How can we help?

IFS Food

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

1.1 Bedrijfsbeleid / principes van het bedrijf

  • 1.1.1 Het senior-management stelt een bedrijfsbeleid op en implementeert deze.
  • 1.1.1 Het bedrijfsplan omvat klantgerichtheid.
  • 1.1.1 Het bedrijfsplan omvat verantwoordelijkheid voor het milieu.
  • 1.1.1 Het bedrijfsplan omvat duurzaamheid.
  • 1.1.1 Het bedrijfsplan omvat ethiek en persoonlijke verantwoordelijkheid.
  • 1.1.1 Het bedrijfsplan omvat productvereisten (omvat: productveiligheid, kwaliteit, wetsnaleving, processen en specificaties).
  • 1.1.1 Het bedrijfsbeleid is gecommuniceerd naar alle medewerkers
  • 1.1.2 De inhoud van het bedrijfsbeleid wordt opgesplitst naar specifieke doelen voor de relevante afdelingen.
  • 1.1.2 De verantwoordelijkheid en het tijdpad voor de realisatie van deze doelen is vastgesteld voor elke afdeling van het bedrijf.
  • 1.1.3 Vanuit het bedrijfsbeleid worden de kwaliteits- en voedselveiligheidsdoelstellingen gecommuniceerd naar de medewerkers van de relevante afdelingen en/of wordt het bedrijfsbeleid effectief geïmplementeerd.
  • 1.1.4 De directie zorgt dat de realisatie van alle doelstellingen regelmatig beoordeeld wordt, met een minimale frequentie van eens per jaar.
  • 1.1.5 Alle relevante informatie met betrekking tot voedselveiligheid en kwaliteit wordt op een effectieve manier en tijdig aan het relevante personeel meegedeeld.

1.2 Organisatiestructuur

  • 1.2.1 Er is een organisatieschema/organogram aanwezig met de structuur van organisatie.
  • 1.2.2 Competenties en verantwoordelijkheden, inclusief delegering van verantwoordelijkheden, zijn duidelijk vastgelegd.
  • 1.2.3 Er zijn functieomschrijvingen met duidelijk vastgelegde verantwoordelijkheden beschikbaar.
  • 1.2.3 De functieomschrijvingen zijn van toepassing voor alle werknemers, die werk verrichten, dat van invloed is op de producteisen.
  • 1.2.4 De directie zorgt ervoor dat medewerkers zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden voor de voedselveiligheid en kwaliteit en dat er mechanismen aanwezig zijn om de effectiviteit van hun werkzaamheden te toetsen.
  • 1.2.4 De mechanismen zijn duidelijk beschreven en gedocumenteerd.
  • 1.2.5 Medewerkers met invloed op de producteisen zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheden en kunnen aantonen dat zij hun verantwoordelijkheden begrijpen.
  • 1.2.6 De directie heeft een IFS-vertegenwoordiger aangewezen.
  • 1.2.7 De directie stelt voldoende en relevante middelen ter beschikking om te kunnen voldoen aan de producteisen.
  • 1.2.8 De afdeling, die verantwoordelijk is voor kwaliteits- en voedselveiligheidsmanagement,
    rapporteert rechtstreeks aan de directie.
  • 1.2.9 Het bedrijf zorgt ervoor dat alle processen (gedocumenteerd en ongedocumenteerd) bekend zijn bij de relevante medewerkers en dat deze op consistente wijze worden toegepast.
  • 1.2.10 Het bedrijf heeft een systeem om te zorgen dat het geïnformeerd
    blijft over alle relevante wetgeving met betrekking tot voedselveiligheid, kwaliteitsvraagstukken, wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en algemeen aanvaarde industriële praktijkgidsen/hygiëne codes.
  • 1.2.11 Het bedrijf informeert zijn klanten zo spoedig mogelijk te over alle problemen met betrekking tot de productspecificatie, met name bij alle door bevoegde autoriteiten vastgestelde non-conformiteiten, die impact op de veiligheid en/of wettelijke status van de betreffende producten zouden kunnen hebben, hebben of gehad hebben. Dit kan probleemgevallen omvatten, waarbij voorzorgsmaatregelen op zijn plaats zijn, maar is niet daartoe beperkt.

1.3 Klantgerichtheid

  • 1.3.1 Er is een procedure om de fundamentele behoefte en verwachtingen van klanten te bepalen.
  • 1.3.2 De resultaten van de procedure om de fundamentele behoeften en verwachtingen van klanten te bepalen worden geëvalueerd en meegenomen bij het vaststellen van de kwaliteits- en voedselveiligheidsdoelstellingen.

1.4 Management review

  • 1.4.1 De directie ziet er op toe, dat de managementsystemen voor de kwaliteit en voedselveiligheid minimaal eens per jaar geëvalueerd worden of vaker, wanneer er zich veranderingen voordoen.
  • 1.4.1 De reviews omvatten op zijn minst het volgende: de resultaten van audits, feedback van klanten, proces- en productconformiteit, de status van
    preventieve en corrigerende acties, follow-up-acties op basis van eerdere Management Reviews, veranderingen die gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheids- en kwaliteitsmanagementsystemen en aanbevelingen voor verbeteringen.
  • 1.4.2 Deze evaluatie omvat ook de beoordeling van maatregelen voor de beheersing van het managementsysteem voor kwaliteit en voedselveiligheid en het proces voor continue verbetering.
  • 1.4.3 Het bedrijf identificeert en beoordeelt (bijv. via interne audits of fabrieksinspecties) regelmatig de infrastructuur, die nodig is om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.3 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de gebouwen om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.3 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de toevoersystemen om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.3 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de machines en het gereedschap om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.3 Het bedrijf identificeert en beoordeelt het transport om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.3 De resultaten van de beoordeling van de infrastructuur worden bekeken om, op basis van het risico, investeringen in te kunnen plannen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt (bijvoorbeeld via interne audits of fabrieksinspecties) regelmatig de werkomgeving, die nodig is om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de personeelsvoorzieningen om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de omgevingscondities om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de hygiënische voorwaarden om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt het werkplekontwerp om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 Het bedrijf identificeert en beoordeelt de externe invloeden (bijv. lawaai, trillingen) om te voldoen aan de producteisen.
  • 1.4.4 De resultaten van deze beoordeling worden meegewogen bij de inschatting van de risico’s van investeringsplannen.

2.1.1 Documentenbeheer

  • 2.1.1.1 Het managementsysteem voor de waarborging van de kwaliteit en voedselveiligheid is gedocumenteerd en geïmplementeerd en is aanwezig op een specifieke locatie (in de
    vorm van een voedselveiligheids- en kwaliteitshandboek of van een elektronisch gedocumenteerd systeem).
  • 2.1.1.2 Er is een gedocumenteerde procedure aanwezig voor het beheer van documenten en hun wijzigingen.
  • 2.1.1.3 Alle documenten zijn duidelijk leesbaar, ondubbelzinnig, voldoende gedetailleerd en compleet.
  • 2.1.1.3 De documenten zijn altijd beschikbaar voor het relevante personeel.
  • 2.1.1.4 Van alle documenten, die nodig zijn om te voldoen aan de producteisen, is de actuele versie beschikbaar.
  • 2.1.1.5 De reden voor eventuele wijzigingen van documenten, die kritisch zijn voor de producteisen, wordt vastgelegd.

2.1.2 Registraties en archivering

  • 2.1.2.1 Alle relevante registraties, die nodig zijn om aan te kunnen tonen, dat voldaan wordt aan de producteisen, zijn compleet, gedetailleerd en actueel en zijn op verzoek beschikbaar ter inzage.
  • 2.2.1.2 Het HACCP-systeem omvat alle grondstoffen, producten of productgroepen en elk proces van goederenontvangst tot -verzending, inclusief productontwikkeling en verpakkingen.
  • 2.2.1.3 Het bedrijf zorgt ervoor, dat het HACCP-systeem is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur of technisch geverifieerde specificaties, die gerelateerd zijn aan het geproduceerde product en de procedures.
  • 2.2.1.3 Het systeem wordt onderhouden conform de nieuwste technische procesontwikkelingen.
  • 2.2.1.4 Het HACCP-systeem wordt geëvalueerd.
  • 2.2.1.4 Wanneer het product, het proces of een processtap gewijzigd wordt, worden de eventueel noodzakelijke wijzigingen in het HACCPsysteem doorgevoerd.

2.2.2 HACCP-team

  • 2.2.2.1 Het HACCP-team is multidisciplinair en bevat operationele staf/productiepersoneel.
  • 2.2.2.1 Medewerkers, die zijn aangewezen als lid van het HACCP-team, hebben specifieke kennis van HACCP, het product, de processen en de hieraan verbonden gevaren.
  • 2.2.2.1 Indien de relevante kennis intern niet aanwezig is, worden externe experts ingeschakeld.
  • 2.2.2.2 Degenen, die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en onderhoud van het HACCP-systeem, hebben een interne teamleider en hebben adequate training gekregen in het toepassen van de HACCP-principes.
  • 2.2.2.3 Het HACCP-team kan rekenen op een solide ondersteuning door de directie en is algemeen bekend en ingevoerd binnen de hele faciliteit.

2.2.3 HACCP analyse

  • 2.2.3.1 Er is een volledige beschrijving van het/de product(en) aanwezig, inclusief alle relevante informatie inzake productveiligheid, zoals: samenstelling, fysische, organoleptische, chemische en microbiologische parameters, wettelijke eisen voor de voedselveiligheid van het product, behandelingsmethodes, verpakking, duurzaamheid (houdbaarheidsduur), opslagcondities, transport- en distributiemethode.
  • 2.2.3.2 Met Identificatie van beoogd gebruik wordt bedoeld: het verwachte gebruik door de uiteindelijke consument, waarbij rekening wordt gehouden met kwetsbare groepen consumenten.
  • 2.2.3.3 Er bestaat een stroomdiagram voor elk product of voor elke productgroep en alle variaties van het proces en de sub processen (incl. herbewerking).
  • 2.2.3.3 Het stroomschema is voorzien van een versiedatum, is actueel en geeft duidelijk de CCP’s inclusief nummering weer.
  • 2.2.3.3 In geval van wijzigingen wordt het stroomdiagram geactualiseerd.
  • 2.2.3.4 Het HACCP-team verifieert het stroomdiagram door controles op locatie en in alle fasen van de bedrijfsvoering.
  • 2.2.3.4 Het stroomschema wordt waar nodig aangepast.

2.2.3.5 Risicoanalyse uitvoeren voor elke stap

  • 2.2.3.5.1 Er is een gevarenanalyse aanwezig voor alle fysische, chemische en biologische gevaren, inclusief allergenen, die zich redelijkerwijs kunnen voordoen.
  • 2.2.3.5.2 De gevarenanalyse houdt rekening met de waarschijnlijkheid van de gevaren en de ernst van hun nadelige effecten op de gezondheid.

2.2.3.6 Bepalen van kritische beheerspunten

  • 2.2.3.6.1 De bepaling van de relevante ‘kritische beheers punten’ (CCP’s) wordt gefaciliteerd door de toepassing van een beslissingsboom of andere hulpmiddelen en toont een logisch beredeneerde benadering.
  • 2.2.3.6.2 Voor alle stappen die van belang zijn voor de voedselveiligheid, maar geen CCP’s zijn, implementeert en documenteert het bedrijf beheerspunten (CP’s).

2.2.3.7 Kritische limieten voor elke CCP vaststellen

  • 2.2.3.7.1 Voor elk CCP worden de juiste kritische limieten bepaald en gevalideerd om duidelijk te kunnen identificeren wanneer een proces onbeheersbaar is geworden.

2.2.3.8 Monitoringsysteem vaststellen voor elke CCP

  • 2.2.3.8.1 Er zijn specifieke monitoringprocedures opgesteld voor elke CCP om vast te stellen of een CCP beheerst wordt.
  • 2.2.3.8.1 Registraties van deze monitoring worden gedurende een relevante periode bewaard.
  • 2.2.3.8.1 Alle vastgestelde CCP’s worden aantoonbaar beheerst.
  • 2.2.3.8.1 De monitoring en de beheersing is van elke CCP aantoonbaar via registraties.
  • 2.2.3.8.1 Deze registraties specificeren ook de hiervoor verantwoordelijke persoon, de data en het resultaat van de controles.
  • 2.2.3.8.2 Het operationele personeel, dat verantwoordelijk is voor de bewaking van de CCP’s, krijgt daarvoor specifieke training/ instructies.
  • 2.2.3.8.3 De registratie van de CCP-monitoring wordt gecontroleerd.
  • 2.2.3.8.4 De CP’s worden bewaakt en deze bewaking/monitoring wordt geregistreerd.

2.2.3.9 Bepalen van corrigerende acties

  • 2.2.3.9.1 In gevallen waarin de monitoring aangeeft, dat een bepaald CCP of CP niet onder controle is, worden adequate corrigerende acties ondernomen en gedocumenteerd.
  • 2.2.3.9.1 Dergelijke corrigerende acties houden ook rekening met afwijkende producten.

2.2.3.10 Bepalen van verificatieprocedures

  • 2.2.3.10.1 Verificatieprocedures worden ingevoerd om te bevestigen dat het HACCP-systeem effectief is.
  • 2.2.3.10.1 Verificatie van het HACCP-systeem wordt minimaal eens per jaar uitgevoerd.
  • 2.2.3.10.1 Voorbeelden van verificatieactiviteiten zijn: interne audits, analyses, bemonstering, beoordelingen, klachten door autoriteiten en klanten. De resultaten van deze verificatie worden opgenomen in het HACCP-systeem.

2.2.3.11 Documentatie en registratie opzetten

  • 2.2.3.11.1 De beschikbare documentatie omvat alle processen, procedures, beheersingsmaatregelen en records.
  • 2.2.3.11.1 De documentatie en registraties zijn geschikt voor de aard en de omvang van het bedrijf.

3.1 Human resources management

  • 3.1.1 Alle medewerkers met werkzaamheden, die van invloed zijn op de voedselveiligheid, wetsnaleving en kwaliteit, hebben de vereiste competenties, die verkregen zijn via opleiding,
    werkervaring en/of training.
  • 3.1.1 Deze aspecten zijn gebaseerd op de risicoanalyse en de beoordeling van de daarmee verband houdende risico’s.

3.2.1 Persoonlijke hygiëne

  • 3.2.1.1 Er zijn gedocumenteerde eisen voor de persoonlijke hygiëne.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp beschermende kleding.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp handen wassen en desinfecteren.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp eten en drinken.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp roken.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp te nemen maatregelen bij snij- of schaafwonden.
  • 3.2.1.1 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp vingernagels, juwelen en persoonlijke bezittingen.
  • 3.2.1.1 Deze eisen omvatten onder andere het onderwerp haar en baarden.
  • 3.2.1.1 Deze eisen zijn gebaseerd op een risicoanalyse en de beoordeling van de vastgestelde risico’s in relatie tot het product en proces.
  • 3.2.1.2 De eisen voor de persoonlijke hygiëne zijn geïmplementeerd en zijn van toepassing op alle relevante medewerkers, derden en bezoekers.
  • 3.2.1.3 Naleving van deze eisen aan de persoonlijke hygiëne wordt regelmatig gecontroleerd.
  • 3.2.1.4 Zichtbare sieraden (inclusief piercings) en horloges worden niet gedragen.
  • 3.2.1.4 Uitzonderingen op het dragen van sieraden zijn uitgebreid geëvalueerd via een risicoanalyse en de beoordeling van de vastgestelde risico in relatie tot de producten en het proces, en dit wordt effectief gemanaged.
  • 3.2.1.5 Snij- en schaafwonden worden bedekt met een gekleurde pleister/gekleurd verband (anders dan de kleur van het product) – die waar nodig, een metalen strip bevat.
  • 3.2.1.5 In geval van verwondingen aan de hand worden tevens wegwerphandschoenen gebruikt.

3.2.2 Beschermende kleding voor medewerkers, derden en bezoekers

  • 3.2.2.1 Er bestaan procedures om ervoor te zorgen dat alle medewerkers, derden en bezoekers zich bewust zijn van de regels met betrekking tot het dragen en wisselen van beschermende kleding in specifieke afdelingen van het bedrijf in overeenstemming met de producteisen.
  • 3.2.2.2 Op de afdelingen waar het dragen van hoofdbedekking en/of baardnetjes verplicht is, wordt het haar volledig afgedekt om besmetting van het product te voorkomen.
  • 3.2.2.3 Op afdelingen en bij activiteiten, waar het gebruik van handschoenen verplicht is, bestaan duidelijke regels voor het gebruik van handschoenen (andere kleur dan de kleur van het product) en naleving van deze regels wordt regelmatig gecontroleerd.
  • 3.2.2.4 Er is voldoende geschikte beschermende kleding aanwezig voor elke medewerker.
  • 3.2.2.5 Alle beschermende kleding wordt grondig en regelmatig gewassen.
  • 3.2.2.5 Via een risicoanalyse en beoordeling van de vastgestelde risico’s, waarbij rekening wordt gehouden met de processen en producten van het bedrijf, wordt bepaald of kleding door een externe wasserij, door een eigen wasserij of door de medewerker zelf gewassen moet/mag worden.
  • 3.2.2.6 Er bestaan richtlijnen voor het wassen van de beschermende kleding.
  • 3.2.2.6 Er is een procedure aanwezig om te controleren of de kleding schoon is.

3.2.3 Procedures met betrekking tot besmettelijke ziektes

  • 3.2.3.1 Er zijn schriftelijk vastgelegde maatregelen, die aan het personeel, derden en bezoekers meegedeeld worden en aangeven dat eventuele besmettelijke ziekten, die van invloed kunnen zijn op de voedselveiligheid, gemeld moeten worden.
  • 3.2.3.1 Wanneer een besmettelijke ziekte gemeld is, worden er maatregelen worden om het risico op contaminatie van producten te minimaliseren.

3.3 Training en instructie

  • 3.3.1 Het bedrijf implementeert gedocumenteerde trainings- en/of instructieprogramma’s die gericht zijn op de aan producten gestelde eisen.
  • 3.3.1 De trainings- en/of instructieprogramma’s zijn gebaseerd op de trainingsbehoeften en de functies van het personeel en omvatten het volgende:inhoud van de training, trainingsfrequenties, taken van het personeel, talen, gekwalificeerde trainers/cursusleiders en beoordelingsmethode.
  • 3.3.2 De gedocumenteerde trainingen en/of instructies zijn van toepassing voor alle medewerkers, inclusief seizoensarbeiders en tijdelijke medewerkers, die werken op de betreffende afdelingen.
  • 3.3.2 Bij indiensttreding en vóór aanvang van de werkzaamheden worden medewerkers getraind volgens de gedocumenteerde trainings-/instructieprogramma’s.
  • 3.3.3 Er worden registraties bijgehouden van alle uitgevoerde trainings-/instructieactiviteiten, die een lijst van deelnemers (inclusief hun handtekeningen), datum, duur, inhoud van de training en de naam van de trainer/cursusleider omvatten.
  • 3.3.3 Er is een procedure of programma om de effectiviteit van de trainings- en/of instructieprogramma’s aan te tonen.
  • 3.3.4 De inhoud van de training en/of instructie wordt regelmatig geëvalueerd en geactualiseerd en houdt rekening met de specifieke issues van het bedrijf, voedselveiligheid, voedsel gerelateerde wettelijke eisen en product-/procesmodificaties.

3.4 Sanitaire voorzieningen, uitrusting voor persoonlijke hygiëne enzovoort

  • 3.4.1 Het bedrijf stelt personeelsvoorzieningen beschikbaar, die op de grootte van het bedrijf afgestemd zijn en zodanig ontworpen en geëxploiteerd worden, dat de risico’s voor de voedselveiligheid geminimaliseerd worden.
  • 3.4.1 De personeelsvoorzieningen worden schoon en in goede staat gehouden.
  • 3.4.2 Het risico op productbesmetting met productvreemde materialen uit personeelsvoorzieningen wordt geëvalueerd en geminimaliseerd.
  • 3.4.2 Bij het risico op productbesmetting met productvreemde materialen uit personeelsvoorzieningen wordt ook aandacht besteed aan voedsel, dat medewerkers van thuis hebben meegenomen en aan persoonlijke eigendommen.
  • 3.4.3 Er zijn regels en voorzieningen voor een correcte omgang met persoonlijke eigendommen, met door personeel meegebracht voedsel, met voedsel uit een kantine en voedsel uit automaten.
  • 3.4.3 Het voedsel wordt alleen in daarvoor aangewezen ruimtes opgeborgen en/of genuttigd.
  • 3.4.4 Het bedrijf voorziet in geschikte kleedruimtes voor medewerkers, werknemers van derden en bezoekers.
  • 3.4.4 Waar nodig worden buitenkleding en beschermende kleding gescheiden van elkaar opgeslagen.
  • 3.4.5 Toiletten hebben geen directe toegang tot ruimtes waar met voedselproducten gewerkt wordt.
  • 3.4.5 De toiletten hebben adequate voorzieningen om de handen te wassen.
  • 3.4.5 Sanitaire faciliteiten beschikken over een adequate natuurlijke of mechanische ventilatie.
  • 3.4.5 Mechanische luchtstroming van een gecontamineerde ruimte naar een schone ruimte wordt vermeden.
  • 3.4.6 Bij de ingang van de productieruimtes, op andere plaatsen in de productieruimtes en in de personeelsfaciliteiten zijn adequate voorzieningen aanwezig voor de handhygiëne.
  • 3.4.6 Op basis van een risicoanalyse en een beoordeling van de concrete risico’s worden andere afdelingen (zoals een verpakkingsafdeling) op vergelijkbare wijze uitgerust als bij de ingang van de productieruimtes, op andere plaatsen in de productieruimtes en in de personeelsfaciliteiten.
  • 3.4.7 Faciliteiten om de handen te wassen omvatten stromend drinkwater van een geschikte temperatuur.
  • 3.4.7 Faciliteiten om de handen te wassen omvatten vloeibare zeep.
  • 3.4.7 Faciliteiten om de handen te wassen omvatten geschikte middelen om de handen te drogen.
  • 3.4.8 Daar waar zeer bederfelijke voedselproducten worden verwerkt, wordt gebruik gemaakt van handcontactvrije kranen.
  • 3.4.8 Daar waar zeer bederfelijke voedselproducten worden verwerkt, wordt gebruik gemaakt van desinfectie voor de handen.
  • 3.4.8 Daar waar zeer bederfelijke voedselproducten worden verwerkt, wordt gebruik gemaakt van adequate hygiëneregels.
  • 3.4.8 Daar waar zeer bederfelijke voedselproducten worden verwerkt, wordt gebruik gemaakt van borden/pictogrammen, die de eisen m. b. t. tot de handhygiëne benadrukken.
  • 3.4.8 Daar waar zeer bederfelijke voedselproducten worden verwerkt, wordt gebruik gemaakt van afvalbakken, die geopend kunnen worden zonder de handen te gebruiken (voetpedaal).
  • 3.4.9 Op basis van een risicoanalyse en een beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s is er een programma om de effectiviteit van de handhygiëne te controleren.
  • 3.4.10 Kleedruimtes zijn zodanig gesitueerd, dat zij directe toegang bieden tot de afdelingen/ruimtes waar voedselproducten worden verwerkt.
  • 3.4.10 Op basis van een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s worden uitzonderingen gerechtvaardigd en gemanaged.
  • 3.4.11 Daar waar de gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s een noodzaak daartoe aantonen, zijn reinigingsvoorzieningen beschikbaar en worden gebruikt voor laarzen, schoeisel en andere beschermende kleding.

4.1 Contractuele overeenkomst

  • 4.1.1 De eisen en verplichtingen, die tussen de contractpartnersvastgelegd worden, zijn overeengekomen en worden op hun aanvaardbaarheid getoetst, voordat een leveringscontract gesloten kan worden.
  • 4.1.1 Alle bepalingen die betrekking hebben op de kwaliteit en voedselveiligheid, zijn bekend en aan alle relevante afdelingen doorgegeven.
  • 4.1.2 Wijzigingen in de bestaande contractuele overeenkomsten worden schriftelijk vastgelegd en tussen de contactpartners gecommuniceerd.

4.2.1 Specifications

  • 4.2.1.1 Voor alle eindproducten zijn specificaties beschikbaar en geïmplementeerd.
  • 4.2.1.1 De specificaties zijn actueel en ondubbelzinnig en voldoen aan alle wettelijke verplichtingen en klanteisen.
  • 4.2.1.2 Er zijn specificaties beschikbaar voor alle grondstoffen (grondstoffen/ingrediënten, additieven, verpakkingsmaterialen, herverwerking).
  • 4.2.1.2 De specificaties zijn actueel en ondubbelzinnig en voldoen aan alle wettelijke verplichtingen en – indien van toepassing – klanteisen.
  • 4.2.1.3 Daar waar de klanten dit eisen, worden de productspecificaties formeel overeengekomen.
  • 4.2.1.4 Specificaties en/of hun inhoud zijn in de relevante afdelingen/ ruimtes beschikbaar en zijn toegankelijk voor alle relevante medewerkers.
  • 4.2.1.5 Er is een procedure voor de opstelling, wijziging en goedkeuring van specificaties voor alle delen van het proces.
  • 4.2.1.5 De procedure omvat een voorlopige acceptatie door de klant, indien de specificaties met klanten overeengekomen worden.
  • 4.2.1.6 De specificatie beheers procedures omvatten de update van eindproductspecificaties in geval van wijziging van grondstoffen.
  • 4.2.1.6 De specificatie beheers procedures omvatten de update van eindproductspecificaties in geval van wijziging van formules/recepten.
  • 4.2.1.6 De specificatie beheers procedures omvatten de update van eindproductspecificaties in geval van wijziging van processen, die van invloed zijn op het eindproduct.
  • 4.2.1.6 De specificatie beheers procedures omvatten de update van eindproductspecificaties in geval van wijziging van verpakkingen, die van invloed zijn op het eindproduct.

4.2.2 Formule/recepten

  • 4.2.2.1 Wanneer er klantovereenkomsten bestaan, met betrekking tot de productformulering/recepten en technologische eisen, worden deze nageleefd.

4.3 Productontwikkeling/productwijziging/wijziging van productieprocessen

  • 4.3.1 Er is een procedure productontwikkeling aanwezig, waarin het uitvoeren van een risicoanalyse volgens de HACCP-principes een onderdeel is en die overeenkomt met het HACCP-systeem.
  • 4.3.2 Productsamenstelling, productieprocessen, procesparameters en de naleving van de producteisen liggen vast en zijn gewaarborgd door het uitvoeren van proefproducties en producttesten.
  • 4.3.3 Er worden houdbaarheidsonderzoek of adequate andere processen uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de productsamenstelling, de verpakking, de productie en de aangegeven omgevingsfactoren.
  • 4.3.3 Er worden op basis van houdbaarheidsprocessen en adequate andere processen “Tenminste Houdbaar Tot (THT)”- of “Te Gebruiken Tot (TGT)”-data vastgelegd.
  • 4.3.4 Bij het vaststellen en valideren van de houdbaarheid van het product (inclusief producten met een lange houdbaarheid, die voorzien zijn van een THT-datum), wordt ook rekening gehouden met de resultaten van organoleptische testen.
  • 4.3.5 Bij productontwikkeling wordt rekening gehouden met de resultaten van organoleptische beoordelingen.
  • 4.3.6 Er is een proces om te waarborgen dat de etikettering voldoet aan de actuele wetgeving van het land van bestemming en de klanteisen.
  • 4.3.7 Aanbevelingen voor bereiding en/of gebruik van de levensmiddelen zijn vastgelegd, en waar nodig, zijn klanteisen hierin meegenomen.
  • 4.3.8 Het bedrijf valideert door middel van een aantoonbare studie en/of relevante proeven de voedingswaarde-informatie of claims op de etiketten. Dit geldt zowel voor nieuwe producten alsook voor de periode, dat een product op de markt is.
  • 4.3.9 De voortgang en resultaten van productontwikkelingen worden op gepaste wijze geregistreerd.
  • 4.3.10 Het bedrijf zorgt ervoor, dat de procesinstellingen bij veranderingen in de samenstelling van het product inclusief herverwerking en verpakkingen, beoordeeld worden om
    te waarborgen dat voldaan wordt aan de producteisen.

4.4.1 Algemene verkoop

  • 4.4.1.1 Het bedrijf beheerst de inkoopprocessen opdat alle extern ingekochte materialen en diensten, die van invloed zijn op de voedselveiligheid en kwaliteit, aan de gestelde eisen voldoen.
  • 4.4.1.1 Daar waar een bedrijf ervoor kiest processen uit te besteden, die van invloed kunnen zijn op de voedselveiligheid en kwaliteit, waarborgt het bedrijf de beheersing over dergelijke processen.
  • 4.4.1.1 De beheersing over dergelijke uitbestede processen is geïdentificeerd en gedocumenteerd binnen het managementsysteem voor voedselveiligheid en kwaliteit.
  • 4.4.1.2 Er is een procedure voor de goedkeuring en beoordeling van leveranciers (intern en extern) en (gedeeltelijk) uitbestede productie.
  • 4.4.1.3 De procedure voor de goedkeuring en beoordeling van leveranciers omvat duidelijke beoordelingscriteria, zoals: audits, analysecertificaten, leveranciersbetrouwbaarheid, klachtenafhandeling en het vereiste prestatieniveau.
  • 4.4.1.4 De resultaten van de leveranciersbeoordelingen worden regelmatig geëvalueerd.
  • 4.4.1.4 De evaluatie van de resultaten van de leveranciersbeoordelingen zijn gebaseerd op een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s.
  • 4.4.1.4 Er zijn registraties van de evaluaties van de resultaten van de leveranciersbeoordelingen en de acties die ondernomen worden als gevolg van deze beoordelingen.
  • 4.4.1.5 De ingekochte producten en diensten worden gecontroleerd om te zien of ze conform de bestaande specificaties zijn.
  • 4.4.1.5 Het controleschema houdt tenminste rekening met de volgende
    criteria: de producteisen, de leveranciersstatus (volgens zijn beoordeling) en de invloed van de ingekochte grondstoffen op het eindproduct.
  • 4.4.1.5 Wanneer de herkomst in de specificatie genoemd wordt, dient deze eveneens gecontroleerd te worden.
  • 4.4.1.6 De ingekochte diensten worden gecontroleerd om te zien of ze conform de bestaande specificaties zijn.
  • 4.4.1.6 Het controleschema omvat tenminste de volgende aandachtspunten: de eisen aan de betreffende diensten, de leveranciersstatus (volgens zijn beoordeling) en de invloed van de diensten op het eindproduct.

4.4.2 Handel in gereed product/artikelen

  • 4.4.2.1 Wanneer een bedrijf handelt in door anderen geproduceerde goederen, wordt gewaarborgd dat er een proces voor de goedkeuring en beoordeling van leveranciers aanwezig is en geïmplementeerd is.
  • 4.4.2.2 In geval van handel in dergelijke goederen omvat het proces voor de goedkeuring en beoordeling van leveranciers duidelijke beoordelingscriteria zoals: audits, analysecertificaten, leveranciersbetrouwbaarheid, klachtenafhandeling en het vereiste prestatieniveau.
  • 4.4.2.3 In geval van private label-producten is de goedkeuring van toeleveranciers van halffabrikaten en eindproducten gebaseerd op een systeem dat aan de eisen van de klant voldoet.

4.5 Productverpakking

  • 4.5.1 Op basis van de gevarenanalyse, de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s en het beoogde gebruik bepaalt het bedrijf de belangrijkste parameters voor het verpakkingsmateriaal.
  • 4.5.2 Er bestaan gedetailleerde specificaties voor alle verpakkingsmaterialen, die voldoen aan de actuele relevante wet- en regelgevingen.
  • 4.5.3 Voor alle verpakkingsmaterialen, die van invloed kunnen zijn op producten, bestaan conformiteitscertificaten, die voldoen aan de actuele wettelijke eisen.
  • 4.5.3 In gevallen waarin geen specifieke wettelijke eisen van toepassing zijn, zijn bewijzen beschikbaar om aan te tonen, dat verpakkingsmateriaal geschikt is voor het beoogde gebruik. Dit geldt voor verpakkingen, die direct contact hebben met grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten en daar invloed op zouden kunnen uitoefenen.
  • 4.5.4 Op basis van de gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s, verifieert het bedrijf de geschiktheid van het verpakkingsmateriaal voor elk relevant product (bijv. met organoleptische onderzoeken, opslagtesten, chemische analyses, migratietesten).
  • 4.5.5 Het bedrijf waarborgt, dat de gebruikte verpakking geschikt is voor het te verpakken product.
  • 4.5.5 Het gebruik van geschikte verpakking wordt regelmatig gecontroleerd en de controles worden gedocumenteerd.
  • 4.5.6 De informatie op etiketten is leesbaar en onuitwisbaar en voldoet aan de overeengekomen klantspecificaties voor het product.
  • 4.5.6 De informatie op etiketten wordt periodiek gecontroleerd en de controles worden gedocumenteerd.

4.6 Fabriekslocatie

  • 4.6.1 Het bedrijf onderzoekt in hoeverre de fabrieksomgeving (zoals grond en lucht) een negatieve invloed kan hebben op de voedselveiligheid en kwaliteit van het product.
  • 4.6.1 Wanneer vastgesteld wordt, dat de productveiligheid en kwaliteit in gevaar zouden kunnen komen, worden geëigende maatregelen genomen.
  • 4.6.1 De effectiviteit van de genomen maatregelen wordt periodiek geëvalueerd (voorbeelden: extreem stoffige lucht, sterke geur).

4.7 Buitenterrein

  • 4.7.1 Het buitenterrein wordt schoon en netjes gehouden.
  • 4.7.2 Alle buitenterreinen van de fabriek zijn goed onderhouden.
  • 4.7.2 Indien natuurlijke afwatering op het buitenterrein niet voldoende is, is een geschikt drainagesysteem geïnstalleerd.
  • 4.7.3 Buitenopslag wordt tot een minimum beperkt.
  • 4.7.3 Wanneer goederen buiten worden opgeslagen, wordt een gevarenanalyse en een beoordeling van gerelateerde risico’s uitgevoerd, om te garanderen dat er geen risico op productbesmetting is of een negatieve invloed op de voedselveiligheid en kwaliteit.

4.8 Lay-out van de fabriek en routing

  • 4.8.1 Er zijn overzichten beschikbaar, die duidelijk de flow beschrijven van eindproducten, verpakkingsmaterialen, grondstoffen, personeel, water, etc.
  • 4.8.1 Er is een plattegrond beschikbaar waarop alle gebouwen van de locatie ingetekend zijn.
  • 4.8.2 De routing van het proces, van de ontvangst van goederen tot en met de verzending, is zodanig georganiseerd, dat besmetting van grondstoffen, verpakkingen, halffabrikaten en eindproducten wordt voorkomen.
  • 4.8.2 Het risico op kruisbesmetting wordt geminimaliseerd door effectieve maatregelen.
  • 4.8.3 Microbiologisch gevoelige productieruimtes worden zodanig geëxploiteerd en bewaakt, dat de productveiligheid niet in gevaar kan komen.
  • 4.8.4 Laboratoriumfaciliteiten en procescontroles brengen de productveiligheid niet in gevaar.

4.9.1 Eisen ten aanzien van constructie

  • 4.9.1.1 Ruimtes, waar voedingsmiddelen worden voorbereid, behandeld, geproduceerd en opgeslagen, zijn zo ontworpen en geconstrueerd, dat de voedselveiligheid gewaarborgd is.

4.9.2 Muren

  • 4.9.2.1 Muren zijn ontworpen en geconstrueerd om vuilophopingen, condensatie en schimmelvorming te voorkomen en de schoonmaak te vergemakkelijken.
  • 4.9.2.2 De oppervlakken van de muren zijn in goede conditie en gemakkelijk schoon te maken.
  • 4.9.2.2 De oppervlakken van de muren zijn ondoordringbaar en slijtvast.
  • 4.9.2.3 De overgangen tussen muren, voeren en plafonds zijn ontworpen om schoonmaak te vergemakkelijken.

4.9.3 Vloeren

  • 4.9.3.1 Vloeren zijn ontworpen om aan de productievereisten te voldoen en zijn in een goede conditie en gemakkelijk schoon te maken.
  • 4.9.3.1 De oppervlakken van de vloeren zijn ondoorlaatbaar en slijtvast.
  • 4.9.3.2 Hygiënische afvoer van afvalwater is gewaarborgd.
  • 4.9.3.2 Drainagesystemen zijn ontworpen om schoonmaak te vergemakkelijken en het risico op productbesmetting te minimaliseren (bijv. door binnendringen van ongedierte).
  • 4.9.3.3 Water of andere vloeistoffen kunnen door geëigende maatregelen zonder problemen wegstromen.
  • 4.9.3.3 De vorming van plassen wordt vermeden.
  • 4.9.3.4 In voedselverwerkende afdelingen, worden machines en leidingen zo gepositioneerd, dat afvalwater zoveel mogelijk rechtstreeks naar een afvoer geleid wordt.

4.9.4 Plafonds/overkappingen

  • 4.9.4.1 Plafonds (of, in gevallen waar geen plafond aanwezig is, de onderkant van het dak) en overkappingen (inclusief pijpen, kabels, lampen etc.) zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd, dat de ophoping van vuil geminimaliseerd wordt en het risico op fysieke en/of microbiologische contaminatie vermeden wordt.
  • 4.9.4.2 Bij verlaagde plafonds is er toegang tot de loze ruimte om schoonmaak, onderhoud en inspecties in het kader van de ongediertebestrijding te vergemakkelijken.

4.9.5 Ramen en andere openingen

  • 4.9.5.1 Ramen en andere openingen zijn ontworpen en geconstrueerd om de ophoping van vuil te voorkomen en worden in een goede conditie gehouden.
  • 4.9.5.2 Indien er een risico op contaminatie bestaat, blijven ramen en dakramen tijdens de productie dicht en afgesloten.
  • 4.9.5.3 Indien ramen en dakramen ontworpen zijn om als ventilatieopening te dienen, dan zijn deze voorzien van eenvoudig afneembare, deugdelijke horren of worden er alternatieve maatregelen genomen om elke besmetting te voorkomen.
  • 4.9.5.4 In ruimtes waar met onverpakte producten gewerkt wordt, zijn de ramen beschermd tegen breuk.

4.9.6 Deuren en poorten

  • 4.9.6.1 Deuren en poorten zijn in goede staat (bijv. geen splinterende delen of afbladderende verf, geen roest) en zijn gemakkelijk schoon te maken.
  • 4.9.6.2 Buitendeuren en poorten zijn zodanig geconstrueerd, dat ongedierte niet kan binnendringen.
  • 4.9.6.2 Indien mogelijk zijn de deuren en poorten zelfsluitend.

4.9.7 Verlichting

  • 4.9.7.1 Alle werkruimtes zijn afdoende verlicht.
  • 4.9.7.2 Alle verlichting is beschermd tegen breuk en is zo geïnstalleerd, dat het risico op breuk minimaal is.

4.9.8 Luchtbehandeling/ventilatie

  • 4.9.8.1 In alle ruimtes is afdoende natuurlijke en/of kunstmatige ventilatie aanwezig.
  • 4.9.8.2 Ventilatiesystemen zijn zodanig geïnstalleerd, dat filters en andere onderdelen, die schoongemaakt of vervangen moeten worden, gemakkelijk toegankelijk zijn.
  • 4.9.8.3 Luchtbeheersingssystemen en kunstmatig gegenereerde luchtstromingen brengen geen productveiligheids- of kwaliteitsrisico’s met zich mee.
  • 4.9.8.4 In ruimtes, waar aanzienlijke hoeveelheden stof worden gegenereerd, is een installatie voor stofafzuiging aanwezig.

4.9.9 Watervoorzieningen

  • 4.9.9.1 Water, dat als ingrediënt gebruikt wordt in het productieproces of voor reinigingen, is van drinkwaterkwaliteit en is in voldoende mate beschikbaar.
  • 4.9.9.1 Stoom en ijs, dat binnen de productieruimte gebruikt wordt, is van drinkwaterkwaliteit en is in voldoende mate beschikbaar.
  • 4.9.9.1 Er is ten allen tijde een adequate drinkwatervoorziening beschikbaar.
  • 4.9.9.2 Gerecycled water dat wordt gebruikt in het proces, veroorzaakt geen risico op productbesmetting.
  • 4.9.9.2 Het water voldoet aan de toepasselijke wettelijke eisen voor drinkwater.
  • 4.9.9.2 Er zijn registraties van alle analyseresultaten beschikbaar.
  • 4.9.9.3 De kwaliteit van water, stoom of ijs wordt bewaakt volgens een op risico’s gebaseerd monsternameplan.
  • 4.9.9.4 Water, dat niet van drinkwaterkwaliteit is, wordt getransporteerd in aparte, duidelijk gemarkeerde leidingen.
  • 4.9.9.4 Watertransportleidingen met water dat niet van drinkwaterkwaliteit is, zijn niet aangesloten op het drinkwatersysteem.
  • 4.9.9.4 Leidingen met water dat niet van drinkwaterkwaliteit is, maken het niet mogelijk dat terugstromend water drinkwatervoorzieningen of de fabrieksomgeving verontreinigt.

4.9.10 Perslucht

  • 4.9.10.1 De kwaliteit van perslucht, die in direct contact komt met voedsel of primaire verpakkingsmaterialen, wordt bewaakt op basis van een gevarenanalyse en een beoordeling van de gerelateerde risico’s.
  • 4.9.10.2 De perslucht levert geen contaminatierisico’s op.

4.10 Reiniging en desinfectie

  • 4.10.1 Op basis van een gevarenanalyse en een beoordeling van de relevante risico’s worden reinigings- en desinfectieplanningen opgesteld en geïmplementeerd.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de doelstellingen.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de verantwoordelijkheden.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de gebruikte producten en gebruiksaanwijzingen.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de te reinigen en/of desinfecterende ruimtes.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de reinigingsfrequentie.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de documentatievereisten.
  • 4.10.1 De reinigings- en desinfectieplannen omvatten de gevarensymbolen (indien nodig).
  • 4.10.2 Reinigings- en desinfectieschema’s worden geïmplementeerd en gedocumenteerd.
  • 4.10.3 Alleen gekwalificeerd personeel voert de reinigingen en desinfecties uit.
  • 4.10.3 De medewerk(st)ers worden regelmatig getraind in de uitvoering van de schoonmaakschema’s.
  • 4.10.4 De effectiviteit en veiligheid van de reinigings- en desinfectiemaatregelen op basis van de gevarenanalyse en de beoordeling van de relevante risico’s worden geverifieerd en geregistreerd volgens een bemonsteringsschema, waarvoor gepaste procedures aanwezig zijn, en de corrigerende acties die hieruit kunnen volgen, worden geregistreerd.
  • 4.10.5 De reinigings- en desinfectieschema’s worden zo nodig herzien en aangepast, wanneer van product gewisseld wordt of proces- of reinigingsapparatuur vervangen wordt.
  • 4.10.6 De beoogde wijze van gebruik voor reinigingshulpmiddelen is duidelijk omschreven.
  • 4.10.6 Reinigingshulpmiddelen worden zodanig gebruikt, dat contaminaties vermeden worden.
  • 4.10.7 Er zijn actuele veiligheidsbladen (Material Safety Data Sheets = MSDS) en instructies voor het gebruik van alle chemicaliën en schoonmaakmiddelen beschikbaar.
  • 4.10.7 De voor de schoonmaak verantwoordelijke medewerk(st)ers kunnen aantonen, dat zij bekend zijn met de betreffende instructies.
  • 4.10.7 De instructies voor het gebruik van alle chemicaliën en schoonmaakmiddelen zijn altijd ter plaatse aanwezig.
  • 4.10.8 Reinigingsmiddelen zijn duidelijk gelabeld en worden correct gebruikt en opgeslagen om contaminatie te vermijden.
  • 4.10.9 Reinigingsactiviteiten vinden plaats als er geen productie is.
  • 4.10.9 Indien het niet mogelijk is om reinigingsactiviteiten plaatst te laten vinden als er geen productie is, worden deze activiteiten dusdanig uitgevoerd, dat ze geen negatieve invloed hebben op het product.
  • 4.10.10 Wanneer een bedrijf een externe dienstverlener inhuurt voor de reinigings- en desinfectieactiviteiten, worden alle in paragraaf 4.10 gespecificeerde eisen duidelijk in het betreffende contract opgenomen te worden.

4.11 Afvalverwijdering

  • 4.11.1 Er is een procedure voor afval beheer en verwijdering gedefinieerd en geïmplementeerd om kruisbesmettingen te vermijden.
  • 4.11.2 Afvalverwijdering voldoet aan alle relevante wettelijke eisen.
  • 4.11.3 Productresten en ander afval worden zo snel mogelijk verwijderd uit de ruimtes waar voedingsmiddelen worden verwerkt en het ophopen van afval wordt vermeden.
  • 4.11.4 Vuilniscontainers zijn duidelijk gemarkeerd, juist ontwerp, in goede staat, gemakkelijk schoon te houden en, waar nodig, gedesinfecteerd.
  • 4.11.5 Ruimtes voor het verzamelen van afval en containers (inclusief perscontainers) zijn dusdanig ontworpen, dat ze schoongemaakt kunnen worden om zo het aantrekken van ongedierte te minimaliseren.
  • 4.11.6 Afval wordt ingezameld in gescheiden containers, die afgestemd zijn op de beoogde wijze van afvoer en verwerking.
  • 4.11.6 Afval in gescheiden containers wordt alleen verwijderd door bedrijven, die hiervoor een vergunning hebben en het bedrijf houdt registraties bij van het afgevoerde afval.

4.12 Risico’s van productvreemde materialen, metaal, gebroken glas en hout

  • 4.12.1 Op basis van de gevarenanalyse en de beoordeling van de relevante risico’s zijn procedures gedefinieerd en geïmplementeerd om contaminatie met vreemde voorwerpen en materialen te vermijden.
  • 4.12.1 Besmette producten worden als non-conforme producten behandeld.
  • 4.12.2 In alle ruimtes/afdelingen (bijv. voor verwerking van grondstoffen, productie, verpakking en opslag) waarvoor in de gevarenanalyse en de beoordeling van de relevante risico’s vastgesteld is, dat er zich een potentieel risico op productbesmetting kan voordoen, wordt het gebruik van hout uitgesloten.
  • 4.12.2 Daar waar het gebruik van hout niet kan worden vermeden, maar het risico beheerst kan worden, is het hout in goede staat en schoon.
  • 4.12.3 In gevallen, waar detectoren voor metalen en/of andere vreemde materialen vereist zijn, zijn deze zo geïnstalleerd , dat een maximale detectie-efficiency gegarandeerd is om contaminaties te vermijden.
  • 4.12.3 De detectoren worden periodiek onderhouden om storingen en werkingsfouten te vermijden.
  • 4.12.4 Mogelijk gecontamineerde producten worden geïsoleerd/apart gezet.
  • 4.12.4 Alleen hiertoe bevoegde medewerkers hebben toegang tot de gecontamineerde producten en zij nemen actie voor de verdere verwerking of controle van deze gecontamineerde producten volgens gedefinieerde procedures.
  • 4.12.4 Na de controle worden besmette producten als non-conforme producten behandeld.
  • 4.12.5 De vereiste nauwkeurigheid van detectoren wordt gespecificeerd.
  • 4.12.5 De controles op de juiste werking van detectoren worden regelmatig uitgevoerd.
  • 4.12.5 Indien een detector voor metaal of vreemde materialen, defect of in storing is, worden corrigerende acties gedefinieerd, geïmplementeerd en gedocumenteerd.
  • 4.12.6 Speciale apparatuur of methodes die gebruikt worden om vreemde materialen te detecteren, zijn naar behoren gevalideerd en goed onderhouden.
  • 4.12.7 In alle ruimtes/afdelingen voor de handeling van grondstoffen, verwerking, verpakking en opslag, waarvoor in de gevarenanalyse en de beoordeling van de relevante risico’s vastgesteld is dat er zich een potentieel risico op productbesmetting kan voordoen, is het gebruik van glas en broze materialen uitgesloten.
  • 4.12.7 Als de aanwezigheid van glas of broos plastic niet vermeden kan worden, zijn er geëigende maatregelen ter bescherming tegen breuk genomen.
  • 4.12.8 Alle vaste voorwerpen van/met glas/broos materiaal, die aanwezig zijn in ruimtes voor grondstoffen, productie, verpakking en opslag, zijn in een glasregister vermeld, inclusief de exacte plaats waar zij zich bevinden.
  • 4.12.8 De staat van de voorwerpen in het glasregister wordt regelmatig beoordeeld en geregistreerd.
  • 4.12.8 De argumentatie voor de frequentie van de controles van voorwerpen uit het glasregister is gedocumenteerd.
  • 4.12.9 Glasbreuk en breuk van broze materialen worden geregistreerd en uitzonderingen zijn beargumenteerd en gedocumenteerd.
  • 4.12.10 Er zijn procedures aanwezig, die beschrijven welke maatregelen moeten worden genomen in geval van glasbreuk van bijvoorbeeld glazen verpakkingen en vergelijkbaar materiaal.
  • 4.12.10 De te nemen maatregelen in geval van glasbreuk omvatten onder andere de identificatie van de partij goederen, die geblokkeerd moet worden, de benoeming van de bevoegde medewerk(st)ers, het schoonmaken van de productieomgeving en het vrijgeven van de productielijn voor verdere productie.
  • 4.12.11 Op basis van een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s zijn er preventieve maatregelen genomen voor de omgang met glazen verpakkingen, glazen containers of andere soorten containers in het productieproces (omdraaien, schoonblazen, spoelen etc.). Na dergelijke processtappen is een verder risico op productbesmetting niet meer toegestaan.
  • 4.12.11 Na dergelijke processtappen is een verder risico op productbesmetting niet meer toegestaan.
  • 4.12.12 Als door middel van visuele inspectie vreemde materialen worden gedetecteerd, is het personeel daarin getraind en geïnstrueerd.
  • 4.12.1 De samenstelling van het personeel wordt met een dusdanige frequentie afgewisseld, dat de effectiviteit van dit proces optimaal blijft.

4.13 Controle op ongedierte/ongediertebestrijding

  • 4.13.1 Het bedrijf implementeert een systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding dat aan de wettelijke eisen voldoet.
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met de fabrieksomgeving (potentieel ongedierte).
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met een plattegrond met de lokdozenlocaties (lokdozenkaart).
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met de identificatie van de lokmiddelen/vallen op de locatie zelf.
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met de verantwoordelijkheden intern/extern.
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met de gebruikte producten/middelen en hun gebruiks- en veiligheidsinstructies.
  • 4.13.1 Bij het systeem voor de ongediertepreventie en -bestrijding wordt rekening gehouden met de frequentie van de inspecties.
  • 4.13.1 Het systeem voor ongediertebestrijding is gebaseerd op de gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s.
  • 4.13.2 Het bedrijf beschikt over gekwalificeerd en getraind eigen personeel en/of heeft een contract met een competente externe ongediertebestrijder.
  • 4.13.2 Bij gebruik van een externe ongediertebestrijder zijn de noodzakelijke acties, die op de locatie worden uitgevoerd, beschreven in een schriftelijk contract.
  • 4.13.3 Inspecties in het kader van de ongediertebestrijding en de daaruit resulterende acties worden gedocumenteerd.
  • 4.13.3 Implementatie van de acties wordt bewaakt en geregistreerd.
  • 4.13.4 Lokmiddelen, vallen en insectenvangers functioneren, hun voorraad is voldoende en worden op een geschikte plek geplaatst.
  • 4.13.4 Lokmiddelen, vallen en insectenvangers zijn zodanig geconstrueerd en gepositioneerd, dat er geen contaminatierisico kan optreden.
  • 4.13.5 Binnenkomende leveringen worden bij aankomst onderzocht op aanwezigheid van ongedierte.
  • 4.13.5 Elke aantasting/ besmetting bij binnenkomende levering wordt vastgelegd.
  • 4.13.5 In geval van aantasting/ besmetting worden er bestrijdings-/beheersingsmaatregelen genomen.
  • 4.13.6 De effectiviteit van de ongediertebestrijding wordt bewaakt met behulp van regelmatige trendanalyses.

4.14 Goederenontvangst en opslag

  • 4.14.1 Alle inkomende goederen, inclusief verpakkingsmaterialen en etiketten, worden volgens een vastgesteld inspectieplan op overeenstemming met de relevante specificaties gecontroleerd.
  • 4.14.1 Het inspectieplan is op de risico’s gebaseerd en de testresultaten worden gedocumenteerd.
  • 4.14.2 De opslagcondities van grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten en verpakkingen zijn in elk geval in overeenstemming met de producteisen (bijv. koeling, afgedekt ter bescherming) en zijn niet schadelijk voor andere producten.
  • 4.14.3 Grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten en verpakkingsmaterialen worden zodanig opgeslagen dat het risico van kruisbesmetting wordt geminimaliseerd.
  • 4.14.4 Er zijn geëigende opslagfaciliteiten beschikbaar voor het beheer en de opslag van bedrijfs- en proceshulpmiddelen en hulpstoffen en het voor het management van de opslagfaciliteiten verantwoordelijke personeel is daarvoor opgeleid.
  • 4.14.5 Alle producten zijn duidelijk gecertificeerd.
  • 4.14.5 De producten worden gebruikt in overeenstemming met de principes ‘first in/first out’ en/of ‘first expired/first out’ (eerste in/eerste uit, kortste houdbaarheid/eerste uit).
  • 4.14.6 Als een bedrijf een externe dienstverlener inhuurt voor de opslag, werkt deze dienstverlener volgens de eisen van IFS Logistics.
  • 4.14.6 Wanneer de externe dienstverlener niet volgens IFS Logistics gecertificeerd is, voldoet deze aan alle relevante eisen, die binnen de eigen magazijnactiviteiten van het bedrijf ook gelden en dit is duidelijk aangegeven in het betreffende contract.

4.15 Transport

  • 4.15.1 Voordat vrachtwagens beladen worden, wordt hun conditie gecontroleerd (zoals: afwezigheid van vreemde geuren, aanwezigheid van veel stof, ongunstige vochtigheid, ongedierte, schimmels) en indien nodig wordt actie ondernomen.
  • 4.15.2 Er zijn procedures geïmplementeerd om productbesmetting tijdens transporten te voorkomen (voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelen/verschillende productcategorieën).
  • 4.15.3 De temperatuur in het voertuig wordt, indien goederen bij een bepaalde temperatuur vervoerd moeten worden, voor het laden gecontroleerd en vastgelegd.
  • 4.15.4 De geschikte temperatuur range tijdens transport wordt, indien goederen bij een bepaalde temperatuur vervoerd moeten worden, geborgd en vastgelegd.
  • 4.15.5 Er bestaat een schoonmaakschema, en indien nodig een desinfectieschema, voor alle voertuigen en apparatuur die gebruikt worden tijdens het laden en lossen (zoals slangen van silo-installaties) en er zijn registraties aanwezig van de genomen maatregelen.
  • 4.15.6 Laad- en losdocks hebben een voorziening om de getransporteerde producten te beschermen tegen externe invloeden.
  • 4.15.7 Indien transport wordt uitbesteed aan een externe logistieke dienstverlener, zijn alle eisen uit paragraaf 4.15 duidelijk gespecificeerd in het contract of de logistiek dienstverlener valt onder de eisen van IFS Logistics.
  • 4.15.8 De veiligheid van transportvoertuigen wordt adequaat gewaarborgd.

4.16 Onderhoud en reparatie

  • 4.16.1 Er is een geschikt onderhoudssysteem aanwezig, voor alle machines en apparaten (inclusief transport), die onontbeerlijk zijn voor de juiste producteisen. Dit geldt zowel voor intern als voor extern uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden.
  • 4.16.2 Tijdens en na onderhouds- en reparatiewerkzaamheden is gegarandeerd, dat aan alle producteisen voldaan wordt en contaminaties voorkomen worden.
  • 4.16.2 Er worden registraties bijgehouden van de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en van de geïmplementeerde corrigerende acties.
  • 4.16.3 Alle materialen, die voor onderhoud en reparaties worden gebruikt, zijn geschikt voor het beoogde gebruiksdoel.
  • 4.16.4 Elk falen van installaties of apparatuur (inclusief transport), die onder het onderhoudssysteem vallen, wordt vastgelegd en geëvalueerd in het licht van eventueel noodzakelijke aanpassingen van het onderhoudssysteem.
  • 4.16.5 Tijdelijke reparaties worden zo uitgevoerd, dat de producteisen niet in het geding zijn en dergelijke werkzaamheden worden gedocumenteerd.
  • 4.16.5 Als een of meer tekortkomingen geconstateerd worden, dan wordt er op korte termijn een deadline ingepland voor de oplossing van de tekortkoming(en).
  • 4.16.6 Daar waar een bedrijf een externe dienstverlener inhuurt voor onderhoud en reparaties, worden alle door het bedrijf gespecificeerde eisen aan materialen en uitrusting duidelijk vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden.

4.17 Apparatuur

  • 4.17.1 Apparatuur en uitrusting is voor het beoogde gebruiksdoel ontworpen en gespecificeerd.
  • 4.17.1 Voordat de apparatuur of uitrusting in gebruik wordt genomen, wordt geverifieerd of aan de producteisen wordt voldaan.
  • 4.17.2 Voor alle apparatuur, uitrusting en gereedschappen met direct contact met voedsel zijn conformiteitsverklaringen aanwezig, die voldoen aan de relevante wettelijke eisen.
  • 4.17.2 Als geen relevante wettelijke eisen van toepassing zijn, zijn er bewijzen om aan te tonen, dat alle apparatuur, uitrusting en gereedschappen geschikt zijn voor het beoogde gebruiksdoel. Dit is van toepassing op alle apparatuur, uitrusting en gereedschappen, die in direct contact komen met grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten.
  • 4.17.3 Apparatuur is zodanig ontworpen en geïnstalleerd, dat schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden op effectieve wijze uitgevoerd kunnen worden.
  • 4.17.4 Het bedrijf waarborgt, dat alle productapparatuur in een goede toestand verkeert zonder negatieve invloed op de voedselveiligheid.
  • 4.17.5 Het bedrijf beoordeelt de proceskarakteristieken bij veranderingen in de verwerkingsmethodes en apparatuur om er zeker van te zijn dat voldaan wordt aan de producteisen.

4.18 Traceerbaarheid (inclusief GMO’s en allergenen)

  • 4.18.1 Er is een traceerbaarheidssysteem aanwezig, dat een identificatie mogelijk maakt van productpartijen in relatie tot batches grondstoffen, verpakkingen in direct contact met voedsel en verpakkingen, die bestemd zijn voor direct contact met voedsel of waarvan direct contact met voeding verwacht mag worden.
  • 4.18.1 In het traceerbaarheidssysteem zijn alle relevante verwerkings- en distributiegegevens opgenomen.
  • 4.18.1 De traceerbaarheid is gegarandeerd en gedocumenteerd tot aan de aflevering bij de klant.
  • 4.18.2 Er zijn ‘downstream‘ gegevens beschikbaar (vanaf de productielocaties tot en met de klanten).
  • 4.18.2 Het tijdsbestek waarin de ‘downstream’ gegevens voor evaluatie beschikbaar dienen te komen, voldoen aan de eisen van de klant.
  • 4.18.3 De traceerbaarheid is geïmplementeerd om de relatie tussen batches eindproducten en hun etiketten te identificeren.
  • 4.18.4 Het traceerbaarheidssysteem wordt periodiek getest – minimaal eens per jaar en telkens wanneer het traceerbaarheidssysteem verandert.
  • 4.18.4 De test van het traceerbaarheidssysteem verifieert in beide richtingen van de stroom de traceerbaarheid (van geleverde producten tot grondstoffen v.v.), inclusief controle van de hoeveelheden en de testresultaten worden gedocumenteerd.
  • 4.18.5 De traceerbaarheid is geborgd in alle fases, inclusief onderhanden werk, nabewerking en herverwerking.
  • 4.18.6 Tijdens de verpakking van halffabrikaten of eindproducten worden de partijen geëtiketteerd om tracering van de goederen mogelijk te maken.
  • 4.18.6 Indien de goederen op een later tijdstip geëtiketteerd worden, zijn de tijdelijk opgeslagen goederen voorzien van een specifiek etiket.
  • 4.18.1 De houdbaarheid (d.w.z. de THT-datum/uiterste houdbaarheidsdatum) van de geëtiketteerde producten wordt berekend op basis van de originele productiebatch.
  • 4.18.7 Wanneer de klant dit vereist, worden contra monsters, die representatief zijn voor het productie lot opgeslagen en bewaard tot de uiterste houdbaarheidsdatumTHT of TGT) van het eindproduct en indien nodig gedurende een bepaalde periode na deze datum.

4.19 Genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s)

  • 4.19.1 Voor producten, die geleverd worden aan de klanten en/of landen met GMO-eisen, heeft het bedrijf systemen en procedures beschikbaar om de identificatie van producten mogelijk te maken, die bestaan uit GMO’s, die GMO’s bevatten of geproduceerd zijn van GMO’s, inclusief grondstoffen, additieven en aroma’s.
  • 4.19.2 Er zijn grondstofspecificaties en leveringsdocumenten aanwezig, die de producten identificeren, die bestaan uit GMO’s, die gemaakt zijn m.b.v. GMO’s of die GMO’s bevatten.
  • 4.19.2 De waarborging met betrekking tot de GMO-status van grondstoffen wordt contractueel overeengekomen met de leverancier ofwel de technische documenten specificeren de GMO-status.
  • 4.19.2 Het bedrijf houdt een continu geactualiseerde lijst bij van alle GMO-grondstoffen die op zijn terrein gebruikt worden en die ook inzicht geeft in de mengsels/mixen en recepturen, waaraan dergelijke GMOgrondstoffen worden toegevoegd.
  • 4.19.3 Er zijn geschikte procedures om te waarborgen, dat bij de productie van producten, die bestaan uit GMO’s of GMO’s bevatten, besmetting wordt voorkomen van producten die geen GMO’s bevatten.
  • 4.19.3 Beheersmaatregelen zijn aanwezig om kruisbesmetting met GMO’s te voorkomen en de effectiviteit van deze procedures wordt gecontroleerd op basis van testen.
  • 4.19.4 Eindproducten, die GMO’s bevatten of die als GMO-vrij geëtiketteerd zijn, worden gedeclareerd/geëtiketteerd volgens de actuele wettelijke eisen.
  • 4.19.4 Leveringsdocumenten omvatten een verwijzing naar GMO’s.
  • 4.19.5 Klanteisen inzake GMO-status van producten zijn duidelijk geïmplementeerd binnen het bedrijf.

4.20 Allergenen en specifieke productiecondities

  • 4.20.1 Grondstofspecificaties, die allergenen bevatten die gedeclareerd moeten worden en relevant zijn voor het land van bestemming van het eindproduct, zijn beschikbaar.
  • 4.20.1 Het bedrijf houdt een continu actuele lijst bij van alle allergene grondstoffen, die op zijn locatie gebruikt worden.
  • 4.20.1 De lijst van alle allergenen grondstoffen geeft ook inzicht in de mengsels/mixen en recepturen, waaraan dergelijke allergenen bevattende grondstoffen worden toegevoegd.
  • 4.20.2 Bij de productie van producten met allergenen, die gedeclareerd moeten worden, wordt kruisbesmetting zoveel mogelijk geminimaliseerd.
  • 4.20.3 Eindproducten, die allergenen bevatten die gedeclareerd moeten worden, worden gedeclareerd/geëtiketteerd volgens de relevante wettelijke eisen.
  • 4.20.3 Voor de toevallige aanwezigheid of onopzettelijke aanwezigheid van wettelijk te declareren allergenen en sporen, is de etikettering gebaseerd op een gevarenanalyse en een beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s.
  • 4.20.4 Wanneer klanten de specifieke eis stellen, dat producten ‘vrij zijn van’ bepaalde substanties of ingrediënten (zoals gluten of varkensproducten) of dat bepaalde productie- of behandelingsmethodes worden uitgesloten, worden daarvoor verifieerbare procedures toegepast.

5.1 Interne audit

  • 5.1.1 Er worden effectieve interne audits verricht conform overeengekomen auditprogramma en dit omvat alle eisen van de IFS-Standaard.
  • 5.1.1 De scope en de frequentie van de interne audits is gebaseerd op een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s. Dit is eveneens van toepassing op opslaglocaties buiten de fabriek die eigendom van het bedrijf zijn of gehuurd worden.
  • 5.1.2 Interne audits van activiteiten, die van kritisch zijn voor de voedselveiligheid en de productspecificaties, worden minimaal eens per jaar uitgevoerd.
  • 5.1.3 De auditors zijn deskundig en onafhankelijk van de afdeling die geaudit wordt.
  • 5.1.4 De auditresultaten worden gecommuniceerd naar het senior-management en naar de voor de afdeling verantwoordelijke medewerk(st)ers.
  • 5.1.4 De noodzakelijke corrigerende acties en een planning voor de implementatie worden vastgesteld, gedocumenteerd en gecommuniceerd naar alle relevante medewerk(st)ers.
  • 5.1.5 Er wordt gedocumenteerd hoe en wanneer de uit de interne audit resulterende corrigerende acties worden geverifieerd.

5.2 Fabrieksinspecties

  • 5.2.1 Er worden regelmatig fabrieksinspecties ingepland en uitgevoerd (onderwerpen zijn o.a. productbeheersing, hygiëne, risico op productvreemde materialen, hygiëne van het personeel
    en schoonmaak).
  • 5.2.1 De frequentie van de inspecties in elke ruimte of omgeving (inclusief buitenterreinen) en van elke individuele activiteit is gebaseerd op een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s en op eerdere ervaringen.

5.3 Procesvalidatie en beheersing

  • 5.3.1 De criteria voor de procesvalidatie en -beheersing zijn duidelijk gedefinieerd.
  • 5.3.2 Waar beheersing van proces- en omgevingsparameters (temperatuur, tijd, druk, chemische verhoudingen, etc.) essentieel is voor de vervulling van de producteisen, worden deze parameters continu en/of met gepaste intervallen gecontroleerd en geregistreerd.
  • 5.3.3 Alle activiteiten met betrekking tot herverwerking worden gevalideerd, gecontroleerd en gedocumenteerd en deze activiteiten hebben geen invloed op de producteisen.
  • 5.3.4 Er zijn geschikte procedures voor de melding, registratie en bewaking van storingen van machines/apparatuur en procesafwijkingen.
  • 5.3.5 De procesvalidatie wordt verricht met behulp van verzamelde data, die relevant zijn voor de productveiligheid en processen.
  • 5.3.5 Wanneer substantiële aanpassingen plaatsvinden, wordt een hernieuwde validatie verricht.

5.4 Kalibratie, afstelling en controle van meet- en bewakingsinrichtingen

  • 5.4.1 Het bedrijf identificeert de meet- en controlemiddelen die gebruikt worden voor de waarborging van de producteisen en deze middelen worden gedocumenteerd en duidelijk geïdentificeerd.
  • 5.4.2 Alle meetapparatuur wordt binnen een monitoringsysteem met gespecificeerde intervallen gecontroleerd, afgesteld en gekalibreerd op basis van vastgestelde erkende standaarden/methodes.
  • 5.4.2 De resultaten van de controles, afstellingen en kalibraties van het meetapparatuur worden gedocumenteerd.
  • 5.4.2 Waar nodig worden corrigerende acties bij apparaten en, indien nodig, processen en producten uitgevoerd.
  • 5.4.3 Alle meetapparatuur wordt uitsluitend gebruikt voor hun gedefinieerde gebruiksdoel.
  • 5.4.3 Waar meetresultaten een afwijking of storing aangeven, wordt het betreffende middel onmiddellijk gerepareerd of vervangen.
  • 5.4.4 De kalibratiestatus van de meetinrichtingen is duidelijk aangegeven (etiket op de machine of op een lijst van de meetapparatuur).

5.5 Hoeveelheidscontrole (kwantiteitscontrole/vulhoeveelheid)

  • 5.5.1 De frequentie en methode voor de hoeveelheidscontroles worden vastgelegd, zodat voldaan wordt aan de wettelijke eisen en klantspecificaties of – indien van toepassing – aan richtlijnen voor de nominale hoeveelheid.
  • 5.5.2 Er bestaat een procedure om de nalevingscriteria te definiëren voor de controle van partijhoeveelheden en die onder andere ook rekening houdt met tarragewichten, soortelijk gewicht en andere kritische eigenschappen.
  • 5.5.3 Er worden controles geïmplementeerd en geregistreerd in overeenstemming met een bemonsteringsplan, dat de productiebatches op een representatieve manier weerspiegelt.
  • 5.5.4 De resultaten van deze controles voldoen aan de gedefinieerde criteria voor alle producten, die gereed zijn voor aflevering.
  • 5.5.5 Voor ingekochte, voorverpakte producten is bewijs aanwezig, dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen met betrekking tot de nominale hoeveelheid.
  • 5.5.6 Indien van toepassing is alle apparatuur, die wordt gebruikt voor de laatste controles, wettelijk goedgekeurd.

5.6 Productanalyses

  • 5.6.1 Er zijn procedures om te waarborgen, dat voldaan wordt aan alle gespecificeerde producteisen, inclusief de wettelijke eisen en specificaties.
  • 5.6.1 Het bedrijf voert met dit doel zelf microbiologische, fysische en chemische analyses uit en/of besteedt deze analyses uit.
  • 5.6.2 Analyses, die relevant zijn voor de voedselveiligheid, worden bij voorkeur uitgevoerd door laboratoria die over de juiste accreditaties en methodes (ISO 17025) beschikken.
  • 5.6.2 Indien een bedrijf de analyses zelf uitvoert of de analyses door een niet geaccrediteerd laboratorium worden uitgevoerd, worden deze resultaten op regelmatige basis geverifieerd door een laboratorium, dat geaccrediteerd is voor dergelijke programma’s/methodes (ISO 17025).
  • 5.6.3 Er zijn procedures om de betrouwbaarheid van interne analyseresultaten te borgen.
  • 5.6.3 De interne analyses zijn gebaseerd op officieel erkende analysemethodes en dit wordt aangetoond door ringonderzoeken of andere bekwaamheidstesten.
  • 5.6.4 Op basis van een gevarenanalyse en van de daaruit afgeleide risico’s wordt een analyseschema opgesteld voor de interne en externe analyses van grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten, procesapparatuur en verpakkingsmaterialen en, waar nodig, voor omgevingsanalyses, en de testresultaten worden gedocumenteerd.
  • 5.6.5 De resultaten van de analyse worden regelmatig geëvalueerd en in geval van onvoldoende resultaten worden de juiste corrigerende maatregelen genomen.
  • 5.6.5 De analyseresultaten worden regelmatig beoordeeld om trends te kunnen identificeren en bij afwijkende trends worden corrigerende maatregelen genomen.
  • 5.6.6 In gevallen waar interne analyses worden verricht, is daarvoor gekwalificeerd en getraind personeel beschikbaar, alsmede geschikte apparatuur en ruimtes om de analyses uit te voeren.
  • 5.6.7 Ter verificatie van de eindproductkwaliteit , worden regelmatig interne organoleptische testen uitgevoerd.
  • 5.6.7 De testen zijn in overeenstemming met de specificaties en gerelateerd aan de impact op de respectievelijke parameters van de productkarakteristieken en de testresultaten worden gedocumenteerd.
  • 5.6.8 Op basis van interne of externe informatie over productrisico’s, die een impact op de voedselveiligheid kunnen hebben, past het bedrijf zijn beheersplan aan en/of neemt het bedrijf geëigende maatregelen om de impact op gereed product te beheersen.

5.7 Productblokkering (quarantaine) en -vrijgave

  • 5.7.1 Op basis van een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s is een procedure aanwezig voor blokkering en vrijgave van alle grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten en verpakkingsmaterialen.
  • 5.7.1 De procedure waarborgt, dat alleen producten en materialen worden verwerkt en verzonden, die voldoen aan de producteisen.

5.8 Klachtenbehandeling van autoriteiten en klanten

  • 5.8.1 Er is een systeem voor de afhandeling van productklachten.
  • 5.8.2 Alle klachten worden beoordeeld door competente medewerk(st)ers en waar dat gerechtvaardigd is, wordt per omgaande gepaste actie ondernomen.
  • 5.8.3 Klachten worden geanalyseerd met het oog op eventueel te nemen preventieve maatregelen om herhaling van de nonconformiteit te voorkomen.
  • 5.8.4 De resultaten van de klachtenanalyses worden beschikbaar gesteld aan de relevante verantwoordelijke medewerk(st)ers en de directie.

5.9 Management van incidenten, het terughalen van producten/product recall

  • 5.9.1 Er is een gedocumenteerde procedure voor het management van incidenten en potentiële crisissituaties, die gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid, de wetsnaleving en de kwaliteit.
  • 5.9.1 Deze procedure wordt geïmplementeerd en bijgehouden, en omvat minimaal: de benoeming en training van een crisisteam, een lijst met contacten die gewaarschuwd moeten worden, bronnen voor wettelijke advies (indien nodig), bereikbaarheid van contacten, klantinformatie en een communicatie plan, dat informatie richting consumenten bevat..
  • 5.9.2 Er is een effectieve procedure voor het terughalen van producten en/of het uitvoeren van een recall, die een duidelijke omschrijving van de toegekende verantwoordelijkheid geeft en waarborgt dat de betrokken klanten zo snel mogelijk geïnformeerd worden.
  • 5.9.3 Er zijn actuele contactgegevens voor noodgevallen beschikbaar (zoals namen en telefoonnummers van leveranciers, klanten en bevoegde autoriteiten).
  • 5.9.3 Er is in het bedrijf permanent een persoon te zijn, die de bevoegdheid heeft om het managementproces voor de afhandeling van incidenten in gang te zetten.
  • 5.9.4 De uitvoerbaarheid, effectiviteit en de tijdigheid van de uitvoering van de geïmplementeerde procedure voor het terughalen van producten wordt regelmatig intern getest.
  • 5.9.4 De frequentie van deze testen is gebaseerd op een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s, maar zij worden minimaal eens per jaar uitgevoerd.
  • 5.9.4 De test wordt op dusdanige wijze uitgevoerd dat een effectieve implementatie en uitvoering van de procedure gewaarborgd is.

5.10 Management van non-conformiteiten en productafwijkingen

  • 5.10.1 Er is een procedure voor de behandeling van alle non-conforme grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten, procesapparatuur en verpakkingsmaterialen.
  • 5.10.1 De procedure omvat quarantaine-/blokkeringsprocedures.
  • 5.10.1 De procedure omvat gevarenanalyse en beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s.
  • 5.10.1 De procedure omvat identificatie (bijv. etiket).
  • 5.10.1 De procedure omvat beslissing over het verdere gebruik (bijv. vrijgave, herbewerking/ nabehandeling, blokkering, quarantaine, afkeur/ afval).
  • 5.10.2 De verantwoordelijkheden voor de afhandeling van nonconforme producten zijn duidelijk vastgelegd en de procedure voor de afhandeling van non-conforme producten wordt door alle relevante medewerkers begrepen.
  • 5.10.3 Bij non-conformiteiten, worden onmiddellijk corrigeren de acties genomen om te waarborgen dat aan de producteisen wordt voldaan.
  • 5.10.4 Verpakte eindproducten of verpakkingsmaterialen, die niet aan de specificaties voldoen van private labels, worden niet onder het betreffende label op de markt gebracht en uitzonderingen worden schriftelijk met de contractpartners overeengekomen.

5.11 Corrigerende acties

  • 5.11.1 Er is een procedure aanwezig voor de registratie en analyse van afwijkingen, welke gericht is op preventieve en/of corrigerende acties om herhaling te voorkomen.
  • 5.11.2 Corrigerende acties worden duidelijk geformuleerd, gedocumenteerd en zo snel mogelijk genomen om verdere non-conformiteiten te voorkomen.
  • 5.11.2 Voor elke corrigerende actie worden duidelijk de verantwoordelijkheden en het tijdpad vastgesteld.
  • 5.11.2 De documentatie wordt veilig opgeslagen en is gemakkelijk toegankelijk.
  • 5.11.3 De uitvoering van de geïmplementeerde corrigerende acties wordt vastgelegd en de effectiviteit wordt gecontroleerd.

6.1 Beoordeling defense

  • 6.1.1 De verantwoordelijkheden voor food defense worden duidelijk gedefinieerd.
  • 6.1.1 De verantwoordelijke personen hebben een sleutelpositie en direct toegang tot het directieteam en men kan aantonen over voldoende kennis van dit aandachtsgebied te beschikken.
  • 6.1.2 Er wordt een food defense gevarenanalyse en een beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s uitgevoerd en gedocumenteerd.
  • 6.1.2 Op basis van de food defense gevarenanalyse en op basis van de wettelijke vereisten worden aspecten geïdentificeerd, die van essentieel belang voor de veiligheid zijn.
  • 6.1.2 De op food defense gerichte gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s worden eens per jaar verricht of na wijzigingen, die invloed hebben op de voedselintegriteit.
  • 6.1.2 Er is een waarschuwingssysteem dat periodiek op effectiviteit getest te wordt.
  • 6.1.3 Wanneer de wetgeving een registratie of inspecties op locatie noodzakelijk maakt, worden bewijzen beschikbaar gesteld.

6.2 Locatiebeveiliging

  • 6.2.1 Op basis van een gevarenanalyse en de beoordeling van de daaruit afgeleide risico’s worden ruimtes en zones, die van essentieel belang zijn voor de veiligheid, beschermd om toegang door onbevoegden te voorkomen.
  • 6.2.1 Toegangspunten worden gecontroleerd.
  • 6.2.2 Er zijn procedures aanwezig om manipulaties te voorkomen en/of om tekenen van manipulaties te kunnen identificeren.

6.3 Beveiliging m.b.t. personeel & bezoekers

  • 6.3.1 Het bezoekersbeleid omvat aspecten van het food defenseplan.
  • 6.3.1 Het personeel, dat de beladingen en leveringen verricht en in contact met het product komt, identificeert zich en accepteert de toegangsregels van het bedrijf.
  • 6.3.1 Bezoekers en externe dienstverleners zijn herkenbaar en van het vaste personeel te onderscheiden in ruimtes met productopslag en registreren zich bij aankomst.
  • 6.3.1 Bezoekers en externe dienstverleners worden voor betreding van het bedrijf geïnformeerd over de beleidslijnen op de locatie en hun toegang is overeenkomstig geregeld.
  • 6.3.2 Alle medewerk(st)ers ontvangen jaarlijks training in food defense en op momenten dat er significante veranderingen in het programma zijn en de trainingssessies worden gedocumenteerd.
  • 6.3.2 De procedures voor de werving en het ontslag van personeel houden binnen de wettelijke kaders rekening met veiligheidsaspecten.

6.4 Externe inspecties

  • 6.4.1 Er bestaat een gedocumenteerde procedure voor het beheer van externe inspecties en bezoeken van regelgevende instanties.
  • 6.4.1 Er wordt relevant personeel getraind in de uitvoering van de procedure.