How can we help?

Checkbuster Demo Auditlijst

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

BHV en bouwkundige staat

  • Wanden, vloeren, plafond en aanrechten zijn schoon en in goede staat (geen kieren, naden, barsten, kitnaden, kapotte tegels).
  • De roosters zijn schoon.
  • De machines en apparatuur zijn deugdelijk en veilig, elektrische apparatuur is gekeurd en er is een keuringssticker aanwezig.
  • Er zijn geen defecte lampen of stopcontacten.
  • Er zijn veiligheidsvoorschriften van machines aanwezig.
  • Er zijn brandblussers aanwezig en deze zijn gekeurd.
  • Er is een branddeken aanwezig.

BRC – Hoofdstuk Glas, breekbaar plastic, keramische producten, soortgelijke materiaal

  • 4.9.3.1 Glas of andere breekbare materialen worden uitgesloten of beschermd tegen breken in ruimten waar open producten worden behandeld of waar er risico op productcontaminatie is.
  • 4.9.3.2 Gedocumenteerde procedures voor het omgaan met glas en andere breekbare materialen zijn aanwezig en geïmplementeerd om zeker te stellen dat de noodzakelijke voorzorgsmaterialen zijn genomen.
  • 4.9.3.2 De procedures bevatten een objectenlijst met details waar het zich bevindt, aantal, soort en status.
  • 4.9.3.2 De procedures bevatten registraties van controles van de status van de objecten waarvan de gespecificeerde frequentie gebaseerd is op het risiconiveau van het product.
  • 4.9.3.2 De procedures omvatten details van reiniging of vervanging van objecten om potentiële contaminatie te minimaliseren.
  • 4.9.3.3 Gedocumenteerde procedures met bijzonderheden over de te nemen acties in geval van het breken van glas of andere breekbare voorwerpen, zijn geïmplementeerd.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het in quarantaine plaatsen van de producten en de productieruimte die mogelijk betroffen zijn.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het schoonmaken van de productieruimte.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten de inspectie van de productieruimte en autorisatie om de productie voort te zetten.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het wisselen van beschermende kleding en inspectie van schoeisel.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het aanwijzen van personeel met bevoegdheid bovenstaande uit te voeren.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten de registratie van het breukincident.

E-HACCP – Hoofdstuk Temperatuur registratie uitbrengmaaltijd

  • De soep voldoet aan de temperatuurnorm van > 60°C.
  • De temperatuur van de maaltijdcomponenten voor de Tafeltje Dekje maaltijden zijn geregistreerd door middel van de logger.
  • Het groenteproduct voldoet aan de temperatuurnorm van > 60°C.
  • Het koude nagerecht voldoet aan de temperatuurnorm van < 7°C.
  • Het vleesproduct voldoet aan de temperatuurnorm van > 60°C.
  • Het warme nagerecht voldoet aan de temperatuurnorm van > 60°C.
  • Het zetmeelproduct voldoet aan de temperatuurnorm van > 60°C.

Handhygiëne

  • Handhygiëne wordt voor en na het werken in het microbiologische veiligheidskabinet toegepast.
  • Na contact met de patiënt wordt het mondneusmasker in de sluis afgedaan en worden vervolgens de handen ingewreven met handalcohol.
  • Vóór het aantrekken van beschermende kleding worden de handen ingewreven met handalcohol.
  • Na het uittrekken van handschoenen worden de handen ingewreven met handalcohol.
  • Na contact met de patiënt en nadat het mondneusmasker is afgedaan, worden de handen ingewreven met handalcohol.
  • Handhygiëne wordt na het uittrekken van de handschoenen toegepast.
  • Handhygiëne wordt bij het verlaten van de werkruimte van het laboratorium toegepast.

IFS: Hoofdstuk Transport

  • 4.15.1 Voordat vrachtwagens beladen worden, wordt hun conditie gecontroleerd (zoals: afwezigheid van vreemde geuren, aanwezigheid van veel stof, ongunstige vochtigheid, ongedierte, schimmels) en indien nodig wordt actie ondernomen.
  • Transport vindt plaats in afgesloten transportbakken of -karren, zodat contaminatie van de omgeving uitgesloten is.
  • 4.15.2 Er zijn procedures geïmplementeerd om productbesmetting tijdens transporten te voorkomen (voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelen/verschillende productcategorieën).
  • Het geheel is herkenbaar als vuil transport.
  • 4.15.3 De temperatuur in het voertuig wordt, indien goederen bij een bepaalde temperatuur vervoerd moeten worden, voor het laden gecontroleerd en vastgelegd.
  • De transportbakken of –karren worden na transport als besmet beschouwd.
  • 4.15.4 De geschikte temperatuur range tijdens transport wordt, indien goederen bij een bepaalde temperatuur vervoerd moeten worden, geborgd en vastgelegd.
  • De transportbakken of -karren worden na transport gereinigd en vervolgens thermisch of chemisch gedesinfecteerd.
  • 4.15.5 Er bestaat een schoonmaakschema, en indien nodig een desinfectieschema, voor alle voertuigen en apparatuur die gebruikt worden tijdens het laden en lossen (zoals slangen van silo-installaties) en er zijn registraties aanwezig van de genomen maatregelen.
  • Het reinigen en vervolgens thermisch of chemisch desinfecteren wordt uitgevoerd op de CSA.
  • 4.15.6 Laad- en losdocks hebben een voorziening om de getransporteerde producten te beschermen tegen externe invloeden.
  • Het thermische desinfectieproces heeft een effectiviteit van 1 minuut bij 80°C of een AO-waarde van 600 (zie NEN-EN-ISO 15883).
  • 4.15.7 Indien transport wordt uitbesteed aan een externe logistieke dienstverlener, zijn alle eisen uit paragraaf 4.15 duidelijk gespecificeerd in het contract of de logistiek dienstverlener valt onder de eisen van IFS Logistics.
  • 4.15.8 De veiligheid van transportvoertuigen wordt adequaat gewaarborgd.

ISO 14001 – Hoofdstuk Milieubeleid

  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem geschikt is voor de aard, omvang en milieueffecten van haar activiteiten, producten en diensten.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een verbintenis bevat tot continue verbetering en voorkomen van milieuvervuiling.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een verbintenis bevat om te voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke eisen en aan andere eisen die de organisatie onderschrijft en die betrekking hebben op de milieuaspecten van de organisatie.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem een kader biedt om milieudoelstellingen en -taakstellingen vast te stellen en te beoordelen.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem wordt gedocumenteerd, geïmplementeerd en bijgehouden.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem wordt kenbaar gemaakt aan alle personen die voor of namens de organisatie werkzaam zijn.
  • De directie definieert en bewerkstelligt het milieubeleid van de organisatie dat het binnen het gedefinieerde toepassingsgebied van haar milieumanagementsysteem beschikbaar is voor het publiek.

ISO 22000 – Hoofdstuk Bekwaamheid, training en bewustzijn

  • 6.2.2a De organisatie kan de nodige bekwaamheden identificeren voor personeel wiens activiteiten een invloed hebben op de voedselveiligheid.
  • 6.2.2b De organisatie kan training bieden of andere maatregelen nemen om te bewerkstelligen dat het personeel over de nodige bekwaamheden beschikt.
  • 6.2.2c De organisatie kan bewerkstelligen dat het personeel dat verantwoordelijk is voor bewaking, correcties en corrigerende maatregelen van het managementsysteem voor voedselveiligheid daartoe is opgeleid
  • 6.2.2d De organisatie kan de invoering en doeltreffendheid van a), b) en c) beoordelen.
  • 6.2.2e De organisatie kan bewerkstelligen dat het personeel zich bewust is van de relevantie en het belang van hun individuele activiteiten in het bijdragen aan voedselveiligheid.
  • 6.2.2f De organisatie kan bewerkstelligen dat de eis van doeltreffende communicatie wordt begrepen door alle personeel wiens activiteiten van invloed zijn op de voedselveiligheid.
  • 6.2.2g De organisatie kan geschikte registraties bijhouden van trainingen en maatregelen beschreven in b) en c).

Legionellabeheer – Algemene bevindingen

  • Het beheersplan legionella is aanwezig en actueel.
  • Er is korter dan een jaar geleden controle uitgevoerd op de aanwezigheid van legionella in de waterleidingen door een erkend onderhoudsbedrijf.
  • De waterleidingen die niet/ minimaal gebruikt worden, worden aantoonbaar doorgespoeld ter preventie van legionella.
  • Er wordt wekelijks aantoonbaar een controle uitgevoerd op de watertemperatuur ter preventie van legionella in de waterleiding.
  • Er wordt voldaan aan de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit ten aanzien van legionellapreventie.
  • De warmwatersystemen warmen het water op tot > 60°C.
  • De apparatuur is voorzien van een terugstroombeveiliging.
  • Er is sprake van een circulatiesysteem waarbij het warme water in de retourleidingen > 60°C is.

OHSAS 18001 – Hoofdstuk Voorbereid zijn en reageren op noodsituaties

  • 5.7 De directie heeft procedures vastgesteld, ingevoerd en bijgehouden om mogelijke noodsituaties en ongevallen te beheren die de voedselveiligheid kunnen beïnvloeden en die relevant zijn met betrekking tot rol van de organisatie in de voedselketen.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om mogelijke noodsituaties te identificeren.
  • De organisatie stelt (een) procedure(s) vast, implementeert deze en houdt deze bij om op dergelijke noodsituaties te reageren.
  • De organisatie reageert op feitelijke noodsituaties en nadelige gevolgen voor de arbeidsomstandigheden die hiermee samenhangen, voorkomen of tegengaan.
  • Bij de planning van het reageren op noodsituaties houdt de organisatie rekening met de behoeften van relevante belanghebbenden, bijvoorbeeld hulpdiensten en buren.
  • De organisatie beproeft haar procedure(s) voor het reageren op noodsituaties ook periodiek, voor zover dit praktisch uitvoerbaar is en betrekt daarbij relevante belanghebbenden indien van toepassing.
  • De organisatie beoordeelt haar procedures met betrekking tot het voorbereid zijn en reageren op noodsituaties periodiek en waar nodig wordt de procedure herzien, vooral na periodieke beproeving en nadat noodsituaties hebben plaatsgevonden.

WIP-richtlijn MRSA – Hoofdstuk Behandeling en controle van MRSA-dragerschap

  • De MRSA-positieve medewerker wordt, in overleg met of door deskundigen bijvoorbeeld een arts-microbioloog of internist-infectioloog, behandeld volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling MRSA dragers’
  • Materiaal voor de eerste MRSA-test wordt tenminste 48 uur na beëindiging van de behandeling afgenomen.
  • Het werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden wordt opgeheven wanneer na beëindiging van de dragerschapbehandeling drie opeenvolgende MRSA-testen met tussenpozen van minimaal vijf dagen negatief zijn.
  • De MRSA-positieve medewerker wordt minimaal twee en twaalf maanden na het opheffen van het werkverbod voor patiëntgebonden werkzaamheden opnieuw getest op de aanwezigheid van MRSA.

Checkbuster Demo Normen

  • Aan deze norm wordt voldaan (klik op het vinkje om de norm te beoordelen als voldoende)
  • Aan deze norm wordt niet voldaan (klik op het kruisje om de norm te beoordelen als onvoldoende)
  • Deze norm is niet van toepassing (klik op het streepje om aan te geven dat de norm niet van toepassing is)
  • Aan deze norm wordt voldaan en de norm wordt opgenomen in de rapportage (klik op het vinkje om de norm te beoordelen als voldoende en voeg de norm toe aan de rapportage door op de staafdiagram te klikken)
  • Aan deze norm wordt niet voldaan (klik op het kruisje om de norm te beoordelen als onvoldoende en voeg een foto toe door op het fototoestel icoon te klikken)
  • Aan deze norm wordt voldaan en de norm wordt voorzien van een opmerking (klik op het vinkje om de norm te beoordelen als voldoende en voeg een opmerking toe door op het schrijfblok te klikken)
  • Voer een temperatuurwaarde in, aan de kleur van het vakje kunt u zien of de ingevulde temperatuur voldoet aan de norm (groen=voldoende, rood=onvoldoende)