How can we help?

WIP-richtlijn Hygiënemaatregelen: Toediening medicatie & vloeistoffen (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

2.1 Vloeistoffen

  • Vloeistoffen voor de bereiding van medicatie uit één flacon/infuuszak worden alleen patiëntgebonden gebruikt.
  • Aangesloten infuusflessen of –zakken worden maximaal 24 uur aangehangen, met uitzondering van infuusflessen of –zakken met bloed of bloedderivaten.
  • Vloeistoffen worden in de opengebroken ampul of aangeprikte flacon/infuuszak verbruikt binnen de door de apotheek aangegeven tijdsduur.
  • De uiterste verbruiksdatum van ampul/flacon/infuuszak wordt voor gebruik gecontroleerd.
  • De ampullen/flacons/infuuszakken worden op de door de fabrikant voorgeschreven wijze bewaard.
  • De ampul/flacon/infuuszak wordt verwijderd wanneer deze beschadigd is, zichtbare vochtplekken heeft of zichtbaar vervuild is en als blijkt dat deze niet volgens voorschrift van de apotheek is opgeslagen.

3.1 Vloeistofafname

  • Handhygiëne wordt toegepast voor afname van vloeistof uit een ampul/flacon/infuuszak of voor een reeks elkaar op volgende afnamen.
  • Het aanprikpunt van flacon/infuuszak wordt gedesinfecteerd met alcohol 70%.
  • Er wordt een contacttijd gehanteerd van minimaal 30 seconden en laat het aanprikpunt volledig aan de lucht drogen.
  • De ampul en de flacon/infuuszak worden pas gebroken en aangeprikt direct voor de vloeistofafname.
  • Voor meervoudige vloeistofafname wordt gebruik gemaakt van infuuspinnen.
  • Er wordt bij vloeistofafname uit een flacon/infuuszak met een infuuspin iedere keer een nieuwe steriele wegwerpspuit gebruikt.
  • De infuuspin wordt tegelijk met de infuuszak vervangen.
  • Bij vloeistofafname uit een flacon/infuuszak zonder infuuspin wordt iedere keer gebruikt gemaakt van een nieuwe steriele wegwerpnaald (opzuignaald) en steriele wegwerpspuit om de vloeistof uit de flacon/ infuuszak op te zuigen.
  • De opzuignaald van de spuit wordt verwijderd en afgevoerd in de daarvoor bestemde container.

3.2 Vloeistoftoediening

  • Er wordt handdesinfectie toegepast voor het toedienen van een injectie.
  • De huid wordt voorafgaand aan vloeistoftoediening gedesinfecteerd via een injectie.
  • Er wordt voor alle injecties gebruik gemaakt van een steriele wegwerpnaald.
  • Er wordt een nieuwe steriele wegwerpnaald genomen voor een volgende poging na een mislukte intraveneuze injectie met volledig terugtrekken van de naald uit de patiënt.
  • Bij het uitvoeren van een injectie waarvoor een steriel werkveld is vereist, draagt de uitvoerende altijd een chirurgisch mondneusmasker, oogbescherming, een muts en steriele beschermende kleding.
  • De assisterende medewerker draagt een muts en mondneusmasker.
  • Er wordt gebruik gemaakt van patiëntgebonden toedieningsystemen.
  • Een al dan niet lege infuuszak wordt na afkoppeling van het patiëntgebonden infuussysteem direct weggegooid.
  • De overgebleven medicatie wordt na gebruik bij een patiënt direct in de daarvoor bestemde container geplaatst.

3.2.1 In een vene

  • Er wordt bij intraveneuze toediening gebruik gemaakt van medicatie of andere vloeistoffen verpakkingen met daarin een hoeveelheid vloeistof voor één patiënt of kant-en-klaar gemaakte spuiten van de apotheek met daarin de benodigde hoeveelheid voor iedere patiënt.

4. Afval

  • Biologisch vast- en vloeibaar afval wordt afgevoerd volgens het Landelijk Afval Beheerplan