How can we help?

Checklist Hygiëne en Veiligheid verpleeghuizen en woonzorgcentra (LCHV)

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

1.1 Handhygiëne

  • De handhygiëne wordt op de juiste momenten en wijze uitgevoerd.
  • Handschoenen worden gedragen wanneer de handen in contact kunnen komen met lichaamsvochten.
  • Na het uittrekken van de handschoenen wordt handhygiëne toegepast.
  • Wondjes aan de handen zijn afgedekt met vochtwerende pleisters.
  • Er wordt alleen handalcohol gebruikt dat is toegelaten door of aangemeld bij het Ctgb.

1.2 Persoonlijke verzorging

  • Er worden geen hand- en polssieraden gedragen.
  • Nagels zijn kort, geen nagellak of kunstnagels.
  • Haren zijn kort of bijeengebonden.
  • Baarden en snorren zijn schoon en kort.
  • Hoofddoekjes zijn schoon en worden strak om het hoofd gedragen.

1.3 Kleding – algemeen

  • Er wordt dienstkleding gedragen.
  • Dagelijks en bij visuele verontreiniging wordt schone kleding aangetrokken.
  • Over de kleding worden geen shawls, vesten, lange kettingen en dergelijke gedragen.
  • Er wordt kleding met korte mouwen gedragen.
  • De kleding is glad, pluist niet en hangt niet los.
  • De kleding waarin gewerkt is wordt op de werkplek uitgetrokken.

1.4 Dienstkleding

  • Dienstkleding wordt gesloten gedragen.

1.5 Prive-kleding

  • Er is extra privékleding op de werkplek aanwezig.
  • De kleding wordt volgens wasvoorschrift gewassen en gedroogd in de droogtrommel en/of gestreken.

1.6 Beschermende kleding

  • De beschermende kleding wordt over de kleding en gesloten gedragen.
  • De beschermende kleding wordt direct na de handeling in de juiste volgorde uitgetrokken. Een plastic schort wordt direct weggegooid, een stoffen jasschort wordt aan het eind van de dienst in de was gedaan.

1.7 Handschoenen

  • Er worden handschoenen gedragen in alle gevallen waarbij de handen in contact kunnen komen met bloed, lichaamsvloeistoffen, slijmvliezen, nietintacte huid of behandelmaterialen die (mogelijk) besmet zijn.
  • Handschoenen worden eenmalig en bij een zelfde cliënt gebruikt.
  • Tijdens het dragen van handschoenen wordt contact met deurknoppen, telefoon, apparatuur, toetsenborden, et cetera vermeden.
  • Na het uittrekken van de handschoenen wordt handhygiëne toegepast.

1.8 Mondneusmaskers

  • Er wordt een chirurgisch mondneusmasker met neusklem en een beschermende bril, of een mondneusmasker met spatscherm gedragen, bij iedere handeling waarbij kans bestaat op spatten in het gezicht.
  • De brillen hebben een volledige boven- en zijbescherming.
  • Het masker en de bril/het spatscherm zijn bij dergelijke handelingen binnen handbereik.
  • Het masker wordt direct na gebruik weggegooid. De beschermbril wordt na gebruik gereinigd en gedesinfecteerd en wegwerpbrillen worden direct na gebruik weggegooid.

2.1 Hulp bij de wasbeurt

  • Iedere bewoner is in het bezit van persoonlijke wasbenodigdheden: • zeep, kam, tandenborstel, tandpasta en zo nodig cheerbenodigdheden en een gebittenbakje • schone handdoek • schone waskommen van roestvrijstaal of kunststof • schone washand of wegwerpwasdoekjes.
  • De gehele verpakking wegwerpwasdoekjes wordt voor één cliënt gebruikt.
  • Voor elk lichaamsdeel wordt een nieuw doekje genomen.
  • Tijdens de handeling staan alle benodigde materialen binnen handbereik.
  • Na afloop van de werkzaamheden wordt handhygiëne toegepast.

2.2 Mondverzorging

  • Er wordt gewerkt volgens de richtlijnen ‘Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’ van Verenso.

2.3 Sondevoeding

  • Voor het aansluiten of toedienen van de voeding wordt handhygiëne toegepast.
  • Bij continue toediening wordt de zak of fles met voeding binnen 24 uur vervangen.
  • Bij continue toediening wordt het toedieningsysteem tot aan de sonde na maximaal 96 uur vervangen.
  • Het voedingssysteem van een continue systeem wordt doorgespoeld met water uit een flink stromende kraan als de voedingszak wordt gewisseld.
  • Sondevoeding die in bolus wordt toegediend wordt na openen afgesloten in de koelkast, gedurende maximaal 24 uur bewaard.
  • De openingsdatum en tijd worden genoteerd.
  • Sondevoeding die niet in de koelkast mag worden bewaard, wordt direct na openen gebruikt en restjes worden weggegooid.
  • Bij bolustoediening wordt de voedingssonde of PEG-katheter na elke toediening afgesloten met een schoon dopje.
  • Bij bolustoediening wordt de voedingssonde of de PEG-katheter na iedere toediening van voeding en/of medicijnen doorgespoeld met 20-30 cc kraanwater.
  • Bij bolustoediening wordt de voedingssonde of de PEG-katheter minimaal vijf keer per dag doorgespoeld met 20-30 cc kraanwater.
  • Voor het doorspoelen wordt een spuit gebruikt.
  • De spuit voor het doorspoelen wordt cliëntgebonden binnen maximaal 24 uur hergebruikt.
  • Op de spuit om mee door te spoelen wordt de bewonersnaam en datum en tijdstip van ingebruikname op de zuiger genoteerd.
  • De gebruikte spuiten (doorspoelen) worden iedere avond weggegooid.
  • Indien de spuit wordt hergebruikt volgt men de procedure (na gebruik in een sopje gereinigd en de stamper en cilinder worden los van elkaar te drogen gelegd op een schone en droge doek, of in een uitlekbakje gezet, waarin geen water kan blijven staan).

2.4 Hoortoestellen

  • Minimaal wekelijks wordt het oorstukje van een hoortoestel gereinigd volgens voorschrift van de fabrikant.
  • De instructie van de fabrikant over het gebruik van het hoortoestel is gelezen.

2.5 Voet- en handverzorging

  • De voetverzorging bij risicobewoners wordt overgelaten aan een erkende pedicure en/of podotherapeut(e).
  • Bij de dagelijkse verzorging van de handen en voeten wordt gecontroleerd op aanwezigheid van wondjes, kloven, eeltplekken en likdoorns, ingegroeide nagels en dergelijke.
  • Hand- en voetverzorgingsinstrumenten (zoals nagelschaartjes en vijltjes) voor algemeen gebruik worden na ieder gebruik gereinigd en gedesinfecteerd.

2.6 Overledenen verzorgen

  • Alle te gebruiken materialen, zoals een afvalbak, waszak en een UN-gekeurde naaldcontainer voor scherpe voorwerpen, staan binnen handbereik.
  • Er worden handschoenen gedragen.
  • Er wordt beschermende kleding over de kleding gedragen om besmetting met bloed, feces, urine en andere lichaamsvochten van de overledene te voorkomen.
  • Na afloop van alle handelingen wordt eerst het afval verwijderd, vervolgens de handschoenen en de beschermende kleding en tenslotte wordt handhygiëne toegepast.

3.1 Bloed

  • Alle te gebruiken materialen staan binnen handbereik.
  • Er worden handschoenen gedragen bij werkzaamheden waarbij direct contact met bloed kan plaatsvinden. Ook bij het verzorgen van de insteekplaats van een infuus.
  • Gebruikte naalden worden direct na gebruik in de daarvoor bestemde UN-gekeurde naaldcontainer gedeponeerd.
  • De naalden worden nooit terug in het beschermhoesje gestoken.
  • De container wordt niet boven de aangegeven vullijn gevuld.
  • Direct na het beëindigen van de werkzaamheden wordt verontreinigd geraakte kleding of linnengoed verwijderd, worden de handschoenen uitgetrokken en wordt handhygiëne toegepast.
  • Bij het opruimen van gemorst bloed worden handschoenen aangetrokken.
  • Het gemorste bloed wordt opgenomen, de plek wordt vervolgens met allesreiniger gereinigd en daarna gedesinfecteerd met alcohol 70% of chloor.
  • Na het beëindigen van de handelingen wordt handhygiëne toegepast.

3.2 Sputum

  • Alle te gebruiken materialen staan binnen handbereik.
  • Tijdens het verlenen van hulp bij het ophoesten of bij het uitzuigen van slijm wordt beschermende kleding gedragen en worden handschoenen gedragen.
  • Na het beëindigen van de handelingen wordt handhygiëne toegepast.
  • Tijdens deze handelingen worden geen andere voorwerpen aangeraakt.
  • Sputum wordt opgevangen in een wegwerp sputumpot, die nooit langer dan 24 uur door een cliënt wordt gebruikt.
  • De pot wordt geleegd in de slokop of de pospoeler en gedeponeerd in een afvalzak, óf een afgesloten sputumpot wordt direct weggegooid.

3.3 Bronchiaal toilet

  • Alle te gebruiken materialen staan binnen handbereik.
  • Bij bronchiaaltoilet wordt een chirurgisch mondneusmasker en een bril gedragen.
  • De uitzuigapparatuur wordt op de juiste wijze gebruikt.
  • Er wordt wegwerp opvangmateriaal gebruikt.
  • Er wordt per cliënt apart materiaal gebruikt.
  • Als gebruik van wegwerp materiaal niet mogelijk is, dan wordt het materiaal na ieder gebruik huishoudelijk gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Na het beëindigen van de handelingen wordt handhygiëne toegepast.

3.4 Urine en feces: Katheter en urineopvangzakken

  • Dagelijks tijdens een gewone onderwasbeurt worden de uitwendige genitaliën en het gebied rondom de katheter met water of met wegwerpwasdoekjes gereinigd.
  • Bij een verblijfskatheter wordt een opvangzak met een aftapkraan gebruikt.
  • Het opvangsysteem wordt alleen van de katheter ontkoppeld bij het verwisselen van de katheter, bij het spoelen van de blaas, bij een verstopping door gruis of bloedstolsels in de katheter, bij lekkage van het systeem of als de zak vies gaat ruiken.
  • De koppeling tussen de katheter en het opvangsysteem wordt bij het aansluiten van een nieuwe zak met alcohol 70% gedesinfecteerd.
  • Er worden handschoenen gedragen tijdens het aftappen.
  • Het kraantje komt tijdens het aftappen niet in aanraking met de urinaal of de beker waarin de urine wordt opgevangen.
  • Er wordt voorkomen dat tijdens het aftappen de omgeving wordt besmet door spatten.
  • Na de handelingen worden de handschoenen uitgetrokken en wordt handhygiëne toegepast.
  • De urinaal of beker wordt bij voorkeur geleegd in een pospoeler, en anders in het toilet.
  • Spatten van het urinaal of beker tijdens het legen wordt voorkomen.
  • De schaar wordt, indien gebruikt voor het openknippen van een urineopvangzak zonder aftapkraan, gedesinfecteerd met alcohol 70%.
  • Spatten tijdens het legen van een urineopvangzak zonder aftapkraan wordt voorkomen.
  • Een lege urineopvangzakzak wordt afgevoerd met het gewone huisvuil.
  • Alle te gebruiken materialen voor het dagelijks verzorgen van het stomazakje staan binnen handbereik.
  • Tijdens de handelingen die behoren tot de dagelijkse verzorging van het stomazakje worden geen andere voorwerpen aangeraakt.
  • Gebruikte materialen voor de dagelijkse verzorging van het stomazakje worden direct na gebruik in de daarvoor bestemde afvalbak of waszak gedeponeerd.
  • Na afloop van de handelingen die behoren tot de dagelijkse verzorging van het stomazakje wordt handhygiëne toegepast.
  • Er worden handschoenen gedragen bij het verwijderen van incontinentiemateriaal.
  • Het incontinentiemateriaal wordt direct na vervanging in een plastic zak gedeponeerd. Deze zak wordt direct verwijderd.
  • Incontinentiemateriaal wordt minimaal één keer per acht uur verwisseld.

3.5 Tracheacanule

  • De binnencanule wordt twee maal per dag verwijderd.
  • Voor verwijdering van de binnencanule worden handschoenen aangetrokken.
  • De binnencanule wordt schoongemaakt met een gaasje onder stromend water.
  • Er worden wattenstokjes gebruikt en geen pijpenragers.
  • Na reiniging wordt de canule gedroogd met een gaasje of tissue.
  • Na de handelingen worden de handschoenen uitgetrokken en wordt handhygiëne toegepast.

4.1 Wondverzorging

  • Vóór en ná de wondbehandeling wordt handhygiëne toegepast.
  • Er worden handschoenen en beschermende kleding gedragen tijdens de wondbehandeling. Bij spoeling van een wond wordt ook een bril en een mondneusmasker of een mondneusmasker met spatscherm gedragen, indien er een risico op spatten is.
  • Vóór de wondverzorging worden alle benodigde materialen klaargelegd op een schone ondergrond en binnen handbereik.
  • Er wordt een verbandemmer en/of afvalzakje(s) binnen handbereik geplaatst.
  • De deur van de kamer wordt tijdens de wondverzorging gesloten gehouden en er worden tijdens het verwisselen van het verband geen handelingen verricht waarbij luchtwervelingen en stofverplaatsing optreden.
  • Na het verwijderen van het wondmateriaal worden de handschoenen weggegooid.
  • Er worden nieuwe handschoenen aangetrokken voordat de wond met nieuw, schoon materiaal wordt verzorgd, of de ‘no touch’ methode wordt toegepast.
  • De vervaldatum van alle producten en materialen wordt gecontroleerd.
  • De openingsdatum en -tijd wordt genoteerd op flessen met vloeistoffen voor de wondspoeling.
  • Er worden tubes gebruikt in plaats van potjes met zalf. Als er toch potten gebruikt worden, dan wordt elke keer dat er zalf uit de pot genomen wordt, een nieuwe handschoen of spatel gepakt en deze wordt na eenmalig gebruik weggegooid.
  • Zalven en crèmes worden cliëntgebonden gebruikt. De naam van de cliënt en de openingsdatum worden op tubes of potjes zalf genoteerd.
  • Verbandmandjes en –karren worden minimaal eenmaal per week gereinigd.

5.1 Omgang en opslag van medicijnen en steriele middelen: algemeen

  • Er wordt gewerkt volgens de ‘Landelijke instructie Voor Toediening Gereedmaken (VTGM) van medicatie in verpleeg- en verzorgingshuizen’ van de V&VN.

5.2 Medicijnen

  • Maandelijks en in ieder geval voor uitgifte wordt de uiterste houdbaarheidsdatum van medicijnen gecontroleerd.
  • De openingsdatum wordt genoteerd op medicijnen die na openen beperkt houdbaar zijn.
  • Medicijnen worden volgens voorschrift bewaard.
  • De temperatuur van de koelkast met medicijnen wordt dagelijks gecontroleerd en wekelijks geregistreerd.
  • De medicijnkoelkast en -kar worden minimaal maandelijks gereinigd en direct bij zichtbare verontreiniging.
  • Het ‘first in, first out’ systeem wordt gehanteerd.
  • Er is een aparte koelkast voor de medicijnen.
  • De bijsluiters van de medicijnen worden regelmatig gelezen.

5.3 Steriele middelen en materialen

  • Maandelijks en in ieder geval voor uitgifte wordt de vervaldatum van steriele instrumenten en materialen gecontroleerd.
  • De verpakking van steriele materialen is niet gevouwen en er worden geen elastiekjes of nietjes gebruikt om de materialen te bundelen.
  • Steriele instrumenten en materialen zijn gescheiden van andere materialen en droog en stofvrij opgeslagen in een afgesloten kast of op een aparte plank.
  • De instrumenten en materialen worden geordend bewaard. Steriele producten worden niet op de vloer gezet en bewaard.
  • Steriele materialen worden alleen gebruikt indien de verpakking: • onbeschadigd is • ongeopend is • geen vochtplekken vertoont en niet vochtig is • niet vuil is.
  • Het FiFo principe wordt gehanteerd.

6.1 Accidenteel bloedcontact

  • Het hoesje wordt nooit na gebruik weer terug over de naald gedaan.
  • Een UN-gekeurde naaldcontainer wordt binnen handbereik geplaatst wanneer er geprikt wordt en gebruikte naalden worden hier direct in gedeponeerd.
  • De naaldcontainer wordt niet boven de aangegeven vullijn gevuld.
  • Wanneer er toch bloed-bloedcontact is geweest, worden direct de volgende maatregelen (in onderstaande volgorde) genomen: • Men laat de wond goed doorbloeden. • De wond wordt uitgespoeld met water of fysiologisch zout. • De wond wordt gedesinfecteerd met alcohol 70% of chloorhexidine 0,5% in alcohol 70%. • Het accident wordt gemeld aan de leidinggevende of contactpersoon genoemd in het eigen prikaccidentenprotocol voor verdere beoordeling en risico-inschatting.
  • Bij een spataccident op de huid of slijmvliezen (oog, mond) wordt het oppervlak direct grondig gespoeld met fysiologisch zout of eventueel water.
  • Er wordt gewerkt volgens de Landelijke Richtlijn Prikaccidenten van het RIVM.

6.2 Melding infectieziekten

  • Het optreden van een ongewoon aantal zieken met maag- en darmaandoeningen, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard in de cliëntenpopulatie of bij het begeleidend of verzorgend personeel wordt gemeld bij de GGD.
  • In overleg met de GGD wordt bepaald welke maatregelen er moeten worden genomen.
  • Medewerkers maken melding van: • iedere infectie aan de handen • steenpuisten • luchtweginfectie • huidaandoeningen • acute diarree • opname in een buitenlands ziekenhuis.

6.3 Vaccineren

  • De medewerkers worden gemotiveerd zich te laten vaccineren tegen de griep en tegen hepatitis B.

6.4 Infectie- en hygiënecommissie

  • Er is een infectie- en/of hygiënecommissie aanwezig.
  • De commissie ziet erop toe dat de hygiënerichtlijnen in de praktijk worden nageleefd.
  • In de commissie nemen in ieder geval de volgende personen deel: – de beleidsmedewerker, – de deskundige infectiepreventie, – de specialist ouderengeneeskunde, – de medewerker van de verpleging/verzorging, – de leidinggevende van de facilitaire dienst.

7.1 Isolatie: algemeen

  • Er zijn protocollen voor de verschillende vormen van isolatie. Hierin wordt beschreven hoe de beschermende maatregelen moeten worden uitgevoerd.
  • De deskundige infectiepreventie wordt geraadpleegd over de te nemen maatregelen.

7.2 Contactisolatie

  • De cliënt wordt op een eenpersoonskamer geplaatst. Indien dit niet mogelijk is, mag bij uitzondering verpleging op de zaal plaatsvinden.
  • Medisch en verpleegkundig materiaal dat in direct contact is geweest met de cliënt wordt gereinigd en gedesinfecteerd, indien dit materiaal niet persoonsgebonden is.
  • Vóór ieder contact met de cliënt wordt een schort en handschoenen aangetrokken.
  • Na contact met de cliënt worden de handschoenen uitgetrokken en wordt handhygiëne toegepast.
  • Het protocol dat op de afdeling aanwezig is, wordt bestudeerd.

7.3 Druppelisolatie

  • De cliënt wordt op een eenpersoonskamer geplaatst.
  • Bij de ingang van de kamer wordt aangegeven dat het druppelisolatie betreft en dat bezoekers zich moeten melden bij de medewerkers.
  • Medisch en verpleegkundig materiaal dat in direct contact is geweest met de cliënt wordt gereinigd en gedesinfecteerd, indien dit materiaal niet persoonsgebonden is.
  • Bij het betreden van de kamer van de cliënt wordt een schort en een FFP1-mondneusmasker gedragen. Deze beschermingsmiddelen worden na het uitvoeren van de verzorgende handelingen verwijderd.
  • Na contact met de cliënt en het uittrekken van de beschermende kleding wordt handhygiëne toegepast.
  • Het protocol dat op de afdeling aanwezig is, wordt bestudeerd.

7.4 Aërogene isolatie

  • Het protocol dat op de afdeling aanwezig is, wordt bestudeerd.

8.1 MRSA: algemeen

  • Een cliënt die besmet is met MRSA wordt op een eenpersoonskamer verzorgd. Deze kamer is voorzien van eigen sanitaire voorzieningen.
  • Aan cliënten met MRSA wordt uitgelegd wanneer en hoe ze handhygiëne moeten toepassen.
  • Personeel met psoriasis of eczeem verzorgt geen cliënten met MRSA

8.2 MRSA: gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Tijdens de verzorging van de cliënt, tijdens de schoonmaak van de kamer en tijdens het bed opmaken/afhalen worden persoonlijke beschermingsmiddelen (wegwerpschort met lange mouwen, handschoenen en een chirurgisch mondneusmasker met neusklem) gedragen.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen worden vóór het binnengaan van de kamer aangetrokken.
  • De neusklem wordt goed aangedrukt om te voorkomen dat bacteriën langs de rand van het masker de neus van de medewerker besmetten.
  • Na de verzorging worden de volgende stappen doorlopen in onderstaande volgorde: In de kamer: • trek eerst de handschoenen uit en gooi deze weg • was dan direct de handen met water en zeep of desinfecteer ze met handalcohol • trek daarna het schort uit en gooi deze weg • doe als laatste het mondneusmasker af (houd hierbij alleen de zijkant vast) en gooi deze weg • gebruik voor afval een pedaalemmer voorzien van een zak.

8.3 MRSA: omgang met wasgoed, afval en serviesgoed

  • Tijdens de verzorging worden geen zakken en andere spullen op de grond gedeponeerd.
  • Afval wordt meteen in een afvalemmer zonder deksel of in een pedaalemmer gedeponeerd. De afvalzak wordt dichtgeknoopt als deze voor drie kwart gevuld is. Er wordt geen lucht uit de zak gedrukt.
  • Wasgoed wordt meteen in een ondoorlaatbare zak in een zakhouder of een waskar gedeponeerd. De waszak wordt dichtgeknoopt als deze voor drie kwart gevuld is. Er wordt geen lucht uit de zak gedrukt.
  • De dichtgeknoopte afval- en/of waszak wordt, indien van toepassing, na het uittrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen meegenomen bij het verlaten van de kamer en meteen naar de spoelruimte gebracht. Daarna worden de handen gewassen met water en zeep of gedesinfecteerd met handalcohol.
  • Het gebruikte dienblad met serviesgoed wordt direct na het ophalen in de etenskar gezet. Hierna wordt handhygiëne toegepast.

8.4 MRSA: omgang met incontinentiemateriaal, po, katheterzak en waskommen

  • Er wordt geen incontinentiebox gebruikt voor gebruikt incontinentiemateriaal. Gebruikt incontinentiemateriaal wordt in een afvalzakje gedaan en weggegooid in de afval- of pedaalemmer op de kamer.
  • Een katheterzak wordt geleegd in het toilet op de kamer van de cliënt of in de persoonsgebonden postoel. De katheterzak wordt daarna weggegooid in de afval- of pedaalemmer op de kamer van de cliënt.
  • De beschermende middelen worden uitgetrokken vóór het verlaten van de kamer en een gebruikte po wordt vervolgens gedesinfecteerd in de pospoeler.
  • Persoonsgebonden waskommen worden huishoudelijk gereinigd op de kamer van de cliënt. Waskommen voor algemeen gebruik worden gedesinfecteerd in de pospoeler.

8.5 MRSA: wondverzorging

  • Bij een wondverzorging wordt geen gebruik gemaakt van (de inhoud van) de verbandkar van de afdeling. Verbandmaterialen worden bewaard in een persoonsgebonden mandje op de kamer van de besmette cliënt. Dit mandje wordt wekelijks schoongemaakt.

8.6 MRSA: schoonmaak

  • Tijdens de schoonmaakwerkzaamheden worden persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen.
  • De stofzuiger is voorzien van een HEPA-filter.

9.1 Norovirus: algemeen

  • Er is een protocol, waarin beschreven is hoe de beschermende maatregelen moeten worden uitgevoerd.
  • De deskundige infectiepreventie wordt geraadpleegd over de te nemen maatregelen.
  • Tijdens een uitbraak wordt de instructiefilm Norovirus, je ziet het niet maar het is er wel. gemaakt door de GGD Rotterdam-Rijnmond bekeken.

9.2 Norovirus: gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Er wordt kleding gedragen die bij voorkeur wasbaar is op 60 °C.
  • Er wordt een schort met lange mouwen gedragen, het liefst wegwerp, en handschoenen.
  • Er wordt een FFP1-mondneusmasker gedragen bij werkzaamheden waarbij men in aanraking kan komen met braaksel of diarree en bij het opmaken/afhalen van het bed.
  • De persoonlijke beschermingsmiddelen worden direct na gebruik weggegooid in een afsluitbare afvalbak, bij voorkeur met pedaal. Direct daarna worden de handen gewassen met water en zeep en afgedroogd aan een papieren handdoekje.

9.3 Norovirus: schoonmaak

  • Kamers en zalen worden dagelijks normale schoongemaakt.
  • De kamers en zalen van zieke cliënten worden dagelijks als laatste onderdeel van de schoonmaakronde gereinigd. Voor elke kamer en zaal wordt schoon sop en wegwerpdoekjes gebruikt. Bij voorkeur worden kamer- of zaalgebonden dweilemmers gebruikt, die direct na het schoonmaken op de kamer/zaal worden gereinigd en gedroogd en in deze ruimte worden bewaard.
  • Een bad en/of douche wordt dagelijks na ieder gebruik gereinigd en gedesinfecteerd.
  • De toiletten worden driemaal per dag huishoudelijk gereinigd, daarnaast worden de gezamenlijke toiletten en de toiletten van zieke cliënten ook driemaal per dag gedesinfecteerd.
  • Er wordt van ‘schoon’ naar ‘vuil’ gereinigd en gedesinfecteerd en de hand- en contactpunten worden niet vergeten.
  • Elk toilet wordt met schoon sop gereinigd.
  • Po’s en postoelen worden persoonsgebonden gebruikt. Indien dit niet mogelijk is, wordt de po of postoel na gebruik gereinigd en gedesinfecteerd; de po bij voorkeur in een pospoeler.

9.4 Norovirus: omgang met wasgoed en afval

  • Afvalemmers zijn afgesloten met een deksel met voetbediening.
  • De afvalzak wordt dichtgeknoopt als hij voor driekwart gevuld is. Er wordt geen lucht uit de zak gedrukt. De zak wordt afgesloten naar het afvalpunt gebracht.
  • Afvalemmers in de toiletruimten worden dagelijks geleegd en gereinigd. Ook de buitenkant van de afvalemmers wordt gereinigd als er diarree of braaksel op zit.
  • Incontinentiemateriaal wordt meteen in een plastic zak gedaan en de zak wordt zonder de lucht eruit te persen gesloten.
  • De zak wordt afgesloten naar het afvalpunt getransporteerd.
  • Schoonmaakspullen worden dagelijks na reiniging van de kamer van een zieke cliënt gereinigd en gedroogd. Textiel, zoals doeken en moppen, worden gewassen op 60 °C. Er worden bij voorkeur wegwerpmaterialen gebruikt.
  • Bij het opmaken van het bed wordt het ‘wapperen’ met gebruikte lakens vermeden. Het gebruikte linnengoed wordt ter plaatse in waterdichte waszakken gedaan en bij het sluiten wordt geen lucht uit de zak geduwd. De zak wordt afgesloten naar een waslocatie getransporteerd.
  • Het wasgoed en de kleding waarop diarree of braaksel zit, wordt zo heet mogelijk gewassen.
  • Schoon en vuil textiel wordt niet in dezelfde ruimte bewaard. Het schone textiel wordt bewaard in een schone en stofvrije ruimte en het vuile textiel in een afgesloten zak.

10.1 Clostridium difficile: algemeen

  • De cliënt wordt op een eenpersoonskamer geplaatst.

10.2 Clostridium difficile: Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Tijdens de verzorging van de cliënt en tijdens het bed opmaken/afhalen worden persoonlijke beschermingsmiddelen (wegwerpschort met mouwen en handschoenen) gedragen.
  • Vóór het binnengaan van de kamer worden de persoonlijke beschermingsmiddelen aangetrokken.
  • Na de verzorging worden de volgende stappen doorlopen: • trek eerst de handschoenen uit • trek daarna het schort uit • deponeer het schort en de handschoenen in een afvalemmer/-zak • was de handen direct met water en zeep ((hand)alcohol is niet werkzaam bij deze bacterie).

10.3 Omgang met incontinentiemateriaal, po, katheterzak en waskommen

  • Er wordt geen incontinentiebox gebruikt voor gebruikt incontinentiemateriaal. Gebruikt incontentiemateriaal wordt in een afvalzakje gedaan en weggegooid in de afval- of pedaalemmer op de kamer.
  • De beschermende middelen worden uitgetrokken vóór het verlaten van de kamer en een gebruikte po wordt vervolgens gedesinfecteerd in de pospoeler.
  • Persoonsgebonden waskommen worden huishoudelijk gereinigd op de kamer van de cliënt. Waskommen voor algemeen gebruik worden gedesinfecteerd in de pospoeler.

10.4 Clostridium difficile: schoonmaak

  • De kamer van de cliënt wordt dagelijks als laatste onderdeel van de schoonmaakronde gereinigd.
  • Tijdens de schoonmaakwerkzaamheden worden persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen.

11.1 Scabiës: algemeen

  • De cliënt is op een eenpersoonskamer geplaatst totdat hij/zij door een dermatoloog genezen is verklaard.

11.2 Scabiës: Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Een cliënt met normale scabiës wordt in contactisolatie verpleegd. Bij handelingen waarbij direct huidcontact plaats kan vinden, wordt gebruik gemaakt van een wegwerpschort met lange mouwen en handschoenen.
  • Bij het betreden van de kamer van een cliënt met scabiës crustosa worden altijd een wegwerpschort met lange mouwen en handschoenen gedragen, ook wanneer er geen direct huidcontact plaatsvindt.

11.3 Scabiës: omgang met kleding en beddengoed

  • In het geval van normale scabiës, worden kleding, beddengoed en knuffels die in de 72 uur voorafgaand aan of tijdens de behandeling in direct contact zijn geweest met de huid van de besmette cliënt op minimaal 50 °C gewassen.
  • In het geval van normale scabiës worden materialen die niet op 50 °C kunnen worden gewassen (zoals dekens en sommige knuffels) gedurende 72 uur in een dichtgeknoopte plastic zak bij kamertemperatuur bewaard. De datum en de tijd worden op de zak genoteerd.
  • In het geval van scabiës crustosa wordt al het beddengoed, de knuffels en de kleding gedurende 72 uur in dichtgeknoopte plastic zakken bewaard en dan pas afgevoerd naar de wasserij. Indien dit niet mogelijk is, wordt de wasserij vooraf ingelicht.
  • In het geval van scabiës crustosa wordt het matras van de cliënt na behandeling gedurende 72 uur bij kamertemperatuur (18-20 °C) gelucht. Het matras wordt vervolgens voorzien van een nieuwe beschermhoes. Indien deze behandeling niet mogelijk is, wordt het matras vernietigd

11.4 Scabiës: schoonmaak

  • In het geval van normale scabiës wordt de kamer van de cliënt op normale wijze gereinigd en met de standaard frequentie.
  • In het geval van scabiës crustosa wordt de kamer van de cliënt gedurende de besmetting grondig met wegwerpreinigingsmaterialen gereinigd. Er wordt ook achter en onder de meubels en de andere voorwerpen schoongemaakt. Indien er geen wegwerpmaterialen worden gebruikt, worden reinigingsmaterialen direct na gebruik gewassen op minimaal 50 °C.
  • In het geval van scabiës crustosa wordt, indien mogelijk, de cliënt direct na de eerste behandeling in een andere eenpersoonskamer geplaatst. De oorspronkelijke kamer van de cliënt wordt gedurende 72 uur niet betreden. Na deze periode wordt de kamer huishoudelijk gereinigd. De gordijnen worden op minimaal 50 °C gewassen of gedurende 72 uur in een dichtgeknoopte plastic zak bewaard.

12.1 Pospoeler

  • De po of het urinaal wordt niet handmatig in het toilet, de slokop of de pospoeler geleegd. De po of het urinaal wordt dus met inhoud in de pospoeler gezet.
  • De pospoeler wordt volgens het protocol beladen en bediend.
  • Schone en vuile materialen worden gescheiden gehouden. Urinalen waar na desinfectie nog water in zit, lekken ondersteboven uit.

12.2 Inhalators

  • Alle onderdelen die met de adem van de cliënt in contact komen, waaronder het masker, het mondstuk, de koppelstukken en de geneesmiddelencups, worden cliëntgebonden gebruikt.
  • Na elke verneveling worden het medicijncupje en het masker of het mondstuk met lauw water en afwasmiddel gereinigd. Ze worden na reiniging afgespoeld en gedroogd met bijvoorbeeld een tissue.
  • De apparatuur wordt eenmaal per dag gereinigd, vervolgens gedesinfecteerd met alcohol 70% en aan de lucht gedroogd.
  • Het filter van de compressor wordt minimaal eenmaal per jaar vervangen.
  • Voor het oplossen van medicamenten wordt een steriele fysiologische zoutoplossing gebruikt.

12.3 Voorzetkamers

  • De voorzetkamers van verstuivers worden persoonsgebonden gebruikt.
  • Voorzetkamers worden wekelijks schoongemaakt. Hiervoor worden de onderdelen uit elkaar gehaald en gereinigd in een sopje. Er wordt alleen nagespoeld met water indien dit is voorgeschreven door de fabrikant. De losse onderdelen worden op een schone doek aan de lucht te drogen gelegd (droog ze dus niet af).

12.4 Zuurstofbevochtigingsapparatuur

  • De slang van de zuurstofkatheter naar de bril wordt wekelijks vervangen en bij zichtbare verontreiniging.
  • De slang van de zuurstofconcentrator/–cilinder naar de zuurstofkatheter wordt bij zichtbare verontreiniging en/of mechanische problemen vervangen.
  • Het filter wordt wekelijks gereinigd.
  • Bij de opslag van de apparatuur worden de niet-wegwerponderdelen gereinigd en deze worden droog opgeborgen, zonder aangekoppeld reservoir.
  • Het reservoir, indien gebruikt, wordt gevuld met steriel water. Wegwerpsystemen voor het bevochtigen van zuurstof blijven in gebruik tot het water op is.
  • Kant-en-klare reservoirs worden pas aangekoppeld als de apparatuur gebruikt gaat worden.

12.5 Uitzuigapparatuur

  • Er worden uitsluitend steriele uitzuigkatheters voor eenmalig gebruik, gebruikt.
  • Na gebruik worden de materialen gereinigd en gedesinfecteerd.
  • Wegwerpopvangpotten of –zakken worden na uiterlijk 48 uur vervangen of eerder wanneer ze vol zijn.
  • Niet-wegwerpopvangpotten worden elke 24 uur geleegd.
  • De slang tussen de opvangpot en de cliënt (waaraan de steriele uitzuigkatheter wordt gekoppeld) wordt elke 24 uur vervangen.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een wegwerpslang tussen het zuigsysteem en de opvangzak. Deze slang wordt vervangen als deze zichtbaar vuil is en na elke cliënt.
  • Gebruikte wegwerpzakken worden gesloten afgevoerd als huishoudelijk afval.

13.1 Voedselveiligheid: algemeen

  • Er wordt gewerkt volgens de ‘Hygiënecode voor de voedselverzorging in zorginstellingen en Defensie’ en/of de ‘Hygiënecode voor Woonvormen’.

13.2 Persoonlijke hygiëne

  • Medewerkers die helpen bij de bereiding en uitgifte van maaltijden houden zich aan de eisen ten aanzien van de persoonlijke verzorging.
  • Zorgmedewerkers dragen een beschermend schort over de (dienst)kleding tijdens de bereiding en uitgifte van maaltijden.
  • Het schort wordt na schoonmaakwerkzaamheden (zoals het afwassen van de vuile vaat) verwisseld of er wordt tijdens deze werkzaamheden een ander schort/extra (wegwerp)schort gedragen.
  • Voorafgaand aan voedselbereiding, na schoonmaakwerkzaam-heden en na toiletbezoek worden de handen gewassen.

13.3 Opslag en temperatuur

  • Bederfelijke eet- en drinkwaren worden afgedekt en gedateerd bewaard in de koelkast bij een temperatuur van maximaal 7 °C.
  • Producten worden weggegooid indien de houdbaarheidsdatum is verlopen.
  • De temperatuur van de koelkast wordt wekelijks gecontroleerd en geregistreerd.
  • Warm aangeleverde producten of maaltijden worden direct geconsumeerd. Warme producten/maaltijden die over zijn worden weggegooid en worden niet bewaard.
  • Schoonmaakmiddelen worden gescheiden van voedingsmiddelen bewaard. Gevaarlijke stoffen (zoals bepaalde schoonmaakmiddelen) worden bewaard in een gesloten kast die niet toegankelijk is voor de cliënten.
  • Het fifo-principe wordt gehanteerd.

13.4 Bouwtechnische eisen

  • De vloer is goed reinigbaar, splintervrij en stroef.
  • De wand boven het aanrechtblad is tot ten minste 60 cm hoogte voorzien van materiaal dat glad en gemakkelijk schoon te maken is.
  • In of in de onmiddellijke nabijheid van de keuken is een voorziening om de handen te wassen geplaats. Deze handenwasgelegenheid is minimaal voorzien van een zeepdispenser en handdoekjes voor éénmalig gebruik en bij voorkeur ook van een handalcoholdispenser.
  • Er is een pedaalemmer in de ruimte geplaatst.

14.1 Legionellapreventie

  • Er wordt voldaan aan de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit ten aanzien van legionellapreventie.

15.1 Reinigen

  • Er wordt gewerkt volgens een schoonmaakschema. Er wordt een afvinklijst gebruikt.

15.2 Desinfectie

  • Voor de desinfectie van een specifiek medisch hulpmiddel worden alleen middelen gebruikt die zijn voorzien van een CE-markering.
  • Voor de desinfectie van vloeren, materialen en andere oppervlakken wordt alleen alcohol of middelen voorzien van een N-nummer gebruikt.
  • Voor de desinfectie van oppervlakken besmet met bloed wordt alcohol 70% of chloor 1000 ppm gebruikt. Alcohol 70% wordt alleen gebruikt bij oppervlakken kleiner dan 0,5 m2.
  • Indien oppervlaktedesinfectie nodig is en het oppervlak is niet besmet met bloed wordt alcohol 70% of chloor 250 ppm gebruikt. Alcohol 70% wordt alleen gebruikt bij oppervlakken kleiner dan 0,5 m2.

15.3 Oppervlaktedesinfectie met chloor

  • Er worden handschoenen aangetrokken. Bij oppervlakken besmet met bloed wordt ook een veiligheidsbril gedragen en wordt de ruimte waarin gewerkt wordt geventileerd.
  • De bevuiling wordt opgenomen met keukenrol of wegwerphanddoekjes en deze worden weggegooid in een vuilniszak. Direct daarna worden ook de handschoenen weggegooid.
  • Er worden nieuwe handschoenen aangetrokken.
  • Het oppervlak wordt gereinigd met een allesreiniger.
  • Het oppervlak wordt nagespoeld met schoon water en gedroogd met een schone doek of papier.
  • De chlooroplossing wordt pas vlak voor gebruik aangemaakt met koud of lauwwarm water.
  • Chloor wordt nooit in combinatie met andere schoonmaakmiddelen gebruikt.
  • Het oppervlak wordt ingesopt met de chlooroplossing en deze laat men minimaal vijf minuten inwerken. Het oppervlak wordt vervolgens nagespoeld met schoon water.
  • De schoonmaakmaterialen worden na het desinfecteren weggegooid of gewassen op 60°C.

15.4 Oppervlaktedesinfectie met alcohol 70%

  • Er worden handschoenen aangetrokken.
  • De bevuiling wordt opgenomen met keukenrol of wegwerphanddoekjes en deze worden weggegooid in een vuilniszak. Direct daarna worden ook de handschoenen weggegooid.
  • Er worden nieuwe handschoenen aangetrokken.
  • Het oppervlak wordt gereinigd met een allesreiniger.
  • Het oppervlak wordt nagespoeld met schoon water en gedroogd met een schone doek of papier.
  • De plek wordt met de alcohol gedept. Het oppervlak blijft minimaal 30 seconden nat van de alcohol. Het oppervlak wordt vervolgens aan de lucht gedroogd.

15.5 Schoonmaakmateriaal

  • Schoonmaakmaterialen worden na reiniging gedesinfecteerd indien ze zijn gebruikt voor de reiniging van een oppervlak of materiaal dat mogelijk besmet is geweest met bloed of andere lichaamsvochten.
  • Kunststof borstels worden na gebruik schoongemaakt en vervolgens nagespoeld met schoon water. Ze worden hangend opgeborgen met de borstelkop naar beneden, om aan de lucht te drogen.
  • Toiletborstels worden alleen toiletgebonden gebruikt. De toiletborstel wordt huishoudelijk gereinigd wanneer deze zichtbaar is verontreinigd. De borstel wordt vervolgens te drogen gehangen en droog bewaard tot het volgende gebruik.
  • Emmers worden na gebruik huishoudelijk schoongemaakt, schoongespoeld en droog opgeborgen.
  • De materiaalwagen wordt wekelijks huishoudelijk gereinigd.
  • Microvezeldoekjes worden altijd zonder reinigingsmiddelen gebruikt.
  • De doekjes worden vlak voor gebruik klamvochtig gemaakt onder de kraan of met door de leverancier voorgeschreven middelen. De doekjes worden niet in een emmer water gelegd.
  • De doekjes worden een aantal malen dubbelgevouwen, zodat er meerdere vlakken ontstaan. Zodra de werking minder wordt, wordt een nieuw, schoon vlak gebruikt.
  • De microvezeldoekjes worden tussentijds niet uitgespoeld. Verontreinigde doekjes worden direct in de was gedaan.
  • De doekjes worden gewassen met een vloeibaar wasmiddel, zonder wasverzachter, bij een temperatuur van ten minste 60 ºC. Vervolgens worden ze gedroogd.
  • Schone doekjes worden droog bewaard tot gebruik.
  • Er worden bij voorkeur wegwerpmoppen gebruikt. Niet-wegwerpmoppen worden na elke werkdag (in de wasserij) met een totaalwasmiddel volgens wasvoorschrift gewassen en gedroogd (bij voorkeur in de droger). Niet-wegwerpmoppen worden na reiniging van een sanitaire ruimte in de was gedaan.
  • Sproeiflacons met detergens worden dagelijks geleegd, omgespoeld en gedroogd (handmatig of in de vaatwasser).
  • De sopdoeken zijn van wegwerpmateriaal of kunnen op 60 ºC gewassen worden. Niet-wegwerpsopdoeken worden volgens wasvoorschrift gewassen. Niet-wegwerpsopdoeken worden na reiniging van een sanitaire ruimte in de was gedaan.
  • Sponzen worden alleen gebruikt voor het schoonmaken van ramen en spiegels. De sponzen worden gewassen op 60 °C.
  • Het stofwisapparaat wordt dagelijks huishoudelijk gereinigd. Het doekje wordt dagelijks en bij zichtbare verontreiniging verwijderd.
  • De stofzuiger, inclusief het borstelmondstuk, wordt maandelijks huishoudelijk gereinigd.
  • De werkkast wordt minimaal eenmaal per maand huishoudelijk gereinigd.

15.6 Wasgoedverwerking

  • Het vuile wasgoed wordt gescheiden gehouden van het schone.
  • Bij het sorteren van de was worden handschoenen gedragen.
  • De vuile en schone was wordt niet in dezelfde ruimte opgeslagen.
  • Het vuile wasgoed wordt in gesloten rolcontainers opgeslagen.

15.7 Dierplaagbeheersing

  • (Sporen van) plaagdieren in de instelling worden gemeld bij de leidinggevende.
  • De instelling heeft een beleid voor dierplaagbeheersing.
  • Geopende verpakkingen met levensmiddelen worden afgesloten bewaard.

16.1 Afval zonder infectierisico

  • Het afval wordt verzameld in plastic zakken.
  • De zakken worden dagelijks vervangen en dichtgebonden getransporteerd naar de rolcontainer met deksel.
  • De rolcontainer is in een aparte ruimte geplaatst, waar geen schone materialen worden opgeslagen.

16.2 Scherp afval

  • Tijdens handelingen met injectienaalden, mesjes en andere scherpe voorwerpen wordt een UN-gekeurde naaldcontainer binnen handbereik geplaatst en gebruikte naalden en scherpe voorwerpen worden hier direct in gedeponeerd.
  • De naaldcontainers worden niet boven de indicatielijn voor de maximale hoeveelheid gevuld. De naaldcontainers worden in hun geheel afgevoerd naar het afvalverwerkingsbedrijf.

17.1 Paramedici: algemene maatregelen

  • De behandeltafel wordt per cliënt bedekt met een schoon laken.
  • De materialen en de apparatuur die tijdens therapie worden gebruikt zijn opgenomen in het schoonmaakschema.

18.1 Kappers

  • De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de ‘Code van de kapper’ en de werkwijzen zoals beschreven in de WIP-richtlijn ‘Veilig werken voor kappers in het verpleeghuis’.
  • Scharen, kammen en borstels worden na elke cliënt gereinigd. De eigen haarborstel van de cliënt wordt gebruikt.

19.1 Huisdieren op bezoek

  • De dieren zijn aangelijnd.
  • De dieren zijn schoon en vrij van vlooien.

19.2 Huisdieren voor verblijf, algemeen

  • Er is schriftelijk vastgelegd wie er verantwoordelijk is voor het schoonmaken van de kattenbakken, kooien en dergelijke. Als een cliënt verantwoordelijk is voor de schoonmaak van zijn/haar huisdier, dan is er afgesproken wie deze taak overneemt indien de cliënt hier zelf niet (meer) toe in staat is.
  • Huisdieren worden bij binnenkomst en vervolgens minimaal jaarlijks gecontroleerd en zo nodig gevaccineerd door een dierenarts.
  • Voordat huisdieren op de afdeling aanschaft of toelaat, wordt onderzocht of cliënten allergisch voor de huisdieren zijn.
  • Er is vastgelegd in welke ruimtes huisdieren mogen komen.
  • Na het verzorgen van de dieren en hun hokken, manden en dergelijke, worden altijd de handen gewassen. Ook cliënten wassen hun handen nadat ze de dieren hebben aangeraakt.

19.3 Huisdieren voor verblijf, reiniging

  • Bij de reiniging van hokken, kooien, manden en bakken worden beschermende kleding en wegwerphandschoenen gedragen.
  • De voerbakken worden dagelijks gereinigd.
  • De verblijfsmaterialen (hokken en dergelijke) worden een- of tweemaal per week gereinigd, afhankelijk van het aantal dieren.
  • De hokken, kooien en dergelijke zijn opgenomen in het schoonmaakschema.

19.4 Honden

  • Er is schriftelijk vastgelegd wie er verantwoordelijk is voor het uitlaten van de hond.
  • De eigenaar van de hond beschikt over een bench, waarin de hond kan verblijven tijdens de verzorging van de cliënt.
  • Vlooien worden voorkomen door bijvoorbeeld het gebruik van een vlooienband of een antivlooienmiddel.

19.5 Katten

  • Vlooien worden voorkomen door bijvoorbeeld het gebruik van een vlooienband of een antivlooienmiddel.
  • De eigenaar van de kat beschikt over een bench, waarin de kat kan verblijven tijdens de verzorging van de cliënt.
  • Er wordt aangegeven dat kortharige katten de voorkeur hebben.

20.1 Behandeling van vervuilde cliënten vanuit de thuissituatie

  • Medewerkers nemen de juiste maatregelen voor hun persoonlijke hygiëne.
  • Indien er bij de cliënt een infectieziekte (bijvoorbeeld scabiës) wordt geconstateerd of vermoed, worden direct de juiste maatregelen toegepast.
  • Er is een protocol opgesteld voor het wassen en behandelen van een vervuilde cliënt.
  • Vervuilde cliënten gaan alleen van hun kamer indien ze helemaal schoongeboend zijn óf indien de lichaamsdelen die nog niet schoon zijn, bedekt zijn.

21.1 Vloeren en wanden

  • De vloeren zijn van goed reinigbaar materiaal, dat bestand is tegen de meest voorkomende reinigingsmiddelen.
  • De vloer is naadloos.
  • De muren en de plafonds zijn glad afgewerkt en onderhoudsvriendelijk en bevatten geen naden of kieren.

21.2 Inrichting en materialen

  • Huiskamers zijn voorzien van een mogelijkheid om de handen te wassen. Naast een wasgelegenheid zijn ook een zeepdispenser en papieren handdoeken aanwezig.
  • Huiskamers zijn voorzien van een koelkast.
  • Het aanrecht en de kastjes zijn van goed te reinigen materiaal vervaardigd.

21.3 Ventilatie

  • Tijdens het gebruik van de gemeenschappelijke ruimten wordt altijd de luchttoevoer geopend.
  • De ventilatievoorzieningen werken optimaal.
  • Mechanische ventilatie wordt periodiek onderhouden en ventilatieroosters worden periodiek gereinigd.
  • In sanitaire ruimten worden raampjes opengezet of er is een ventilatiekanaal of mechanische ventilatie geplaatst.