zonder deze te openen.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een microbiologisch veiligheidskabinet dat minstens voldoet aan klasse IIA van de EN norm 12469.

3.1 Aanschaffen apparatuur

  • Bij de besluitvorming over de aanschaf van laboratoriumapparatuur wordt de mogelijkheid voor desinfectie en zelfinperking van aerosolen zwaar meegewogen.
  • Er wordt apparatuur met automatische gegevensverwerking aangeschaft.
  • Er wordt gebruik gemaakt van geautomatiseerde analyseapparatuur die alleen werkt met gesloten kap en waarbij patiëntenmateriaal uit het receptakel wordt genomen zonder deze te openen.

3.2 Onderhoud en reparatie apparatuur

  • Voor het aanbieden van apparatuur voor montage of reparatie worden de infectiepreventiemaatregelen toegepast die beschreven staan in de WIP-richtlijn: Microbiologische veiligheid bij onderhoud aan medische- en laboratorium-apparatuur.

4. Persoonlijke hygiëne

  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden niet te likken aan etiketten.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden niet te eten, te drinken of kauwgum te kauwen in de werkruimte.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden geen schrijfgerei in de mond of achter het oor te steken.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden het gezicht (vooral mond, ogen, neus) niet aan te raken.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden geen cosmetica aan te brengen.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden geen contactlenzen te verwijderen of in te brengen.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden lange haren op te steken of vast te binden.
  • Tijdens de laboratoriumwerkzaamheden wordt ieder extern contact met de eigen slijmvliezen voorkomen door tijdens de laboratoriumwerkzaamheden niet te ruiken aan materialen.
  • Persoonlijke bezittingen (mobieltjes, mp3-spelers, tassen, sieraden, eigen kleding etc.) worden buiten de werkruimte opgeborgen.
  • De deuren en ramen van de werkruimte zijn tijdens de werkzaamheden gesloten.
  • Er worden geen levensmiddelen en dranken in de werkruimte van het laboratorium bewaard en genuttigd.

4.1 Handhygiëne

  • Handhygiëne wordt voor en na het werken in het microbiologische veiligheidskabinet toegepast.
  • Handhygiëne wordt na het uittrekken van de handschoenen toegepast.
  • Handhygiëne wordt bij het verlaten van de werkruimte van het laboratorium toegepast.

4.2 Laboratoriumjas, schoeisel en eigen kleding

  • In de werkruimte van het laboratorium wordt een gesloten ruimtegebonden laboratoriumjas of andere ruimtegebonden gesloten laboratoriumkleding gedragen.
  • Bij werkzaamheden in het biologische veiligheidskabinet wordt gebruik gemaakt van een laboratoriumjas met een achtersluiting waarvan de mouwen voorzien zijn van een elastische manchet die de pols goed omsluit.
  • Er wordt gesloten schoeisel gedragen.
  • Eigen kleding die niet gedragen wordt zoals vest en trui worden opgehangen in een daarvoor bestemde ruimte buiten de werkruimte van het laboratorium.
  • Bij het verlaten van de werkruimte van het laboratorium wordt de laboratoriumjas op de daarvoor bestemde kapstok in de werkruimte gehangen.

4.3.1 Oogbescherming en handschoenen

  • Er wordt oogbescherming gedragen bij kans op spatten en wanneer geïndiceerd zoals in de uitsnij-ruimte, bij het werken met vloeibare stikstof, bij het werken met agressieve, toxische of carcinogene vloeistoffen of chemicaliën en bij vorming van aerosolen.
  • Er worden goed passende handschoenen (bij voorkeur allergeenvrij) gedragen, bij direct contact met patiëntenmateriaal en wanneer geïndiceerd.

5. Werkvoorschriften

  • Alle commercieel verkrijgbare en niet-commercieel verkrijgbare biologische producten worden beschouwd als potentieel besmet met pathogene micro-organismen.

5.1 Aerosolen

  • De vorming van aerosolen wordt beperkt.
  • Handelingen waarbij beperking van aerosolvorming niet geheel mogelijk is zoals homogeniseren, vortexen met open receptakel en ultrasoon trillen worden uitgevoerd in een microbiologisch veiligheidskabinet klasse IA, IIA (EN-norm 12469) of in een goed werkende zuurkast.

5.2 Administratie

  • De gegevens worden automatisch verwerkt.
  • Papieren voorschriften worden geplastificeerd.

5.3 Pipetteren

  • Voor het overhevelen of het verdelen van vloeibaar patiëntenmateriaal wordt gebruik gemaakt van een pipethulp met een meet- of volpipet voorzien van een filter, een ‘air-displacement’ pipet met een steriliseerbare tiphouder en tip-afschieter in combinatie met een filtertip of een ‘positive-displacement pipet’.
  • Om aerosolvorming te voorkomen laat men de vloeistof altijd rustig zonder te forceren (niet uitblazen) langs een oppervlak uit de pipet stromen.

5.3.1 Meet- en volpipetten

  • Er wordt door de expertgroep een voorkeur uitgesproken voor kunststof wegwerppipetten.

5.4 Centrifugeren

  • Patiëntenmateriaal wordt gecentrifugeerd in gesloten onbreekbare receptakels in met schroefdeksel afgesloten buizenhouder of in een gesloten rotor.
  • De receptakels worden gevuld en gesloten met aerosool beperkende maatregelen.
  • De receptakels worden tot maximaal tweederde deel gevuld.
  • Bij in- en uitplaatsen van de receptakels worden er handschoenen gedragen.
  • Er wordt gebruik gemaakt van centrifuges die automatisch vergrendelen.
  • De afgesloten receptakelhouders of de afgesloten rotor worden geopend met aerosool beperkende maatregelen (bijvoorbeeld in een microbiologisch veiligheidskabinet of nadat de centrifuge tien minuten stil heeft gestaan).
  • Er wordt gecontroleerd op lekkage van de receptakels in de receptakelhouder of rotor.

5.5 Homogeniseren

  • Weefsel wordt in een microbiologisch veiligheidskabinet klasse IA, IIA of in een goed werkende zuurkast gehomogeniseerd.
  • De ‘homogenisator’ wordt na gebruik gereinigd en gedesinfecteerd.

5.6.1 ‘Ultra-low’ vriezer

  • Er wordt gebruik gemaakt van speciale isolerende handschoenen wanneer de huid direct in contact kan komen met de koude delen van de installatie.

5.6.2 Vloeibare stikstof

  • De tank met vloeibare stikstof is in een ruimte met een zuurstofmeter geplaatst, waarbij een audio en een visueel alarmsignaal afgaat als het zuurstofgehalte in de ruimte te laag is.
  • Er wordt niet in een afgesloten ruimte waarin zich een tank met vloeibare stikstof bevindt gewerkt.
  • Er wordt bij gebruik van vloeibare stikstof en bij het in- en uitplaatsen van monsters in een stikstofbewaarvat indien zich in de bewaarruimte van dit vat vloeibare stikstof bevindt, een gelaatscherm gedragen.
  • Er wordt gebruik gemaakt van speciale isolerende handschoenen wanneer de kans bestaat dat de handen in contact komen met vloeibare stikstof of met koude delen van de installatie.
  • Er wordt gebruik gemaakt van koudebestendige receptakels bij opslag van patiëntenmateriaal in een opslagtank met vloeibare stikstof.
  • Het patiëntenmateriaal wordt in de gasfase van de vloeibare stikstof opgeslagen.

5.7 Microbiologisch veiligheidskabinet

  • Het microbiologische veiligheidskabinet staat voor aanvang van het experiment en tussen twee experimenten minimaal 10 minuten aan of gedurende de door de fabrikant aangegeven tijdsduur.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door alleen de noodzakelijke voorwerpen naast elkaar in het microbiologische veiligheidskabinet te plaatsen.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door de luchtroosters aan de voor- en achterzijde van het werkblad niet te blokkeren
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door rustige beheerste bewegingen te maken.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door diep in het microbiologische veiligheidskabinet te werken en niet half daarbuiten.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door geen grote apparatuur in het microbiologische veiligheidskabinet te plaatsen zoals centrifuges.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door geen bunsenbrander te gebruiken.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door niet op korte afstand langs het microbiologisch veiligheidskabinet te lopen.
  • De luchtstroom in het microbiologische veiligheidskabinet klasse wordt zo min mogelijk gestoord door de deuren van de ruimte zo veel mogelijk gesloten te houden tijdens de werkzaamheden.
  • Er wordt in het microbiologische veiligheidskabinet klasse altijd gewerkt van ‘schoon’ naar ‘vuil’.
  • Besmet verbruiksmateriaal wordt tijdens de werkzaamheden in het microbiologische veiligheidskabinet gehouden.
  • Voor verwijdering uit het microbiologische veiligheidskabinet wordt eerst de buitenzijde van alle gebruiksvoorwerpen in het microbiologische veiligheidskabinet gedesinfecteerd met alcohol 70%.
  • Er wordt een contacttijd van de alcohol met het oppervlak van 30 seconden gehanteerd of de door de fabrikant voorgeschreven contacttijd en het oppervlak wordt aan de lucht gedroogd.
  • Het microbiologische veiligheidskabinet wordt uit of in de ‘stand by’ positie gezet nadat deze na beëindiging van de werkzaamheden minimaal tien minuten of de door de firma opgegeven hersteltijd heeft aangestaan.
  • Na de werkzaamheden wordt de werkopening van het microbiologische veiligheidskabinet gesloten.
  • Er wordt direct met de werkzaamheden gestopt bij onverwachte uitval van het microbiologische veiligheidskabinet en wanneer het alarm afgaat vanwege een verstoorde in- of downflow; eventueel geopende receptakels worden gesloten, het werkblad wordt zo nodig gesloten en de werkopening wordt afgesloten.
  • De werkzaamheden worden hervat wanneer het microbiologische veiligheidskabinet minimaal tien minuten of de door de firma opgegeven hersteltijd heeft aangestaan.

5.8 Microtoom en cryostaat

  • Een vriescoupe wordt altijd met een gesloten kap gesneden.
  • Het snijafval uit de microtoom en cryostaat wordt dagelijks of na gebruik verwijderd.
  • Voor het snijden van het weefsel in microtoom en cryostaat wordt gebruik gemaakt van een wegwerpmes.

5.9 Receptakels

  • Er wordt gebruik gemaakt van kunststof receptakels voor opslag van patiëntenmateriaal.
  • Er wordt gebruik gemaakt van receptakels met een schroefdop.
  • Receptakels met aerosool worden gevuld, gesloten en geopend met beperkende maatregelen.
  • De stop of deksel van een receptakel wordt tussen vinger en duim in een draaiende beweging verwijderd.

5.9.1 Receptakels voor bloed

  • Er wordt gebruik gemaakt van receptakels met gels of korrels voor het scheiden van bloedcomponenten.

5.10 Ultrasoonbad

  • Er wordt gebruik gemaakt van ultrasoonbad in een microbiologisch veiligheidskabinet klasse IA, IIA (EN-norm 12469) of in een goed werkende zuurkast.

5.11 Transport van receptakels met diagnostisch patiëntenmateriaal

  • De buitenzijde van de receptakel wordt zo nodig voor transport gereinigd en gedesinfecteerd.

5.11.1 Intern transport

  • Er wordt gebruik gemaakt van lekvrij plastic verpakkingsmateriaal.
  • Patiëntenmateriaal wordt in breuk en lekvrije receptakels vervoerd.
  • De receptakels worden rechtop in rekken vervoerd.
  • Voor buizenpost worden schok- en lekvrij onbreekbare plastic patronen gebruikt.
  • Ontvangen receptakels met patiëntenmateriaal worden uitgepakt op een daarvoor bestemde werkplek.

5.12 Vacuümpompen

  • Er wordt voor het aanleggen van vacuüm alleen gebruik gemaakt van vacuümpompen of –systemen en er worden geen waterstraalluchtpompen gebruikt.
  • Vacuümpompen en -systemen voor vriesdrogen zijn voorzien van een hydrofoob absoluutfilter.
  • Het hydrofoob absoluutfilter wordt minimaal om de 6 maanden en direct bij disfunctioneren vervangen.

5.13 Vortexen

  • Vortex open receptakels worden uitgevoerd in een microbiologisch veiligheidskabinet klasse IA, IIA (EN-norm 12469) of in een goed werkende zuurkast.

6.1 Maatregelen bij morsen

  • Zichtbare verontreinigingen met bloed of andere lichaamsvochten op de vloer en andere voorwerpen worden gereinigd en vervolgens met alcohol 70% of indien het oppervlak groter is dan 0,5 m2 met chloor 1000 ppm gedesinfecteerd.
  • Het object is voorafgaand aan desinfectie droog.
  • Er wordt een minimale contacttijd van vijf minuten voor de chlooroplossing en een contacttijd van 30 seconden voor alcohol 70% gehanteerd.

6.1.1 Uitvoering reiniging en desinfectie bij morsen

  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen worden niet-steriele handschoenen aangetrokken.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen wordt rondom de besmetting absorberend papier gelegd.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen wordt de besmette plek met wegwerpschoonmaakmateriaal gereinigd en wordt eventueel eerst het vocht opgenomen met behulp van een tissue.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen wordt het absorberende papier weggehaald.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen wordt de gehele besmettingsplek gedesinfecteerd met een desinfectans.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen wordt het gebruikte papier en het schoonmaakmateriaal afgevoerd.
  • Bij het reinigen en desinfecteren van besmette oppervlakken, meubilair of voorwerpen worden de handschoenen uitgetrokken en wordt handhygiëne toegepast.

6.2 Centrifuge

  • De binnen- en de buitenkant van de rotor en het bijbehorende deksel, de buizenhouders en de bijbehorende afsluitdeksels en de rotorkamer van de centrifuge worden wekelijks en direct na lekkage gereinigd en chemisch gedesinfecteerd.
  • Bij het reinigen en chemisch desinfecteren van de centrifuge worden stevige handschoenen aangetrokken.
  • Bij het reinigen en chemisch desinfecteren van de centrifuge worden alle onderdelen gereinigd met water en zeep en worden de onderdelen afgedroogd.
  • Bij het reinigen en chemisch desinfecteren van de centrifuge worden de rotor of buizenhouders met bijbehorende deksel(s) ondergedompeld in een desinfectans dat door de leverancier wordt aanbevolen.
  • Bij het reinigen en chemisch desinfecteren van de centrifuge worden de door de fabrikant voorgeschreven contacttijd gehanteerd.
  • Bij het reinigen en chemisch desinfecteren van de centrifuge wordt het desinfectans na de correcte contacttijd verwijderd en worden zonodig de gedesinfecteerde onderdelen afgespoeld met leidingwater.
  • De rubberen onderdelen van de centrifuge worden voorafgaand aan het centrifugeren gecontroleerd en de rubberen onderdelen worden zonodig vervangen of behandeld volgens voorschrift van de fabrikant als ze uitgedroogd zijn.

6.3 Koelkast en vriezer (-20 ˚Celsius)

  • De koelkast wordt maandelijks schoon of eerder bij zichtbare verontreiniging schoongemaakt en de koelkast wordt gedroogd voor ingebruikname.
  • De vriezer (-20 ˚Celsius) wordt jaarlijks schoon of eerder bij zichtbare verontreiniging schoongemaakt en de vriezer wordt gedroogd voor ingebruikname.
  • De koelkast en de vriezer worden direct bij zichtbare verontreiniging met patiëntenmateriaal gereinigd, gedroogd en gedesinfecteerd.

6.4 Laboratoriumjas

  • De laboratoriumjas wordt dagelijks en direct na morsen of spatten met patiëntenmateriaal op de laboratoriumjas vervangen.

6.5 Laboratoriumtafel, wand en vloer

  • De laboratoriumtafel wordt bij aanvang en na beëindiging van de werkzaamheden gedesinfecteerd, en de laboratoriumtafel wordt direct bij zichtbare verontreiniging gereinigd en gedesinfecteerd.
  • De wand of vloer wordt direct na verontreiniging met patiëntenmateriaal gereinigd en gedesinfecteerd.

6.6 Microbiologisch veiligheidskabinet

  • Het werkoppervlak en de luchtroosters van het microbiologische veiligheidskabinet worden met alcohol 70% voor en na afloop van de werkzaamheden gedesinfecteerd.
  • Er wordt een contacttijd van de alcohol met het oppervlak van 30 seconden gehanteerd of de door de fabrikant voorgeschreven contacttijd en het oppervlak wordt aan de lucht gedroogd.
  • Alle voorwerpen worden voor plaatsing in het microbiologische veiligheidskabinet klasse eerst met alcohol 70% gedesinfecteerd.
  • Er wordt een contacttijd van de alcohol met het oppervlak van 30 seconden gehanteerd of de door de fabrikant voorgeschreven contacttijd en het oppervlak wordt aan de lucht gedroogd voor plaatsing.
  • Het microbiologische veiligheidskabinet wordt bij zichtbare verontreiniging met patiëntenmateriaal gereinigd, gedroogd en gedesinfecteerd.
  • Het microbiologische veiligheidskabinet wordt na desinfectie nog tien minuten aan gelaten voor het hervatten van de werkzaamheden of gedurende de door de firma opgegeven hersteltijd.

6.7 Microtoom en cryostaat

  • De microtoom en de cryostaat worden wekelijks en direct met zichtbare verontreiniging met warm water en zeep gereinigd.
  • De gereinigde en volledig aan de lucht gedroogde microtoom of cryostaat wordt gedesinfecteerd met alcohol 70%.
  • Bij het desinfecteren van de microtoom of cryostaat wordt een contacttijd van alcohol 70% aangehouden van minstens 30 seconden.

6.8 Oogbescherming

  • De oogbeschermer wordt iedere dag en direct bij zichtbare verontreiniging met warm water en zeep gereinigd.
  • De oogbeschermer wordt direct na besmetting met patiëntenmateriaal gereinigd en gedesinfecteerd.

6.9 Analyseapparatuur

  • Aan het eind van de werkdag wordt het toetsenbord of ‘touch screen’ van de analyseapparatuur volgens voorschrift van de fabrikant gereinigd.
  • De analyseapparatuur (in- en uitwendig) wordt volgens voorschrift van de fabrikant gereinigd en gedesinfecteerd.

6.10.1 Automatische pipetten en pipethulpen

  • De pipet (pipethouder inclusief de tipafschieter en tiphouder) van ‘air-displacement’ pipetten en de pipethulp worden na beëindiging van het pipetteren afgenomen met een door de fabrikant voorgeschreven desinfectans of met alcohol 70%.
  • De pipet wordt aan de lucht gedroogd.
  • Bij het desinfecteren van de pipet wordt de voorgeschreven contacttijd van het desinfectans gehanteerd.

6.10.2 Glazen pipetten

  • Glazen pipetten worden direct na gebruik in een desinfecterende bewaarvloeistof geplaatst.
  • De glazen pipetten worden gereinigd en gedroogd en er wordt vervolgd met thermische desinfectie of autoclaveren, volgens voorschrift van de fabrikant.

6.11 Receptakels

  • Een aan de buitenzijde vervuilde receptakel wordt direct gereinigd en gedesinfecteerd.

6.12 Stoof zonder water

  • De stoof wordt maandelijks of eerder bij zichtbare verontreiniging gereinigd, gedroogd en gedesinfecteerd.

6.13 Waterbad en CO2-stoof

  • Groei van micro-organismen in een waterbad wordt voorkomen door aan het water in het waterbad en aan het waterbad in de CO2-stoof een middel toe te voegen dat bacteriegroei tegengaat.
  • De watertemperatuur wordt eenmaal per week tot tenminste 80° Celsius gedurende tien minuten verhit.
  • Het waterbad wordt maandelijks of vaker indien nodig (te zien aan de kleurindicator)geleegd, het wordt huishoudelijk gereinigd, gedroogd en gevuld met schoon water.

7. Vast- en vloeibaar biologisch afval

  • Biologisch vast- en vloeibaar afval wordt afgevoerd volgens het Landelijk Afval Beheerplan.