How can we help?

WIP-richtlijn Gentherapie (Ziekenhuizen)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

4. Ontvangst en gereedmaken voor toediening van GGO

  • Ontvangst van GGO in het ziekenhuis vindt plaats in de apotheek.
  • In de apotheek vindt ook de voorlopige opslag van het materiaal plaats.

5. Intern vervoer

  • Het materiaal is tijdens vervoer verpakt in een gesloten, breukvaste en lekdichte container.
  • De buitenkant van de container wordt gedesinfecteerd, voordat deze de bereidingsruimte verlaat.
  • Een container met ML-II-geclassificeerd materiaal is aan de buitenzijde voorzien van een biohazard-teken.

6.1 Ruimte bij inhalatietherapie

  • De luchtstromingen zijn zo geregeld dat er onderdruk in de isolatiekamer ontstaat, zodat deze ruimte voor bronisolatie gebruikt kan worden.

6.2 Ruimte bij inspuiten

  • Er wordt voor gezorgd dat tijdens het toedienen van het GGO geen overbodige voorwerpen en materialen in de (mogelijke) spatzone aanwezig zijn.
  • Apparatuur die in de spatzone moet blijven staan, worden afgedekt.

6.2.1 Operatiekamer

  • De operatiekamer wordt na beëindiging van de operatie gereinigd en gedesinfecteerd, of indien mogelijk, direct na toediening van het gentherapiegeneesmiddel.
  • Desinfectie vindt plaats met het in de vergunning aangegeven desinfectans.
  • De gebruikte schoonmaterialen worden na de schoonmaak afgevoerd als afval zonder infectierisico.

6.2.2 Röntgenkamer en zelfstandige behandelkamer

  • De röntgenkamer en behandelkamer worden na toediening van het gentherapiegeneesmiddel gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Desinfectie vindt plaats met het in de vergunning aangegeven desinfectans.

6.2.3 Eenpersoonspatiëntenkamer

  • Over de standaard matrashoes en over het kussen wordt een vochtwerende onderlegger gedaan, zodat bij morsen besmetting van de matras en het kussen wordt voorkomen.

6.3 Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • De bij de toediening aanwezige medewerkers dragen handschoenen, een vochtwerend schort, operatiemuts, mondneusmasker (EN 149-2001, type FFP2) enoogbescherming.
  • Bij een operatieve ingreep gebruikt het operatieteam steriele handschoenen en een steriele vochtwerende schort
  • Er wordt gebruik gemaakt van een vochtwerende schort dat de gewone werkkleding volledig bedekt en beschermt tegen doorlekken.
  • Wanneer bij het toedienen van het GGO de kans bestaat dat de patiënt spatten in de ogen of op de slijmvliezen krijgt, draagt de patiënt persoonlijke beschermingsmiddelen in de vorm van oogbescherming en een mondneusmasker (EN 149-2001, type FFP2).
  • Het uittrekken/afdoen van de gebruikte beschermingsmiddelen vindt plaats in de operatiekamer of de sluis van de isolatiekamer.
  • Het uittrekken/afdoen van de gebruikte beschermingsmiddelen geschiedt in de volgorde: handschoenen (na het uittrekken van de handschoenen wordt handhygiëne toegepast) – oogbescherming – operatiemuts – vochtwerende schort – mondneusmasker (na het uittrekken van het mondneusmasker wordt hygiëne toegepast).
  • Wanneer operatieklompen worden gedragen, worden deze direct na gebruik naar de klompenwasmachine gebracht.

6.4.1 Algemene maatregelen bij toedienen

  • Alleen personen die direct bij de toediening van het materiaal of bij uitvoering van het gentherapie-protocol betrokken zijn, zijn tijdens de ingreep aanwezig.
  • Wanneer sprake is van een operatieve ingreep, draagt de operateur vanaf het moment van toediening tot het sluiten van de wond dubbele handschoenen.
  • Het inspuiten van het GGO vindt voorzichtig plaats, zodat zo weinig mogelijk aërosolen vrijkomen en er geen kans op spatten is.
  • Er wordt gebruik gemaakt van injectienaalden en spuiten met een koppelsysteem dat het risico op het losschieten van naalden vermindert.
  • Indien een drain wordt aangebracht, wordt vóór het vervoer van de patiënt de redonpot verpakt in een plastic zak en afgeplakt voorbij de aansluiting van de slang.

6.4.2 Extra maatregelen bij toedienen inhalatietherapie

  • Er is op de uitlaat van de uitgeademde lucht van het toedieningssysteem een HEPA filter geplaatst.

6.5 Maatregelen bij morsen

  • Men trekt bij het morsen met GGO-materiaal op oppervlakken, meubilair of voorwerpen niet-steriele handschoenen aan.
  • Na het aantrekken van de handschoenen legt men rondom de besmetting absorberend papier.
  • De besmette plek wordt met wegwerpschoonmaakmateriaal gereinigd. Eventueel wordt vocht eerst opgenomen met behulp van een tissue.
  • Na het reinigen van de besmette plek met wegwerpschoonmaakmateriaal wordt het absorberende papier weggehaald.
  • Na het weghalen van het absorberende papier wordt de gehele plek van besmetting gedesinfecteerd met het in de vergunning aangegeven desinfectans.
  • Na het desinfecteren van de gehele plek wordt het gebruikte papier afgevoerd als afval met infectierisico.
  • Tenslotte worden de handschoenen uitgetrokken en wordt er handhygiëne toegepast.

6.6 Afval

  • Na het inspuiten van de GGO worden spuit en eventueel resterend GGO-materiaal verder behandeld als afval met infectierisico.
  • Vóór het verlaten van de operatiekamer/ behandelruimte/ patiëntenkamer worden wegwerpjas, handschoenen, muts en mondneusmasker uitgetrokken dan wel afgedaan en verder als afval met infectierisico afgevoerd naar de destructie-autoclaaf.
  • Gebruikt afdekmateriaal (plastic) voor apparatuur wordt als afval met infectierisico afgevoerd.
  • Alle materiaal dat besmet is geraakt wordt verzameld, hierbij gebruikte hand-schoenen worden weggegooid in de afvalcontainer.

6.7 Gebruikt instrumentarium

  • Gebruikt instrumentarium wordt gedesinfecteerd in de ruimte waar het gentherapiegeneesmiddel is toegediend en daarna conform de WIP-richtlijn: ‘Transport en verwerking gebruikt instrumentarium’ vervoerd naar de centrale sterilisatie afdeling.
  • Desinfectie vindt plaats met het in de vergunning aangegeven desinfectans.

6.8 Beddengoed

  • Beddengoed dat gebruikt is tijdens toediening met een ML-I-ingeschaald geneesmiddel wordt na gebruik rechtstreeks met het wasgoed naar de wasserij afgevoerd.
  • Wanneer het beddengoed zichtbaar is besmet, wordt het eerst geautoclaveerd.
  • Wegwerplinnengoed dat gebruikt is tijdens toediening met een ML-I-ingeschaald geneesmiddel wordt weggegooid als afval zonder infectierisico.
  • Wanneer het wegwerplinnengoed zichtbaar is besmet wordt het afgevoerd als afval met infectierisico.
  • Beddengoed dat gebruikt is tijdens toediening van een ML-II-ingeschaald geneesmiddel wordt altijd geautoclaveerd.
  • Wegwerplinnengoed dat gebruikt is tijdens toediening van een ML-II-ingeschaald geneesmiddel wordt afgevoerd als afval met infectierisico.

7. Isolatiemaatregelen na toediening

  • Patiënten worden verpleegd op een éénpersoonskamer, in “contactisolatie”, tenzij de vergunning anders voorschrijft.
  • In de vergunning van het ministerie van VROM wordt aangegeven óf en gedurende welke periode,

8. Maatregelen functie-afdelingen

  • De verwijzende afdeling instrueert de functie-afdelingen over extra te nemen maatregelen, bijvoorbeeld ten aanzien van desinfectie en verwerking van afval en linnengoed.

9. Maatregelen voor laboratoria bij onderzoek patiëntenmateriaal

  • Het materiaal wordt aangeleverd in een gesloten, breukvaste en lekdichte verpakking.
  • ML-II-geclassificeerd materiaal is aan de buitenzijde voorzien van een biohazard-teken.
  • Met GGO besmet patiëntenmateriaal wordt niet via de buizenpost getransporteerd.
  • Al het patiëntenmateriaal wordt na verwerking geautoclaveerd of wordt als afval met infectierisico afgevoerd.
  • Alle materialen en apparatuur die in contact komen met het patiëntenmateriaal worden direct na afloop van de werkzaamheden gedesinfecteerd.
  • Desinfectie vindt plaats met het in de vergunning aangegeven desinfectans.
  • De werkplek wordt direct na afloop van de werkzaamheden gedesinfecteerd met het desinfectans dat in de vergunning is aangegeven.