How can we help?

ISO 14001

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

4.1 Milieumanagementsysteemeisen – algemene eisen

  • De organisatie richt een milieumanagementsysteem in, en documenteert, implementeert, onderhoudt en verbetert deze continu overeenkomstig de eisen van deze internationale nom en stelt vast hoe zij aan de eisen zal gaan voldoen.
  • De organisatie definieert en documenteert het toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem.

4.2 Milieubeleid

  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem geschikt is voor de aard, omvang en milieueffecten van haar activiteiten, producten en diensten.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een verbintenis bevat tot continue verbetering en voorkomen van milieuvervuiling.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een verbintenis bevat om te voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke eisen en aan andere eisen die de organisatie onderschrijft en die betrekking hebben op de milieuaspecten van de organisatie.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een kader biedt om milieudoelstellingen en -taakstellingen vast te stellen en te beoordelen.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem wordt gedocumenteerd, geïmplementeerd en bijgehouden.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem wordt kenbaar gemaakt aan alle personen die voor of namens de organisatie werkzaam zijn.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem beschikbaar is voor het publiek.

4.3.1 Milieuaspecten

  • De organisatie stelt een procedure vast, implementeert deze procedure en houdt deze bij om de milieuaspecten de identificeren van haar activiteiten, producten en diensten binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van het milieumanagementsysteem, die zij kan beheersen en die welke zij kan beïnvloeden, rekening houdend met geplande of nieuwe ontwikkelingen, of nieuwe of gewijzigde activiteiten, producten en diensten.
  • De organisatie stelt een procedure vast, implementeert deze procedure en houdt deze bij om te bepalen welke aspecten (een) belangrijk(e) effect(en) hebben of kunnen hebben voor het milieu (d.w.z belangrijke milieuaspecten).
  • De organisatie documenteert deze informatie en houdt de informatie actueel.
  • De organisatie bewerkstelligt dat bij het inrichten, implementeren en onderhouden van haar milieumanagementsysteem rekening gehouden wordt met de belangrijke milieuaspecten.

4.3.2 Wettelijke en andere eisen

  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om de van toepassing zijnde wettelijke eisen en andere eisen die de organisatie onderschrijft en die betrekking hebben op de milieuaspecten van de organisatie, te identificeren en daar toegang toe te hebben.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om vast te stellen hoe deze eisen van toepassing zijn op haar milieuaspecten.
  • De organisatie bewerkstelligt dat bij het inrichten, implementeren en onderhouden van haar milieumanagementsysteem rekening wordt gehouden met deze van toepassing zijnde wettelijke eisen en andere eisen die de organisatie onderschrijft.

4.3.3 Doelstellingen, taakstellingen en programma(s)

  • De organisatie stelt gedocumenteerde milieudoelstellingen en -taakstellingen vast, implementeert deze en houdt deze bij voor de relevante functies en niveaus binnen de organisatie.
  • De doel- en taakstellingen zijn meetbaar waar dit praktisch uitvoerbaar is en in overeenstemming met het milieubeleid, met inbegrip van de verbintenissen tot het voorkomen van milieuvervuiling, tot naleving van de van toepassing zijnde wettelijke eisen en andere eisen die de organisatie onderschrijft en tot continue verbetering.
  • Een organisatie houdt bij het vaststellen en beoordelen van haar doel- en taakstellingen rekening met de wettelijke eisen en andere eisen die de organisatie onderschrijft en met haar belangrijke milieuaspecten.
  • De organisatie overweegt tevens haar technologische keuzemogelijkheden, evenals haar financiële, operationele en zakelijke eisen, en de gezichtspunten van belanghebbende.
  • De organisatie stelt (een) programma vast, implementeert dit en houdt dit bij om haar doel- een taakstellingen te halen.
  • Het (de) programma(‘s) omvat(ten) toewijzing van de verantwoordelijkheid voor het halen van doel- en taakstellingen voor de relevante functies en niveaus binnen de organisatie.
  • Het (de) programma(‘s) omvat(ten) de middelen waarmee en het tijdsbestek waarin deze doel- en taakstellingen worden gehaald.

4.4.1 Middelen, taakverdeling, verantwoordelijkheid en bevoegdheid

  • De directie draagt zorg voor de beschikbaarheid van middelen die van essentieel belang zijn voor het inrichten, implementeren, onderhouden en verbeteren van het milieumanagementsysteem. Middelen omvatten personele middelen en gespecialiseerde vaardigheden, infrastructuur van de organisatie, technologie en financiële middelen.
  • Ter bevordering van doeltreffend milieumanagement worden de taakverdeling, verantwoordelijkheden en bevoegdheden gedefinieerd, gedocumenteerd en bekend gemaakt.
  • De directie van de organisatie benoemt (een) specifieke directievertegenwoordiger(s) die, ongeacht andere verantwoordelijkheden, gedefinieerde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet(en) hebben om te bewerkstelligen dat een milieumanagementsysteem wordt ingericht, geïmplementeerd en onderhouden overeenkomstig de eisen van deze internationale norm.
  • De directie van de organisatie benoemt (een) specifieke directievertegenwoordiger(s) die, ongeacht andere verantwoordelijkheden, gedefinieerde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet(en) hebben om de prestaties van het milieumanagementsysteem ter beoordeling aan de directie te rapporteren en aanbevelingen te doen voor verbetering.

4.4.2 Bekwaamheid, training en bewustzijn

  • De organisatie bewerkstelligt dat eenieder die voor of namens de organisatie taken uitvoert, die door de organisatie geïdentificeerde belangrijke milieueffecten kunnen veroorzaken, bekwaam is op basis van geschikte opleiding, training of ervaring en bewaart de daarbij behorende registraties.
  • De organisatie identificeert de trainingsbehoeften die samenhangen met haar milieuaspecten en haar milieumanagementsysteem.
  • De organisatie voorziet in de training of treft andere maatregelen om aan deze behoeften te voldoen en bewaart de daarbij behorend registraties.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om personen die voor of namens haar werken bewust te maken van het belang van naleving van het milieubeleid en -procedures en van de eisen van het milieumanagementsysteem.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om personen die voor of namens haar werken bewust te maken van de belangrijke milieuaspecten en hieraan gerelateerde feitelijke of mogelijke effecten, die samenhangen met hun werk en de milieuvoordelen van verbeterde persoonlijke prestaties.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om personen die voor of namens haar werken bewust te maken van hun taken en verantwoordelijkheden bij het voldoen aan de eisen van het milieumanagementsysteem.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om personen die voor of namens haar werken bewust te maken van de mogelijke gevolgen indien van gespecificeerde procedures wordt afgeweken.

4.4.3 Communicatie

  • De organisatie stelt, met betrekking tot haar milieuaspecten en haar milieumanagementsysteem (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor interne communicatie tussen de verschillende functies en niveaus van de organisatie.
  • De organisatie stelt, met betrekking tot haar milieuaspecten en haar milieumanagementsysteem (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor het ontvangen, documenteren en reageren op relevante communicatie van externe belanghebbende.
  • De organisatie besluit of het extern wil communiceren over haar belangrijke milieuaspecten en documenteert haar besluit.
  • Als tot communicatie wordt besloten, stelt de organisatie (een) methode(n) voor deze externe communicatie vast en implementeert deze.

4.4.4 Documentatie

  • De documentatie van het milieumanagementsysteem bestaat uit het milieubeleid, de milieudoelstelling en – taakstellingen.
  • De documentatie van het milieumanagementsysteem bestaat uit een omschrijving van het toepassingsgebied van het milieumanagementsysteem.
  • De documentatie van het milieumanagementsysteem bestaat uit een omschrijving van de hoofdonderdelen van het milieumanagementsysteem en de interacties daartussen en verwijzingen naar ermee samenhangende documenten.
  • De documentatie van het milieumanagementsysteem bestaat uit documenten, met inbegrip van registratie, die deze internationale norm vereist.
  • De documentatie van het milieumanagementsysteem bestaat uit documenten, met inbegrip van registraties, waarvan de organisatie heeft vastgesteld dat deze nodig zijn om een doeltreffende planning, uitvoering en beheersing van processen die verband houden met de belangrijke milieuaspecten van de organisatie te bewerkstelligen.

4.4.5 Beheersing van documentatie

  • Documenten vereist door het milieumanagementsysteem en door deze internationale norm worden beheerst.
  • Registraties vormen een speciaal type document en worden beheerst overeenkomstig de in 4.5.4 gestelde eisen.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om documenten op geschiktheid goed te keuren alvorens ze worden uitgegeven.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om documenten te beoordelen en indien nodig te actualiseren, en ze opnieuw goed te keuren.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om te bewerkstelligen dat veranderingen en de actuele revisiestatus van de documenten worden geïdentificeerd.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om te bewerkstelligen dat relevante versies van de van toepassing zijnde documenten beschikbaar zijn op werkplekken.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om te bewerkstelligen dat documenten leesbaar en gemakkelijk identificeerbaar blijven.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om te bewerkstelligen dat documenten van externe oorsprong, waarvan de organisatie heeft bepaald dat ze nodig zijn voor de planning en uitvoering van het milieumanagementsysteem, worden geïdentificeerd en de verspreiding ervan wordt beheerst.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om onbedoeld gebruik van vervallen documenten te voorkomen, en geschikte identificatie toe te passen als ze om welke reden dan ook worden bewaard.

4.4.7 Voorbereid zijn en reageren op noodsituaties.

  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor het identificeren van de mogelijke noodsituaties en mogelijke ongevallen die gevolgen kunnen hebben voor het milieu, en voor de wijze waarop de organisatie hierop zal reageren.
  • De organisatie reageert op feitelijke noodsituaties en ongevallen en nadelige milieueffecten die hiermee samenhangen, voorkomen of tegengaan.
  • De organisatie beoordeelt haar procedures met betrekking tot het voorbereid zijn en reageren op noodsituaties periodiek en herziet deze waar nodig, vooral nadat ongevallen of noodsituaties hebben plaatsgevonden.
  • De organisatie toetst, waar dit praktisch uitvoerbaar is, dergelijke procedures periodiek.

4.5.1 Monitoring en meting

  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor het regelmatig monitoren en meten van de belangrijkste kenmerken van haar werkzaamheden die belangrijke milieueffecten kunnen hebben.
  • De procedure(s) bevat(ten) het documenteren van informatie voor het monitoren van prestaties, de van toepassing zijnde beheersingsmaatregelen voor werkzaamheden en de naleving van de milieudoelstellingen en – taakstellingen van de organisatie.
  • De organisatie bewerkstelligt dat gekalibreerde of geverifieerde monitoring- en meetapparatuur wordt gebruikt en onderhouden en bewaart de hiermee samenhangende registraties.

4.5.2 Beoordeling van de naleving

  • 4.5.2.1 De organisatie stelt overeenkomstig haar verbintenis tot naleving (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om de naleving van de van toepassing zijnde wettelijke eisen periodiek te beoordelen.
  • De organisatie houdt registraties bij van de resultaten van de periodieke beoordelingen.
  • 4.5.2.2 De organisatie beoordeelt de naleving van andere eisen die zij onderschrijft. De organisatie kan ervoor kiezen deze beoordeling te combineren met de beoordeling van de naleving van wettelijke eisen die in 4.5.2.1 wordt genoemd, of (een) afzonderlijke procedure(s) vast te stellen.
  • De organisatie houdt registraties bij van de resultaten van de periodieke beoordelingen.

4.5.3 Afwijking, corrigerende maatregelen en preventieve maatregelen

  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor het omgaan met (een) feitelijke en mogelijke afwijking(en) en voor het nemen van corrigerende en preventieve maatregelen.
  • De procedures definiëren eisen voor het identificeren en corrigeren van (een) afwijking(en) en het nemen van maatregelen om de milieueffecten ervan tegen te gaan.
  • De procedures definiëren eisen voor het onderzoeken van (een) afwijking(en), het vaststellen van de oorzaak (oorzaken) hiervan en het nemen van maatregelen om herhaling te voorkomen.
  • De procedures definiëren eisen voor het beoordelen van de noodzaak voor maatregelen om (een) afwijking(en) te voorkomen en het implementeren van geschikte maatregelen om te voorkomen dat de afwijkingen zullen optreden.
  • De procedures definiëren eisen voor het registreren van de resultaten van de corrigerende en preventieve maatregelen die zijn genomen.
  • De procedures definiëren eisen voor het beoordelen van de doelmatigheid van de corrigerende en preventieve maatregelen die zijn genomen.
  • De genomen maatregelen zijn geschikt voor de omvang van de problemen en de milieueffecten waarmee de organisatie is geconfronteerd.
  • De organisatie bewerkstelligt dat alle benodigde wijzigingen worden aangebracht in de documentatie van het milieumanagementsysteem.

4.5.4 Beheersing van registraties

  • De organisatie stelt registraties, die nodig zijn om aan te tonen dat voldaan wordt aan de eisen van haar milieumanagementsysteem en van deze internationele norm, en om de bereikte resultaten aan te tonen, op en houdt deze bij.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij voor het identificeren, opslaan, beschermen, opvragen, bewaren en verwijderen van registraties.
  • Registraties zijn en blijven leesbaar en vindbaar.

4.5.5 Interne audit

  • De organisatie bewerkstelligt dat interne audits van het milieumanagementsysteem met geplande tussenpozen worden uitgevoerd om vast te stellen of het milieumanagementsysteem voldoet aan de geplande maatregelen voor milieumanagement, met inbegrip van de eisen van deze internationale norm.
  • De organisatie bewerkstelligt dat interne audits van het milieumanagementsysteem met geplande tussenpozen worden uitgevoerd om vast te stellen of het milieumanagementsysteem goed is geïmplementeerd en wordt onderhouden.
  • De organisatie bewerkstelligt dat interne audits van het milieumanagementsysteem met geplande tussenpozen worden uitgevoerd om het management van informatie te voorzien over de resultaten van audits.
  • De organisatie plant (een) auditprogramma(‘s), stelt deze vast, implementeert en houdt deze bij en houdt daarbij rekening met het milieubelang van de desbetreffende werkzaamheden en de resultaten van eerdere audits.
  • (Een) auditprocedure(s) wordt (worden) vastgesteld, geïmplementeerd en bijgehouden met aandacht voor de verantwoordelijkheden en eisen voor planning en uitvoering van audits, rapporteren van resultaten en bewaren van de hiermee samenhangende registraties.
  • (Een) auditprocedure(s) wordt (worden) vastgesteld, geïmplementeerd en bijgehouden met aandacht voor het vaststellen van auditcriteria, – reikwijdte, -frequentie en -methoden.
  • De keuze van auditors en de uitvoering van audits waarborgen de objectiviteit en de onpartijdigheid van het auditproces.

4.6 Directiebeoordeling

  • De directie beoordeelt het milieumanagementsysteem van de organisatie met geplande tussenpozen, om te bewerkstelligen dat dit bij voortduring geschikt, passend en doeltreffend is.
  • De beoordelingen bestaan uit het vaststellen van de mogelijkheden voor verbetering en de noodzaak voor wijzigingen in het milieumanagementsysteem, met inbegrip van het milieubeleid, de milieudoelstellingen en -taakstellingen.
  • Registraties van directiebeoordelingen worden bewaard.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit resultaten van interne audits en beoordelingen van naleving van de wettelijke eisen en andere eisen die de organisatie onderschrijft.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit communicatie van externe belanghebbenden, met inbegrip van klachten.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit de milieuprestatie van de organisatie.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit de mate waarin doel- en taakstellingen zijn gerealiseerd.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit status van corrigerende en preventieve maatregelen.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit acties die dienden te worden uitgevoerd op grond van vorige directiebeoordelingen.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit veranderde omstandigheden, met inbegrip van ontwikkelingen in wettelijke en andere eisen die betrekking hebben op de milieuaspecten van de organisatie.
  • Input voor directiebeoordelingen bestaat uit aanbevelingen voor verbetering.
  • De output van de directiebeoordelingen omvat alle besluiten en maatregelen met betrekking tot mogelijke veranderingen van het milieubeleid, met doelstellingen, taakstellingen en andere onderdelen van het milieumanagementsysteem, overeenkomstig de verbintenis tot continue verbetering.