How can we help?

BRC Wereldstandaard voor voedselveiligheid, versie 6

Gratis inspectie app

Je kan de onderstaande checklist gratis invullen op het Checkbuster platform. Dit kan je doen op een lap-top of PC. Natuurlijk kan je de inspectie ook invullen met de Checkbuster App op je telefoon.

1.1 Betrokkenheid van het hoger management en continue verbetering

  • 1.1.1 Het bedrijf heeft een gedocumenteerd beleid waarin de intentie van het bedrijf is opgenomen dat men aan zijn verplichtingen zal voldoen om veilige producten te produceren die voldoen aan de wettelijke eisen, conform de gespecificeerde kwaliteit en haar verantwoordelijkheid naar klanten.
  • 1.1.1 Het gedocumenteerde beleid is ondertekend door degene die algemeen verantwoordelijk is voor het bedrijf.
  • 1.1.1 Het gedocumenteerde beleid is meegedeeld aan alle medewerkers.
  • 1.1.2 Het hoger management van het bedrijf zorgt ervoor dat duidelijke doelstellingen worden vastgesteld om de veiligheid, wettelijkheid en kwaliteit van de vervaardigde producten te handhaven en te verbeteren in overeenstemming met het kwaliteitsbeleid en deze Standaard.
  • 1.1.2 De doelstellingen worden gedocumenteerd en omvatten doelen of duidelijke maatstaven voor succes.
  • 1.1.2 De doelen worden duidelijk gecommuniceerd aan alle relevante medewerkers.
  • 1.1.2 De doelen worden bewaakt en de resultaten worden ten minste elk kwartaal gerapporteerd aan het hoger management van het bedrijf.
  • 1.1.3 Beoordelingsvergaderingen van het management, die worden bijgewoond door het hoger management van het bedrijf, worden met geschikte geplande tussenpozen, maar minimaal jaarlijks, ondernomen ter beoordeling van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van de Standaard en de doelstellingen uiteengezet onder 1.1.2.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat actieplannen en de tijdsplanning uit de voorgaande beoordeling.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat de resultaten van interne, tweedepartij en/of derdepartij-audits.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat klachten van klanten en de resultaten van eventuele beoordelingen van klantenprestaties.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat incidenten, corrigerende maatregelen, buiten-specificatieresultaten, en afwijkende materialen.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat een beoordeling van het management van het HACCP-systeem.
  • 1.1.3 De beoordelingsprocedure van de evaluatie omvat vereiste middelen.
  • 1.1.3 De registraties (notulen) van de vergadering worden gedocumenteerd en gebruikt om de doelstellingen aan te passen.
  • 1.1.3 De tijdens het beoordelingsproces overeengekomen besluiten en acties worden op effectieve wijze aan de desbetreffende medewerkers meegedeeld, en acties worden binnen het overeengekomen tijdsbestek geïmplementeerd.
  • 1.1.4 Het bedrijf heeft een aantoonbaar vergaderrooster waarin voedselveiligheid, wettelijkheid en kwaliteitsproblemen ten minste eenmaal per maand onder de aandacht van het hoger management kunnen worden gebracht, en waarin een oplossing voor de problemen kan worden aangedragen waarvoor onmiddellijke actie noodzakelijk is.
  • 1.1.5 Het hogere management van het bedrijf voorziet in de personele en financiële middelen die noodzakelijk zijn voor het veilig produceren van voedsel in overeenstemming met de vereisten van deze Standaard, en voor de implementatie van het op HACCP gebaseerde voedselveiligheidsplan.
  • 1.1.6 Het hoger management van het bedrijf heeft een systeem dat ervoor zorgt dat het bedrijf geïnformeerd blijft over de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, de praktijkcodes van de industrie en alle relevante wetgeving in het land vanwaaruit de grondstoffen worden geleverd, het land van productie en, indien bekend, het land waar het product wordt verkocht.
  • 1.1.7 Het bedrijf beschikt over een authentiek, origineel, afgedrukt exemplaar of elektronische versie van de huidige Standaard.
  • 1.1.8 Indien het bedrijf volgens de Standaard is gecertificeerd, draagt het er zorg voor dat aangekondigde hercertificatie-audits op of voor de datum waarop de audit volgens het certificaat moet plaatsvinden, plaatsvindt.
  • 1.1.9 De hoogste productie of operationele manager van de vestiging woont de openings- en afsluitende vergadering van de audit voor de wereldstandaard voor voedselveiligheidcertificatie bij. De relevante afdelingshoofden of hun plaatsvervangers zijn waar nodig tijdens de auditprocedure beschikbaar.
  • 1.1.10 Het hogere management van het bedrijf zorgt ervoor dat hoofdoorzaken van afwijkingen die tijdens de voorgaande audit op basis van de Standaard zijn vastgesteld, effectief zijn afgehandeld om te voorkomen dat deze zich opnieuw voordoen.

1.2 Organisatiestructuur, verantwoordelijkheden en managementbevoegdheid

  • 1.2.1 Het bedrijf beschikt over een organogram waarop de managementstructuur van het bedrijf is aangegeven.
  • 1.2.1 De verantwoordelijkheden voor het management van activiteiten die de voedselveiligheid, wettelijkheid en kwaliteit zeker stellen, zijn op het organogram duidelijk toegewezen en begrepen door de verantwoordelijke managers.
  • 1.2.1 Plaatsvervangers bij afwezigheid van de verantwoordelijke personen worden duidelijk gedocumenteerd.
  • 1.2.2 Het hoger bedrijfsmanagement zorgt ervoor dat alle werknemers zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden.
  • 1.2.2. Waar gedocumenteerde werkinstructies voor uitgevoerde activiteiten bestaan, hebben de relevante medewerkers daar toegang toe, en is men in staat aan te tonen dat de werkzaamheden in overeenstemming met de instructies uitgevoerd worden.

2.1 Het HACCP-team voor voedselveiligheid – Codex Alimentarius Stap 1

  • 2.1.1 Het HACCP-plan wordt ontwikkeld en beheerd door een multidisciplinair voedselveiligheidsteam dat diegenen omvat die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit/techniek, productieactiviteiten, engineering, en andere relevante functies.
  • 2.1.1. De teamleider beschikt over een grondige HACCP-kennis en over aantoonbare competentie en ervaring.
  • 2.1.1. De teamleden beschikken over specifieke HACCP-kennis en relevante kennis van producten processen en daarmee samenhangende gevaren.
  • 2.1.1 In geval het bedrijf zelf niet over de juiste kennis beschikt, wordt gebruik gemaakt van externe deskundigheid, maar het dagelijks management van het voedselveiligheidssysteem blijft de verantwoordelijkheid van het bedrijf.

2.2 Basisvoorwaardenprogramma’s

  • 2.2.1 Het bedrijf stelt milieu- en operationele programma’s op en onderhouden die noodzakelijk zijn om een omgeving te scheppen die geschikt is om veilige en legale levensmiddelen te produceren en onderhoudt deze.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘schoonmaken en desinfectie’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘plaagdierbeheersing’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘onderhoudsprogramma’s voor installaties en gebouwen’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘vereisten voor persoonlijke hygiëne’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘training van personeel’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘inkoop’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘transportregelingen’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘procedures ter voorkoming van kruisbesmetting’.
  • 2.2.1 Het bedrijf omvat in zijn milieu- en operationele programma’s het proces ‘allergenenbeheer’.
  • 2.2.1 De beheersmaatregelen en bewakingsprocedures voor de basisvoorwaardenprogramma’s, worden duidelijk gedocumenteerd en worden opgenomen in de ontwikkeling en de beoordelingen van het HACCP – programma.

2.3 Beschrijf het product – Codex Alimentarius Stap 2

  • 2.3.1 De scope van elk HACCP-plan, inclusief de producten en processen die daaronder vallen, worden gedefinieerd.
  • 2.3.1 Voor elk(e) product of productgroep wordt een volledige beschrijving ontwikkeld. Deze bevat alle relevante informatie over voedselveiligheid.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over de samenstelling, bijvoorbeeld grondstoffen, ingrediënten, allergenen, receptuur.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over de herkomst van ingrediënten.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over fysische of chemische eigenschappen die van invloed zijn op de voedselveiligheid.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over behandeling en verwerking, bijvoorbeeld koken, koelen.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over verpakkingssysteem, bijvoorbeeld beschermende atmosfeer, vacuüm.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over opslag- en distributie condities, bijvoorbeeld gekoeld, omgevingstemperatuur.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over nagestreefde houdbaarheid onder de voorgeschreven opslag- en gebruiksomstandigheden.
  • 2.3.1 De beschrijving bevat onder andere informatie over gebruiksaanwijzing en eventueel bekend foutief gebruik door de klant, bijvoorbeeld opslag en bereiding.
  • 2.3.2 Alle relevante, voor het uitvoeren van de door de gevarenanalyse benodigde informatie worden verzameld, bijgehouden, gedocumenteerd en geactualiseerd.
  • 2.3.2 Het bedrijf draagt er zorg voor dat het HACCP-plan is gebaseerd op uitgebreide informatiebronnen waarnaar wordt verwezen en welke op aanvraag beschikbaar zijn.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke literatuur.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op historische en bekende risico’s die in verband worden gebracht met bepaalde levensmiddelen.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op relevante praktijkcodes.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op erkende richtlijnen.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op wetgeving inzake voedselveiligheid die relevant is voor de productie en verkoop van producten.
  • 2.3.2 Het HACCP-plan is gebaseerd op klanteisen.

2.4 Vaststellen van het bedoeld gebruik – Codex Alimentarius Stap 3

  • 2.4.1 Het bedoelde gebruik van het product door de klant wordt beschreven.
  • 2.4.1 In het bedoelde gebruik van het product door de klant worden doelgroepen waartoe gebruikers behoren gedefinieerd, inclusief de geschiktheid van het product voor kwetsbare bevolkingsgroepen (bijvoorbeeld jonge kinderen, ouderen, personen met een allergie.

2.5 Stel een stoomdiagram op – Codex Alimentarius Stap 4

  • 2.5.1 Er is een stoomdiagram opgesteld waarin elk(e) product, productcategorie of proces is opgenomen.
  • 2.5.1 In het stroomdiagram worden alle aspecten van het proces van voedselbewerking binnen de scope van HACCP uiteengezet, van de ontvangst van de grondstof tot de verwerking, de opslag en de distributie.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat een plattegrond van de terreinen en een lay-out van de installaties.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de grondstoffen met inbegrip van de introductie van nutsvoorzieningen en andere contactmaterialen bijvoorbeeld water en verpakkingen.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de volgorde en interacties van alle verwerkingsstappen.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de uitbestede processen en werk dat voor derden wordt uitgevoerd.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de procesparameters.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de mogelijke procesvertraging.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de herbewerking en het hergebruik.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de scheiding van low/high-care/high-risk ruimten.
  • 2.5.1 Het stoomdiagram bevat de eindproducten, tussenproducten, halffabricaten, bijproducten en afval.

2.6 Verificatie van het stroomdiagram – Codex Alimentarius Stap 5

  • 2.6.1 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid verifieert of daagt de nauwkeurigheid van de stroomdiagrammen ten minste jaarlijks uit door een on-site audit uit te voeren.
  • 2.6.1 Er wordt rekening gehouden met dagelijkse en seizoensgebonden variaties, en deze worden geëvalueerd.
  • 2.6.1 Registraties van de verificatie van stroomschema’s worden bijgehouden.

2.7 Codex Alimentarius stap 6, prinicpe 1

  • 2.7.1 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid stelt alle mogelijke gevaren vast en registreert die bij elke stap met betrekking tot product, proces en faciliteiten redelijkerwijze te verwachten zijn.
  • 2.7.1 De gevaren die beschreven zijn, omvatten de gevaren die in de grondstoffen aanwezig zijn, die tijdens het proces worden geïntroduceerd of die de verwerkingsstap overleven, en de risico’s verbonden aan allergenen (zie bepaling 5.2).
  • 2.7.1 Het team houdt rekening met de voorgaande en volgende stappen in de procesketen.
  • 2.7.2 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid voert een gevarenanalyse uit om gevaren vast te stellen die moeten worden voorkómen, geëlimineerd of tot een aanvaardbaar niveau gereduceerd.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de waarschijnlijkheid dat het gevaar optreedt.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de ernst van de gevolgen voor de veiligheid van de consument.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de kwetsbaarheid van degenen die er aan worden blootgesteld.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de overleving en vermenigvuldiging van micro-organismen die voor het product van specifieke betekenis zijn.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de aanwezigheid of de productie van toxine, chemicaliën of vreemde voorwerpen.
  • 2.7.2 Bij de gevarenanalyse wordt rekening gehouden met de contaminatie van grondstoffen, halffabricaten/tussenproducten, of eindproduct.
  • 2.7.2 Indien eliminatie van het gevaar niet praktisch is, wordt een rechtvaardiging van het aanvaardbare niveau van het gevaar vastgelegd en gedocumenteerd.
  • 2.7.3 Het HACCP-team voor voedselveiligheid voorkomt, elimineert of beschouwt de noodzakelijke beheersmaatregelen die een voedselveiligheidsgevaar voorkomen nader.
  • 2.7.3 Indien de beheersing via de bestaande basisvoorwaardeprogramma’s wordt bereikt, wordt dit vermeld en wordt de adequaatheid van het programma om het gevaar te beheersen gevalideerd. Het gebruik van meer dan een beheersmaatregel kan in aanmerking worden genomen.

2.8 Vaststellen van CCP’s – Codex Alimentarius Stap 7, Principe 2

  • 2.8.1 Voor elk gevaar waarvan beheersing noodzakelijk is, worden de beheerspunten beoordeeld om de kritische punten (CCP’s) te identificeren. Dit vereist een logische benadering en mag worden vergemakkelijkt door een beslisboom te gebruiken.
  • 2.8.1 De beheerspunten die noodzakelijk zijn om een voedselveiligheidsgevaar te voorkomen, te elimineren of te reduceren tot een aanvaardbaar niveau worden als CCP’s aangemerkt.
  • 2.8.1 Wanneer een gevaar wordt vastgesteld bij een stap waar beheersing voor de veiligheid noodzakelijks is, maar deze beheersing niet bestaat, dan wordt het product of proces aangepast, bij die stap zelf, of bij een eerdere of latere stap, om te voorzien in een beheersmaatregel.

2.9 Kritische grenswaarden vaststellen voor elk CCP

  • 2.9.1 Er worden voor elke CCP geschikte kritische grenswaarden vastgesteld zodat duidelijk kan worden bepaald of het proces al of niet beheerst wordt.
  • 2.9.1 Kritische grenswaarden zijn indien mogelijk meetbaar, bijvoorbeeld tijd, temperatuur, pH.
  • 2.9.1 Kritische grenswaarden worden ondersteund door duidelijke richtlijnen of voorbeelden indien de maatregelen subjectief zijn, zoals foto’s.
  • 2.9.2 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid valideert elke CCP.
  • 2.9.2 Gedocumenteerd bewijs toont aan dat de gekozen beheersmaatregelen en de vastgestelde kritische grenswaarden de gevaren op consequente manier tot het gespecificeerde acceptabele niveau kunnen beheersen.

2.10 Vaststellen van een bewakingssysteem voor elk CCP

  • 2.10.1 Er wordt voor elke CCP een bewakingsprocedure ingesteld om te waarborgen dat aan de kritische grenswaarden wordt voldaan.
  • 2.10.1 Het bewakingssysteem is in staan om verlies van beheersing van CCP’s te detecteren, en waar mogelijk tijdig te waarschuwen dat corrigerende maatregelen moeten worden getroffen.
  • 2.10.1 Er wordt rekening gehouden met het verlies van online-metingen.
  • 2.10.1 Er wordt rekening gehouden met het verlies van offline-metingen.
  • 2.10.1 Er wordt rekening gehouden met het verlies van continue metingen, bijvoorbeeld temperatuurschrijvers en pH-meters.
  • 2.10.1 Er wordt rekening gehouden met indien niet-continue metingen worden toegepast, het systeem moet waarborgen dat de genomen steekproef representatief is voor de productpartij.
  • 2.10.2 Registraties die samenhangen met de bewaking van elke CCP omvatten de datum, de tijd en het resultaat van de meting en worden ondertekend door degene die verantwoordelijk is voor de bewaking, en waar van toepassing geverifieerd, door een bevoegd persoon.
  • 2.10.2 In geval van elektronische registratie is het aantoonbaar dat registraties gecontroleerd en geverifieerd worden.

2.11 Opstellen van het plan voor corrigerende maatregelen

  • 2.11.1 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid specificeert het plan voor corrigerende maatregelen en documenteert als de resultaten van de bewaking erop duiden dat een grenswaarde overschreden wordt, of indien bewakingsresultaten duiden op een tendens in verlies van beheersing.
  • 2.11.1 In de documentatie zijn de te nemen maatregelen door daartoe aangewezen personeel met betrekking tot alle producten die geproduceerd werden gedurende periode dat het proces onbeheerst was ook opgenomen.

2.12 Verificatieprocedure vaststellen

  • 2.12.1 Er zijn verificatieprocedures vastgesteld om te bevestigen dat het HACCP-plan met inbegrip van beheersmaatregelen in het kader van de basisvoorwaardenprogramma’s effectief is.
  • 2.12.1 Interne audits zijn onderdeel van de verificatieactiviteiten die vastgesteld zijn in de verificatieprocedures.
  • 2.12.1 Beoordeling van registraties waarbij de acceptabele grenswaarden zijn overschreden zijn onderdeel van de verificatieactiviteiten die vastgesteld zijn in de verificatieprocedures.
  • 2.12.1 Beoordeling van klachten van handhavinginstanties of klanten zijn onderdeel van de verificatieactiviteiten die vastgesteld zijn in de verificatieprocedures.
  • 2.12.1 Beoordeling van incidenten met terughalen van product of product recall zijn onderdeel van de verificatieactiviteiten die vastgesteld zijn in de verificatieprocedures.
  • 2.12.1 Verificatieresulaten worden geregistreerd en aan het HACCP-team voor de voedselveiligheid worden meegedeeld.

2.13 HACCP- documentatie en gegevensbeheer

  • 2.13.1 De documentatie en gegevensbeheer zijn toereikend om het bedrijf te helpen verifiëren dat de HACCP-controles, met inbegrip van beheersmaatregelen uit de basisvoorwaardenprogramma’s aanwezig zijn en worden bijgehouden.

2.14 Beoordelen van het HACCP-plan

  • 2.14.1 Het HACCP-team voor de voedselveiligheid beoordeelt het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s ten minste jaarlijks, en voorafgaand aan wijzigingen die de veiligheid van producten kunnen beïnvloeden.
  • 2.14.1 Bij wijzigingen met betrekking tot grondstoffen of leverancier van grondstoffen worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij wijzigingen met betrekking tot ingrediënten of receptuur worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij wijzigingen met betrekking tot procesomstandigheden of installaties worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij wijzigingen met betrekking tot verpakking, opslag- of distributieomstandigheden worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij wijzigingen met betrekking tot bedoeld gebruik worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij het zich voordoen van een nieuw risico, bijvoorbeeld vervalsing van een ingrediënt worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Bij ontwikkelingen in wetenschappelijke informatie met betrekking tot ingrediënten, proces of product worden het HACCP-plan en de basisvoorwaardenprogramma’s opnieuw beoordeeld.
  • 2.14.1 Passende wijzigingen ten gevolge van deze beoordeling worden opgenomen in het HACCP-plan, en/of de basisvoorwaardenprogramma’s en worden volledig gedocumenteerd en de validatie wordt volledig geregistreerd.

3.1 Voedselveiligheids- en kwaliteitshandboek

  • 3.1.1 De gedocumenteerde bedrijfsprocedures, werkmethoden en praktijken worden als kwaliteitshandboek in gedrukte of elektronische vorm opgesteld.
  • 3.1.2 Het handboek voedselveiligheid en kwaliteit worden volledig geïmplementeerd en de handleiding, of relevante onderdelen daarvan, zijn gemakkelijk toegankelijk voor personeel op sleutelposities.
  • 3.1.3 Alle procedures en werkinstructies zijn goed leesbaar, eenduidig, in de desbetreffende talen gesteld en voldoende gedetailleerd, zodat deze door het desbetreffende personeel kunnen worden uitgevoerd.
  • 3.1.3 De procedures en werkinstructies omvatten mede foto’s, schema’s of andere afgebeelde instructies indien schriftelijke communicatie niet toereikend is. (bijvoorbeeld in geval van problemen met lezen, schrijven of een vreemde taal)

3.2 Beheersing van documentatie

  • 3.2.1 Het bedrijf beschikt over een procedure om documenten te beheren die onderdeel uitmaken van het voedselveiligheids- en kwaliteitssysteem.
  • 3.2.1 De procedure om documenten te beheren die onderdeel uitmaken van het voedselveiligheids- en kwaliteitssysteem omvatten een lijst van alle in beheer zijnde documenten waarin het laatste versienummer wordt aangegeven.
  • 3.2.1 De procedure om documenten te beheren die onderdeel uitmaken van het voedselveiligheids- en kwaliteitssysteem omvatten de methode voor de identificatie en goedkeuring van de in beheer zijnde documenten.
  • 3.2.1 De procedure om documenten te beheren die onderdeel uitmaken van het voedselveiligheids- en kwaliteitssysteem omvatten een registratie van de reden voor de wijzigingen of aanpassingen van de documenten.
  • 3.2.1 De procedure om documenten te beheren die onderdeel uitmaken van het voedselveiligheids- en kwaliteitssysteem omvatten het systeem voor het vervangen van bestaande documenten als deze worden bijgewerkt.

3.3 Volledigheid van registraties en onderhoud

  • 3.3.1 De registraties zijn goed leesbaar, worden onder goede omstandigheden bewaard en zijn opvraagbaar.
  • 3.3.1 Elke wijziging in gegevens wordt op de juiste wijze geautoriseerd en de reden van de wijziging wordt vastgelegd.
  • 3.3.1 Van registraties in elektronische vorm wordt, ter voorkoming van verlies, een geschikte back-up gemaakt.
  • 3.3.2 Registraties worden voor een bepaalde periode bewaard waarbij rekening gehouden wordt met wettelijke vereisten en eisen van de klant en met de houdbaarheid van het product.
  • 3.3.2 Indien dit op het etiket is aangegeven wordt hierbij rekening gehouden met eventuele verlenging van de houdbaarheid (bijvoorbeeld door invriezing) door de consument.
  • 3.3.2 Registraties worden ten minste tijdens de houdbaarheidsperiode plus 12 maanden bewaard.

3.4 Interne audit

  • 3.4.1 Er is een gepland programma van interne audits waarvan de scope de implementaire van het HACCP-programma, de basisvoorwaardenprogramma’s en de procedures die ingevoerd zijn om deze Standaard te behalen, omvat.
  • 3.4.1 De scope en de frequentie van de audits worden vastgesteld in relatie tot de risico’s die met de activiteit samenhangen en aan de resultaten van de voorgaande audit.
  • 3.4.1 Alle activiteiten worden ten minste jaarlijks beoordeeld.
  • 3.4.2 Interne audits worden uitgevoerd door passend getrainde competente auditoren die onafhankelijk zijn van de geauditeerde afdeling.
  • 3.4.3 Het interne auditprogramma wordt volledig geïmplementeerd.
  • 3.4.3 Interne auditrapporten stellen conformiteit en niet-conformiteit vast en de resultaten worden gerapporteerd aan het personeel dat verantwoordelijk is voor de geauditeerde activiteit.
  • 3.4.3 Corrigerende maatregelen en tijdafspraken voor de implementatie daarvan worden overeengekomen en de voltooiing van de acties worden geverifieerd.
  • 3.4.4 Aanvullend op het interne auditprogramma, is er een programma van gedocumenteerde inspecties, om te waarborgen dat de fabrieksomgeving en de procesinstallaties in een staat worden onderhouden die geschikt is voor de productie van levensmiddelen.
  • 3.4.4 De gedocumenteerde inspecties omvatten hygiëne-inspecties ter beoordeling van prestaties van schoonmaken en bedrijfshuishouding.
  • 3.4.4 De gedocumenteerde inspecties omvatten inspecties van het fabrieksgebouw ter vaststelling van risico’s die het product door het gebouw en de installaties loopt.
  • 3.4.4 De frequentie van deze inspecties worden gebaseerd op het risico, maar zijn in ruimten met open product niet lager zijn dan eenmaal per maand.

3.5.1 Beheer van leveranciers van grondstoffen en verpakkingen.

  • 3.5.1.1 Het bedrijf voert een gedocumenteerde risicobeoordeling uit van elke grondstof of groep van grondstoffen om mogelijke risico’s voor de veiligheid, wettelijkheid en kwaliteit van producten vast te stellen.
  • 3.5.1.1 Bij de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met mogelijke verontreiniging met allergenen.
  • 3.5.1.1 Bij de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met mogelijke risico’s van vreemde voorwerpen.
  • 3.5.1.1 Bij de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met microbiologische verontreiniging.
  • 3.5.1.1 Bij de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met chemische verontreiniging.
  • 3.5.1.1 Er wordt ook rekening gehouden met het effect van de grondstof op de kwaliteit van het eindproduct.
  • 3.5.1.1 De risicobeoordeling vormt de basis voor de acceptatie- en testprocedure van grondstoffen en voor de processen die worden toegepast voor goedkeuring en bewaking van leveranciers.
  • 3.5.1.2 Het bedrijf beschikt over een gedocumenteerde procedure voor goedkeuring en doorlopende bewaking van leveranciers, om te waarborgen dat leveranciers onder hygiënische omstandigheden producten vervaardigen, effectief risico’s voor de kwaliteit en de veiligheid van grondstoffen beheren en effectieve traceerbaarheidsprocessen hebben.
  • 3.5.1.2 De goedkeurings- en bewakingsprocedure is gebaseerd op een van de volgende drie maatregelen: leveranciersaudits, audit of certificatie van een derde partij, bijvoorbeeld de BRC WereldStandaarden of leveranciersvragenlijsten, of een combinatie hiervan.
  • 3.5.1.2 Indien goedkeuring is gebaseerd op vragenlijsten worden deze ten minste om de drie jaar opnieuw uitgegeven en wordt van leveranciers geëist dat men het bedrijf van alle significante tussentijdse wijzigingen op de hoogste stelt.
  • 3.5.1.3 De procedures beschrijven hoe met uitzonderingen wordt omgegaan (bijvoorbeeld indien de leveranciers van grondstoffen door een klant worden voorgeschreven of indien producten bij tussenpersonen worden ingekocht en directe audit of bewaking niet is uitgevoerd).

3.5.2 Aanvaarding grondstoffen en verpakkingsmateriaal, bewakingsprocedures

  • 3.5.2.1 Het bedrijf beschikt over een gedocumenteerde procedure voor de aanvaarding van grondstoffen en verpakkingen bij de ontvangst daarvan op basis van de risicobeoordeling (3.5.1).
  • 3.5.2.1 De acceptatie en vrijgave van grondstoffen is gebaseerd op één van de volgende vier maatregelen: visuele controle bij ontvangst, conformiteitscertificaten – die voor elke zending specifiek zijn, analysecertificaten of productbemonstering en testen, of een combinatie daarvan.
  • 3.5.2.1 Een lijst van grondstoffen en de aanvaardingseisen waaraan moet worden voldaan is beschikbaar.
  • 3.5.2.1 De parameters voor de aanvaarding en de testfrequentie zijn duidelijk gedefinieerd.
  • 3.5.2.2 De procedures zijn volledig geïmplementeerd en registraties worden bijgehouden om de basis voor de aanvaarding van elke partij grondstoffen aan te tonen.

3.5.3 Management van dienstverleners

  • 3.5.3.1 Er is een gedocumenteerde procedure voor de goedkeuring en bewaking van leveranciers van diensten.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces plaagdierbeheersing.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces wasserijdiensten.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces uitbestede schoonmaak.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces uitbestede service en onderhuid van installaties en apparatuur.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces transport en distributie.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces externe opslag van ingrediënten, verpakking of producten.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces laboratoriumtesten.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces cateringdiensten.
  • 3.5.3.1 De dienst omvat het proces afvalbeheer.
  • 3.5.3.2 Contracten of formele overeenkomsten met dienstverleners bestaan waarin duidelijk de verwachtingen die aan de dienst worden gesteld zijn bepaald, en waarin de hantering van de risico’s voor de voedselveiligheid in verband met deze diensten sluitend is geregeld.

3.5.4 Beheer van uitbestede productie

  • 3.5.4.1 Het bedrijf kan aantonen dat indien het productproces deels wordt uitbesteed en uitgevoerd op een andere locatie, de merkeigenaar hiervan op de hoogte is gesteld en dat, indien nodig, hiervoor toestemming is verleend.
  • 3.5.4.2 Het bedrijf waarborgt dat onderaannemers goedgekeurd zijn en worden bewaakt door een succesvolle afronding van hetzij een gedocumenteerde audit van de locatie, hetzij een certificatie door een derde partij op basis van de Wereldstandaard voor Voedselveiligheid of een andere door het GFSI erkende standaard.
  • 3.5.4.3 Uitbestede productieactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met aangegane contracten waarin duidelijk de vereisten aan de verwerking en de productspecificatie gedefinieerd worden.
  • 3.5.4.3 Uitbestede productieactiviteiten handhaven de traceerbaarheid van het product.
  • 3.5.4.4 Het bedrijf stelt inspecties en testprocedures vast die uitbestede producten bij terugkeer ondergaan, zoals, afhankelijk van de risicobeoordeling, visuele, chemische en/of microbiologische tests.

3.6 Specificaties

  • 3.6.1 Specificaties voor grondstoffen en verpakking zijn adequaat en nauwkeurig en waarborgen dat wordt voldaan aan de relevante veiligheidsvoorschriften en wettelijke vereisten.
  • 3.6.1 De specificaties bevatten gedefinieerde limieten voor relevante eigenschappen van het materiaal welke de kwaliteit of de veiligheid van de eindproducten (bijvoorbeeld chemische, microbiologische of fysische normen) kunnen beïnvloeden.
  • 3.6.2 Instructies voor het productieproces en de processpecificaties voldoen aan recepturen en kwaliteitscriteria zoals uiteengezet in de specificaties die met de klant zijn overeengekomen.
  • 3.6.3 Specificaties zijn beschikbaar voor alle eindproducten.
  • 3.6.3 Specificaties zijn ofwel in het overeengekomen format van de klant, ofwel in het geval van merkproducten, de belangrijkste gegevens bevatten om aan de wettelijke eisen te voldoen en om de klant te ondersteunen bij het veilig gebruik thuis.
  • 3.6.4 Het bedrijf streeft met alle relevante partijen naar een formele instemming over de specificaties.
  • 3.6.4 Indien geen specificaties formeel zijn overeengekomen, kan het bedrijf aantonen dat men stappen heeft ondernemen om wel tot een formele overeenkomst te komen.
  • 3.6.5 Specificaties worden bij productwijzigingen (bijvoorbeeld ingrediënten, verwerkingsmethode) of ten minste om de drie jaar opnieuw beoordeeld.
  • 3.6.5 De beoordelingsdatum en de goedkeuring van veranderingen worden geregistreerd.

3.7 Corrigerende maatregelen

  • 3.7.1 Het bedrijf heeft een gedocumenteerde procedure voor de behandeling van afwijkingen die binnen de scope van de Standaard zijn vastgelegd.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de duidelijke documentatie van de afwijking opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de beoordeling van de consequenties door een daartoe competente en bevoegde persoon opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de aanduiding van de corrigerende maatregelen om het onmiddellijke probleem op te lossen opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de aanduiding van een geschikte tijdschaal voor de correctie opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de aanduiding van personeel met geschikte bevoegdheid dat verantwoordelijk is voor corrigerende maatregelen opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de verificatie dat de corrigerende maatregelen geïmplementeerd en doeltreffen zijn opgenomen.
  • 3.7.1 In de gedocumenteerde procedure is de aanduiding van de diepere oorzaak van de non-conformiteit en de implementatie van eventueel noodzakelijke corrigerende maatregelen opgenomen.

3.8 Beheersing van afwijkende producten

  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin de eis dat het personeel mogelijk afwijkende producten identificeert en rapporteert is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin een duidelijke identificatie van de afwijkende producten, bijvoorbeeld door onmiddellijke etikettering of het gebruik van IT-systemen is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin veilige opslag om onbedoelde vrijgave te voorkomen, bijvoorbeeld geïsoleerde ruimten is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin verwijzing naar de merkeigenaar indien nodig is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin gedefinieerde verantwoordelijkheden voor het nemen van beslissingen over het gebruik of de verwijdering van de producten die passen zijn voor het probleem, bijvoorbeeld: vernietiging, herbewerking, downgraden naar een alternatieve specificatie of aanvaarding met concessies is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin registraties van de beslissing over het gebruik of de verwijdering van het product is opgenomen.
  • 3.8.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor het beheer van afwijkende producten waarin registraties van de vernietiging indien het product vanwege voedselveiligheidsreden is vernietigd is opgenomen.

3.9 Traceerbaarheid

  • 3.9.1 Identificatie van grondstoffen, inclusief primaire en andere relevante verpakkingsmaterialen en proceshulpstoffen, tussenproducten/halffabrikaten, gedeeltelijk gebruikte materialen, eindproducten en materialen die nog in onderzoek zijn, zijn adequaat teneinde de traceerbaarheid te garanderen.
  • 3.9.2 Het bedrijf test het traceerbaarheidssysteem over de hele range van productgroepen om te garanderen dat de traceerbaarheid kan worden vastgesteld van grondstof tot eindproduct en vice versa, inclusief een hoeveelheidscontrole/massabalans.
  • 3.9.2 Een test om het traceerbaarheidssysteem te testen vindt op een tevoren bepaalde frequentie plaats, en de resultaten worden ter inspectie bewaard.
  • 3.9.2 De test vindt ten minste op jaarbasis plaats.
  • 3.9.2 Volledige traceerbaarheid is binnen vier uur haalbaar.
  • 3.9.3 Bij alle herbewerkingen of herverwerking wordt de traceerbaarheid in stand gehouden.

3.10 Klachtenafhandeling

  • 3.10.1 Alle klachten worden geregistreerd en onderzocht.
  • 3.10.1 De onderzoeksresultaten en de oorzaak van het probleem worden geregistreerd, indien er voldoende informatie ter beschikking staat.
  • 3.10.1 Geschikte maatregelen, afgestemd op de ernst en frequentie van de geconstateerde problemen worden zonder uitstel en effectief door passend getraind personeel uitgevoerd.
  • 3.10.2 Klachtgegevens worden geanalyseerd op significante trends en worden gebruikt om continue verbetering van productveiligheid, wettelijkheid en kwaliteit te realiseren en om herhaling te voorkomen.
  • 3.10.2 Deze analyse wordt aan relevant personeel ter beschikking gesteld.

3.11 Management van incidenten, product terughaalacties en product recall

  • 3.11.1 Het bedrijf heeft gedocumenteerde procedures ontwikkeld voor het rapporteren en effectief afhandelen van incidenten en van potentiële noodsituaties die invloed hebben op voedselveiligheid, wettelijkheid of kwaliteit.
  • 3.11.1 De procedures betreffen onder meer overwegingen over rampenplannen voor de instandhouding van de continuïteit van het bedrijf.
  • 3.11.1 Het bedrijf heeft een procedure in het geval van een storing in essentiële voorzieningen zoals water, energie, transport, koelprocessen, de beschikbaarheid van personeel en communicatie.
  • 3.11.1 Het bedrijf heeft een procedure in het geval van gebeurtenissen als brand, overstroming of natuurrampen.
  • 3.11.1 Het bedrijf heeft een procedure in het geval van opzettelijke contaminatie of sabotage.
  • 3.11.1 Indien producten die al verzonden zijn mogelijk door een incident zijn beïnvloed, wordt rekening gehouden met de noodzaak tot het terughalen of terugroepen van het product.
  • 3.11.2 Het bedrijf heeft een gedocumenteerde procedure voor -terughaalacties en product recall.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat aanwijzing van het sleutelpersoneel dat het recall managementteam vormt met duidelijk vastgestelde verantwoordelijkheden.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat richtlijnen om te bepalen of een product moet worden teruggeroepen of teruggehaald, en welke registraties moeten worden bewaard.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat een up-to-date lijst van belangrijke contactpersonen of een verwijzing naar de locatie van een dergelijke lijst, bijvoorbeeld het recall managementteam, hulpdiensten, leveranciers, klanten, certificerende instelling en bevoegde autoriteiten.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat een communicatieplan met inbegrip van het tijdig verschaffen van informatie aan klanten, consumenten en wettelijk gezag.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat gegevens van externe instanties die waar nodig advies en ondersteuning geven, bijvoorbeeld specialistische laboratoria, bevoegde autoriteiten en juridische expertise.
  • 3.11.2 De procedure voor -terughaalacties en product recall bevat een plan om om te gaan met de logistiek van de producttraceerbaarheid, de herwinning of verwijdering van producten die aangetast zijn en voorraadopname.
  • 3.11.2 De procedure kan ten alle tijde worden uitgevoerd.
  • 3.11.3 De procedure voor terughaalactie en product recall wordt, ten minste jaarlijks, zodanig getest dat de doeltreffende werking ervan is gewaarborgd.
  • 3.11.3 De resultaten van de test worden bewaard, inclusief de timing van de voornaamste activiteiten.
  • 3.11.3 De resultaten van de test en van eventuele echte recalls worden gebruikt ter beoordeling van de procedure en om zo nodig verbeteringen toe te passen.
  • 3.11.4 In geval van een product recall, wordt de certificerende instelling, die het geldende certificaat voor de vestiging op basis van deze standaard heeft afgegeven, binnen drie werkdagen over het recallbesluit geïnformeerd.

4.1 Normen voor de omgeving

  • 4.1.1 Naburige activiteiten en de omgeving van de locatie, waar deze een nadelig effect op de integriteit van het eindproduct kunnen hebben, krijgen aandacht en er worden maatregelen genomen om contaminatie te voorkomen.
  • 4.1.1 Indien maatregelen zijn ingesteld om de vestiging te beschermen (tegen mogelijke verontreinigingen, overstromingen etc.) worden deze, bij eventuele wijzigingen, opnieuw beoordeeld.
  • 4.1.2 De buitenterreinen worden in goede staat gehouden.
  • 4.1.2 De grasvelden en beplanting die zich rondom de gebouwen omgeven worden regelmatig verzorgd en goed onderhouden.
  • 4.1.2 Transportroutes op het terrein, die onder beheer van de vestiging staan, zijn passend verhard en in goede staat om contaminatie van producten te vermijden.
  • 4.1.3 De constructie van het gebouw wordt onderhouden om potentiële productcontaminatie te voorkomen (bijvoorbeeld het elimineren van rustplekken voor vogels, en het afdichten van openingen rond leidingen om het binnenkomen van plaagdieren, water en andere contaminanten te voorkomen).

4.2 Beveiliging

  • 4.2.1 Het bedrijf voert een gedocumenteerde beoordeling van de veiligheidsregelingen en mogelijke risico’s voor de producten die voortvloeien uit opzettelijke pogingen om contaminatie of schade toe te brengen uit.
  • 4.2.1 Ruimten worden op risico’s beoordeeld.
  • 4.2.1 Gevoelige ruimten of ruimten met beperkte toegang, worden vastgesteld, zijn duidelijk als zodanig gemarkeerd, worden bewaakt en zijn onder controle.
  • 4.2.1 Vastgestelde veiligheidsregelingen worden geïmplementeerd en ten minste jaarlijks beoordeeld.
  • 4.2.2 Er worden maatregelen getroffen om te garanderen dat alleen geautoriseerd personeel toegang heeft tot productie- en opslagruimten.
  • 4.2.2 De toegang tot de vestiging voor werknemers, aannemers en bezoekers is onder controle.
  • 4.2.2 Er is een bezoekersrapportagesysteem aanwezig.
  • 4.2.2 Het personeel is getraind in beveiligingsprocedures voor de vestiging en wordt aangemoedigd om personen zonder passende identificatie of onbekende bezoekers te rapporteren.
  • 4.2.3 De vestiging wordt, indien wettelijk vereist, geregistreerd bij, of goedgekeurd door de van toepassing zijnde bevoegde autoriteit.

4.3 Lay-out, productstroom en scheiding

  • 4.3.1 Er is een plattegrond van de locatie waarop ruimten zijn aangegeven waar de producten een verschillend contaminatierisico hebben.
  • 4.3.1 Op de plattegrond zijn afgesloten product ruimten aangegeven.
  • 4.3.1 Op de plattegrond zijn low-risk-ruimten aangegeven.
  • 4.3.1 Op de plattegrond zijn high-care-ruimten aangegeven.
  • 4.3.1 Op de plattegrond zijn high-risk-ruimten aangegeven.
  • 4.3.1 De plattegrond wordt in aanmerking genomen bij het bepalen van de basisvoorwaardenprogramma’s voor de specifieke ruimten van de locatie.
  • 4.3.2 De plattegrond van de locatie bepaalt de ingangen voor het personeel en looproutes.
  • 4.3.2 De plattegrond van de locatie bepaalt de plaats van personeelsvoorzieningen en routes naar die voorzieningen vanaf de werkplaatsen.
  • 4.3.2 De plattegrond van de locatie bepaalt de stroom van het productieproces.
  • 4.3.2 De plattegrond van de locatie bepaalt de routes voor afvalverwijdering.
  • 4.3.2 De plattegrond van de locatie bepaalt de routes voor de verplaatsing van herbewerkingsproducten.
  • 4.3.2 Indien het noodzakelijk is dat de toegang via de productieruimen loopt, dan zijn er gemarkeerde looproutes die, adequaat van product gescheiden worden.
  • 4.3.2 Alle voorzieningen zijn, waar mogelijk, zo ontwerpen en gesitueerd dat personeelsverplaatsing via eenvoudige logische routes verloopt.
  • 4.3.2 Het transport van afval en herbewerkingsproducten brengt de productveiligheid niet in gevaar.
  • 4.3.3 Aannemers en bezoekers, met inbegrip van chauffeurs, worden gewezen op alle procedures voor toegang tot de terreinen en de vereisten voor de ruimten die ze bezoeken, met speciale verwijzing naar gevaren en potentiële productcontaminatie.
  • 4.3.3 Aannemers die betrokken zijn bij onderhoud en reparaties staan onder toezicht van een daartoe aangewezen persoon.
  • 4.3.4 In low-risk-ruimten gelden de processtroom en aantoonbaar doeltreffende procedures om het risico van de contaminatie van grondstoffen, tussenproducten/halffabrikaten, verpakkingen en eindproducten te minimaliseren.
  • 4.3.5 Indien high-care-ruimten deel uitmaken van de productielocatie is er een fysieke scheiding tussen deze ruimten en andere gedeelten van de locatie.
  • 4.3.5 Bij fysieke scheiding wordt er rekening gehouden met productstroom, de aard van de materialen, installaties, personeel, afval, luchtstroming, de luchtkwaliteit en de nutsvoorzieningen.
  • 4.3.5 Indien er geen fysieke scheidingen zijn, wordt er een volledige evaluatie van de risico’s van kruisbesmetting van de locatie uitgevoerd en alternatieve doeltreffende processen zijn ingesteld om producten tegen contaminatie te beschermen.
  • 4.3.6 Indien high-risk-ruimten deel uitmaken van de productielocatie is er een fysieke scheiding tussen deze ruimten en andere gedeelten van de locatie.
  • 4.3.6 Bij fysieke scheiding wordt er rekening gehouden met productstroom, de aard van de materialen, installaties, personeel, afval, luchtstroming, de luchtkwaliteit en de nutsvoorzieningen.
  • 4.3.6 De locatie van overnamepunten oefent geen nadelige invloed uit op de scheiding tussen high-risk-ruimten en andere gedeelten van de fabriek.
  • 4.3.6 Werkwijzen zijn zo ingevoerd om het risico op productcontaminatie te voorkomen (bijvoorbeeld desinfectie van materialen bij binnenkomst)
  • 4.3.7 De locatie heeft voldoende werk- en opslagruimten om alle activiteiten onder veilige hygiënische omstandigheden naar behoren uit te voeren.
  • 4.3.8 Tijdelijke voorzieningen opgebouwd tijden bouwwerkzaamheden of renovatie etc. zijn zodanig ontworpen en gesitueerd dat schuilplaatsen voor plaagdieren vermeden worden en de veiligheid en de kwaliteit van de producten worden gegarandeerd.

4.4 Bouwkundige aspecten

  • 4.4.1 Muren zijn zodanig geconstrueerd, afgewerkt en onderhouden dat voorkomen wordt dat vuil zich ophoopt, condensvorming en schimmelgroei minimal is, en reiniging vergemakkelijkt wordt.
  • 4.4.2 Vloeren zijn voldoende slijtvast om aan de eisen van het proces te voldoen en bestand zijn tegen schoonmaakmiddelen en -methoden.
  • 4.4.2 De vloeren zijn ondoordringbaar en worden in goede staat gehouden.
  • 4.4.3 Afvoeren worden daar waar aanwezig zodanig gesitueerd, ontworpen en onderhouden dat risico’s op productcontaminatie minimaal zijn en ze de productveiligheid niet in gevaar brengen.
  • 4.4.3 Machines en leidingwerk zijn zodanig geïnstalleerd dat, waar mogelijk, het procesafvalwater direct wordt afgevoerd.
  • 4.4.3 Waar grote hoeveelheden water verbruikt worden, of directe afvoer onmogelijk is, hebben vloeren een geschikt afschot om de stroom(afval)water in de richting van geschikte afvoeren aan te kunnen.
  • 4.4.4 Er bestaat een plattegrond van de afvoerleidingen voor high-care of high-risk-ruimten, waarop de stroomrichting en de plaats van technische voorzieningen die zijn aangebracht om het terugstromen van afvalwater te voorkomen zijn aangegeven, indien locaties high-care- of high-risk-ruimten omvatten.
  • 4.4.4 De uitstroom van de leidingen geeft geen contaminatierisico voor de high-care/risk-ruimte.
  • 4.4.5 Plafonds en hoge constructies zijn zodanig geconstrueerd, afgewerkt en onderhouden dat het risico van productcontaminatie wordt voorkomen.
  • 4.4.6 Er is, waar verlaagde plafonds of ruimten onder het dak aanwezig zijn, adequate toegang tot deze ruimten aanwezig om inspectie op plaagdieren mogelijk te maken, tenzij deze volledig zijn afgesloten.
  • 4.4.7 Ramen en dakbeglazing die ontworpen zijn om ten behoeve van de ventilatie te worden geopend worden, indien er sprake is van risico voor de producten, op adequate wijze afgeschermd zodat het binnendringen van ongedierte wordt voorkomen.
  • 4.4.7 Ramen en dakvensters die ontworpen zijn voor ventilatie zijn, als er een risico is voor het product, zo ontworpen voor ventilatie en van adequate afscherming voorzien om te voorkomen dat plaagdieren binnendringen.
  • 4.4.8 Glazen ramen die een risico vormen voor het product zijn tegen breuk beschermd.
  • 4.4.9 De deuren worden in goede conditie gehouden.
  • 4.4.9 Buitendeuren en laadinrichtingen sluiten goed of zijn adequaat beschermd.
  • 4.4.9 Buitendeuren naar ruimten waar zich open product bevindt worden, tijdens de productieperiodes niet geopend, behalve in noodgevallen.
  • 4.4.9 Er worden passende voorzorgsmaatregelen genomen, indien externe deuren naar afgesloten productruimten worden geopend, om het binnendringen van plaagdieren te voorkomen.
  • 4.4.10 Er is geschikte en voldoende verlichting ten behoeve van een goede uitvoering van processen, productinspectie en effectieve reiniging.
  • 4.4.11 (Buis)lampen, ook die van elektrische insectenlampen, worden, indien ze een risico zijn voor het product, adequaat beschermd.
  • 4.4.11 Er zijn, indien volledige bescherming niet mogelijk is, alternatieve beheersmaatregelen zoals metaalgas of bewakingsprocedures aanwezig.
  • 4.4.12 In productopslag- en verwerkingsruimten wordt in voldoende ventilatie en luchtafvoer voorzien om condensvorming of overmatig stof te voorkomen.
  • 4.4.13 In high-risk-ruimten vindt voldoende luchtverversing met gefilterde lucht plaats.
  • 4.4.13 De toegepaste filterspecificatie en de luchtverversingsfrequentie wordt gedocumenteerd.
  • 4.4.13 De documentatie vindt plaats op basis van risicobeoordeling.
  • 4.4.13 Bij de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met de herkomst van de lucht en de vereiste om overdruk ten opzichte van de omliggende ruimte te behouden.

4.5 Nutsvoorzieningen – water, ijs, lucht en andere gassen

  • 4.5.1 Al het water dat gebruikt wordt als grondstof in/bij de bereiding van levensmiddelen, of voor de reiniging van apparatuur of fabriek is in voldoende hoeveelheden beschikbaar, is op het afleverpunt van drinkwaterkwaliteit, of levert geen contaminatiegevaar op, overeenkomstig de toepassing zijnde regelgeving.
  • 4.5.1 De microbiologische – en chemische waterkwaliteit wordt ten minste jaarlijks gecontroleerd.
  • 4.5.1 De bemonsteringspunten en de frequentie van de analyses zijn gebaseerd op risico’s, rekening houdend met de herkomst van het water, de opslag- en distributievoorzieningen op het bedrijf, de geschiedenis van de voorgaande bemonstering en het gebruik.
  • 4.5.2 Er is een up-to-date plattegrond van het waterdistributiesysteem op het bedrijfsterrein beschikbaar, inclusief, indien van toepassing, de opslagtanks, waterbehandeling en waterrecycling.
  • 4.5.2 De plattegrond wordt gebruikt als basis voor de waterbemonstering en het waterkwaliteitsbeheer.
  • 4.5.3 Ingeval de wetgeving die specifiek het gebruik van water dat niet geschikt is als drinkwater toestaat voor een eerste productreiniging (bijvoorbeeld voor de opslag/wassen van vis) voldoet dit water aan de voor deze activiteit toepasselijke wettelijke vereisten.
  • 4.5.4 Lucht, andere gassen en stoom die direct in contact komen met – of als ingrediënt worden gebruikt in – producten, worden bewaakt om te waarborgen dat deze geen contaminatierisico vormen.
  • 4.5.4 Perslucht die direct in contact met het product komt, wordt gefilterd.

4.6 Installaties/apparatuur

  • 4.6.1 Alle installaties en apparatuur worden van geschikte materialen gemaakt.
  • 4.6.1 Het ontwerp en de plaatsing van installaties en apparatuur zijn zodanig dat deze doeltreffend gereinigd en onderhouden kunnen worden.
  • 4.6.2 Installaties en apparatuur die in direct contact met de levensmiddelen komen, zijn geschikt voor contact met levensmiddelen en voldoen, waar van toepassing, aan de wettelijke vereisten.

4.7 Onderhoud

  • 4.7.1 Er is een gedocumenteerd rooster van gepland onderhoud of een systeem dat de conditie bewaakt dat de gehele fabriek en procesinstallaties en apparatuur omvat.
  • 4.7.1 De onderhoudsvereisten worden bij de aankoop van nieuwe installaties/apparatuur vastgesteld.
  • 4.7.2 Als er een risico voor productcontaminatie bestaat door vreemd voorwerpen ten gevolge van schade aan installaties/apparatuur dan vindt er naast een gepland onderhoudsprogramma, met vooraf vastgestelde tussenpozen een inspectie van de installatie en apparatuur plaats.
  • 4.7.2 De resultaten van de inspectie worden gedocumenteerd en, er wordt waar van toepassing, actie ondernomen.
  • 4.7.3 Reparaties die met een tijdelijk karakter zijn uitgevoerd, worden beheerst, om te garanderen dat de veiligheid of wettelijkheid van het product niet in gevaar komt.
  • 4.7.3 Dergelijke tijdelijke maatregelen worden zo snel als in de praktijk mogelijk is en binnen een vastgestelde tijd definitief gerepareerd.
  • 4.7.4 Het bedrijf zorgt ervoor dat de veiligheid en wettelijkheid van het product tijdens onderhouds- en daaropvolgende reinigingswerkzaamheden niet in gevaar komen.
  • 4.7.4 Onderhoudswerkzaamheden worden gevolgd door een gedocumenteerde vrijgaveprocedure, waarbij geregistreerd wordt dat contaminatiegevaren van de installaties en apparatuur zijn verwijderd.
  • 4.7.5 Materialen die bij onderhoud van installaties, apparatuur of fabriek gebruikt worden en een risico vormen door direct of indirect contact met grondstoffen, tussen- en eindproducten, zoals smeerolie, zijn food grade.
  • 4.7.6 Onderhoudswerkplaatsen worden schoon en op orde gehouden en worden beheerst om contaminatierisico’s voor het product te voorkomen (bijvoorbeeld gebruik van schoonloopmatten bij de in- en uitgangen van werkplaatsen).

4.8 Personeelsvoorzieningen

  • 4.8.1 Er zijn voor zowel werknemers, bezoekers als aanemers daarvoor bestemde kleedruimten aanwezig.
  • 4.8.1 De kleedruimtes zijn zodanig gesitueerd dat ze directe toegang bieden tot productie-, verpakkings- of opslagruimten, zonder daarvoor eerst naar buiten te moeten.
  • 4.8.1 Er vindt een risicobeoordeling plaats en er zijn dienovereenkomstig procedures geïmplementeerd wanneer het niet mogelijk is om via de kleedruimten directe toegang te verkrijgen tot productie-, verpakkings- of opslagruimten, zonder hiervoor eerst naar buiten te moeten (bijvoorbeeld reinigingsmogelijkheden voor schoeisel).
  • 4.8.2 Er wordt voor alle werknemers die werken in de ruimten voor grondstofbehandeling, voorbereiding, bewerking, verpakking en opslag opbergmogelijkheden van voldoende grootte voor de persoonlijke bezittingen ter beschikking gesteld.
  • 4.8.3 Buitenkleding en andere persoonlijke bezittingen worden in de kleedruimten gescheiden van de werkkleding opgeborgen.
  • 4.8.3 Er zijn voorzieningen beschikbaar om schone en vuile werkkleding te scheiden.
  • 4.8.4 Indien een bedrijf over een high-care-ruimte beschikt, dan komt het personeel via speciaal ontworpen omkleedruimten binnen waarbij zodanige voorzieningen zijn getroffen dat beschermende kleding niet wordt gecontamineerd voordat men de high-care ruimte binnenkomt.
  • 4.8.4 De omkleedruimte bevat duidelijke instructies voor de volgorde waarin het omkleden in daarvoor bestemde beschermende kleding plaatsvindt ter voorkomen van contaminatie van de schone kleding.
  • 4.8.4 Er wordt aan bezoekers speciaal schoeisel, en bij uitzondering schoeiselbedekking ter beschikking gesteld die uitsluitend wordt gedragen in de high-care-ruimte.
  • 4.8.4 Er wordt voorzien in een doeltreffend systeem om ruimten waarin high-care-schoeisel gedragen wordt van ruimten waar ander schoeisel wordt gedragen te scheiden (bijvoorbeeld een barrière of een scheiding door zitbanken), of er is een doeltreffende schoeiselreiniging bij de toegang tot de high-care-ruimte.
  • 4.8.4 Beschermende kleding is visueel te onderscheiden van kleding die in ruimten met een lager risico wordt gedragen, en wordt buiten de high-care-ruimte niet gedragen.
  • 4.8.4 Handen wassen tijdens de omkleedprocedure wordt ingesteld ter voorkoming van contaminatie van schone kleding.
  • 4.8.4 Bij toegang tot high-care-ruimten wordt in handen wassen en desinfectie voorzien.
  • 4.8.5 Indien een bedrijf over een high-risk-ruimte beschikt, komt het personeel binnen via een daarvoor speciaal bedoelde omkleedruimte bij de toegang tot de high-risk-ruimte.
  • 4.8.5 De omkleedruimte bevat duidelijke instructies voor de volgorde waarin het omkleden in daarvoor bestemde beschermende kleding plaatsvindt ter voorkoming van contaminatie van de schone kleding.
  • 4.8.5 Er wordt speciaal schoeisel ter beschikking gesteld voor het dragen in de high-risk-ruimte en er wordt voorzien in een doeltreffend systeem om ruimten waarin high-risk-schoeisel gedragen wordt van ruimten waar ander schoeisel wordt gedragen te scheiden, bijvoorbeeld door middel van een barrière of een scheiding door zitbanken.
  • 4.8.5 Beschermende kleding is visueel te onderscheiden van kleding die in andere ruimten wordt gedragen, en wordt buiten de high-risk-ruimte niet gedragen.
  • 4.8.5 Handen wassen tijdens de omkleedprocedure wordt ingesteld ter voorkoming van contaminatie van de schone kleding.
  • 4.8.5 Bij toegang tot high-risk-ruimten wordt voorzien in handenwasgelegenheid en desinfectie.
  • 4.8.6 Bij de toegang tot en op van toepassing zijnde punten in de productieruimten zijn toereikende en geschikte voorzieningen voor het handen wassen aangebracht.
  • 4.8.6 De handenwasgelegenheden zijn voorzien van voldoende water van geschikte temperatuur.
  • 4.8.6 De handenwasgelegenheden zijn voorzien van vloeibare zeep.
  • 4.8.6 De handenwasgelegenheden zijn voorzien van handdoeken voor eenmalig gebruik of geschikt ontworpen en gesitueerde luchtdrogers.
  • 4.8.6 De handenwasgelegenheden zijn voorzien van waterkranen met handsfree bediening.
  • 4.8.6 De handenwasgelegenheden zijn voorzien van adviesborden die aansporen tot handen wassen.
  • 4.8.7 Toiletten zijn adequaat gescheiden van productie-, verpakkings-, en opslagruimten en gaan daar niet direct naartoe open.
  • 4.8.7 De toiletten zijn voorzien van een handenwasgelegenheid met wasbakken met zeep en water van geschikte temperatuur.
  • 4.8.7 De toiletten zijn voorzien van een handenwasgelegenheid met adequate voorzieningen om de handen te drogen.
  • 4.8.7 De toiletten zijn voorzien van een handenwasgelegenheid met attentieborden die tot handen wassen oproepen (daarbij rekening houdend met van toepassing zijnde taal)
  • 4.8.7 Indien handen wassen in de toiletruimte de enige voorziening is alvorens weer naar de productie te gaan, zijn er borden om mensen naar de handenwasfaciliteiten te leiden voordat men de productieruimte betreedt (volgens de eisen van 4.8.6).
  • 4.8.8 Er zijn, indien roken onder de nationale wetgeving is toegestaan, daarvoor bestemde afgesloten rookruimten apart van de productieruimten, zodanig dat de rook het product zeker niet kan bereiken.
  • 4.8.8 De rookruimte is voorzien van voldoende luchtafvoer naar de buitenzijde van het gebouw.
  • 4.8.8 Er zijn, zowel binnen het gebouw als buiten, adequate voorzieningen voor het door rokers geproduceerde afval in de rookgelegenheden.
  • 4.8.9 Alle etenswaren die door personeel meegebracht wordt naar productielocaties worden schoon en hygiënisch opgeborgen.
  • 4.8.9 Etenswaren worden niet meegenomen naar bewerkings- of opslagruimten.
  • 4.8.9 Indien de consumptie van voedsel buiten is toegestaan gedurende pauzes, dan vindt dit plaats in daarvoor geschikte aangewezen gebieden met adequate afvalbeheersing.
  • 4.8.10 De aangeboden cateringfaciliteiten op het bedrijfsterrein worden afdoende beheerst om verontreiniging van het product te voorkomen (bijvoorbeeld als bron van voedselvergiftiging of het binnen het bedrijf brengen van allergeen materiaal.

4.9.1 Chemische controle

  • 4.9.1.1 Er zijn processen in werking voor beheersing van het gebruik, opslag en omgang met non-food chemicaliën, ter voorkoming van chemische contaminatie.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten een goedgekeurde lijst van chemicaliën die mogen worden aangekocht.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten de beschikbaarheid van veiligheidsbladen en specificaties.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten een bevestiging van geschiktheid voor gebruik in een omgeving waarin voedsel wordt bewerkt.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten het vermijden van sterk geurende producten.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten ten allen tijde de etikettering en/of identificatie van chemicaliëncontainers.
  • 4.9.1.1 De processen bevatten gescheiden en veilige opslag met beperkte toegang voor bevoegd personeel.
  • 4.9.1.1 De processen zijn slechts te gebruiken door getraind personeel.
  • 4.9.1.2 Er zijn, indien sterk geurende of smettende producten moeten worden gebruikt, bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden, procedures van kracht om het risico van productcontaminatie te vermijden.

4.9.2 Beheersing van materiaal

  • 4.9.2.1 Er is een gedocumenteerd beleid met betrekking tot het gebruik van metalen scherpe voorwerpen inclusief messen, messen van apparatuur, naalden en metalen draden/kabels.
  • 4.9.2.1 Het beleid omvat ook registratie van inspectie voor beschadigingen en onderzoek naar verloren voorwerpen.
  • 4.9.2.1 Afbreekmessen worden niet gebruikt.
  • 4.9.2.2 De aankoop van ingrediënten en verpakkingen die nietjes of andere gevaren van vreemde voorwerpen in zich bergen als onderdeel van het verpakkingsmateriaal worden vermeden.
  • 4.9.2.2 Nietjes en paperclips worden niet in open product ruimten gebruikt.
  • 4.9.2.2 Waar nietjes of andere voorwerpen als verpakkingsmaterialen of sluitingen worden gebruikten, zijn geschikte voorzorgsmaatregelen van kracht om het risico op productcontaminatie te minimaliseren.

4.9.3 Glas, breekbaar plastic, keramische producten, soortgelijke materiaal

  • 4.9.3.1 Glas of andere breekbare materialen worden uitgesloten of beschermd tegen breken in ruimten waar open producten worden behandeld of waar er risico op productcontaminatie is.
  • 4.9.3.2 Gedocumenteerde procedures voor het omgaan met glas en andere breekbare materialen zijn aanwezig en geïmplementeerd om zeker te stellen dat de noodzakelijke voorzorgsmaterialen zijn genomen.
  • 4.9.3.2 De procedures bevatten een objectenlijst met details waar het zich bevindt, aantal, soort en status.
  • 4.9.3.2 De procedures bevatten registraties van controles van de status van de objecten waarvan de gespecificeerde frequentie gebaseerd is op het risiconiveau van het product.
  • 4.9.3.2 De procedures omvatten details van reiniging of vervanging van objecten om potentiële contaminatie te minimaliseren.
  • 4.9.3.3 Gedocumenteerde procedures met bijzonderheden over de te nemen acties in geval van het breken van glas of andere breekbare voorwerpen, zijn geïmplementeerd.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het in quarantaine plaatsen van de producten en de productieruimte die mogelijk betroffen zijn.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het schoonmaken van de productieruimte.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten de inspectie van de productieruimte en autorisatie om de productie voort te zetten.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het wisselen van beschermende kleding en inspectie van schoeisel.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten het aanwijzen van personeel met bevoegdheid bovenstaande uit te voeren.
  • 4.9.3.3 De procedures omvatten de registratie van het breukincident.

4.9.3.4 Producten die in glas of andere breekbare materialen worden verpakt

  • 4.9.3.4.1 De opslag van breekbare verpakkingen is gescheiden van de opslag van grondstoffen, het product of andere verpakkingen.
  • 4.9.3.4.2 Er zijn systemen uitgevoerd om breuk van de verpakking tussen het schoonmaak/inspectiepunt en het sluiten van de verpakking af te handelen.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die de verwijdering en het ontdoen van producten die in de nabijheid van de breuk risico hebben gelopen waarborgen. Dit kan specifiek zijn voor verschillende installaties/apparatuur of ruimten binnen de productielijn.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die de doeltreffende reiniging van de lijn of de installatie/apparatuur die door fragmenten van de verpakking gecontamineerd kan zijn, waarborgen. De reiniging mag niet de verdere verspreiding van fragmenten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld door het gebruik van hogedruk water- of luchtspuiten.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die het gebruik van daartoe bestemde, duidelijk identificeerbare reinigingsmaterialen (bijvoorbeeld met kleurencode) voor de verwijdering van verpakkingsbreuken waarborgen. Dergelijke materialen worden afzonderlijk van andere reinigingsmateriaal opgeslagen.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die het gebruik van daartoe bestemde, toegankelijke afvalcontainers met een deksel, voor de inzameling van beschadigde verpakkingen en fragmenten waarborgen.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die waarborgen dat een gedocumenteerde inspectie van de productie-installaties na het opruimen van een breuk uitgevoerd wordt om zeker te stellen dat door het opruimen doeltreffend het risico van verdere contaminatie is opgeheven..
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die waarborgen dat er na het reinigen voor het opnieuw starten van de productie toestemming wordt verleend.
  • 4.9.3.4.2 De systemen omvatten gedocumenteerde instructies die waarborgen dat de ruimte rond de lijn wordt vrijgehouden van gebroken glas.
  • 4.9.3.4.3 Registratie worden van alle breuken van verpakkingen die zich in de lijn voordoen bijgehouden.
  • 4.9.3.4.3 Er wordt ook geregistreerd wanneer zich tijdens de productieperiode geen breuken hebben voorgedaan.
  • 4.9.3.4.3 De registratie wordt beoordeeld om trends en mogelijke verbeteringen in de lijn of de verpakkingen vast te stellen.

4.9.4 Hout

  • 4.9.4.1 Hout wordt niet gebruikt in ruimten met open product tenzij dit een vereiste voor het proces is (bijvoorbeeld het op hout rijpen van producten).
  • 4.9.4.1 Waar het gebruik van hout niet kan worden vermeden, wordt de staat van het hout voortdurend bewaakt om te waarborgen dat het in goede conditie verkeert en vrij is van schade of splinters waardoor productcontaminatie kan worden veroorzaakt.

4.10.1 Detectie van vreemde voorwerpen en verwijderingsinstallaties

  • 4.10.1.1 Een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie wordt over elk productieproces uitgevoerd om het mogelijk gebruik te identificeren van installatie om contaminatie door vreemde voorwerpen te detecteren of te verwijderen.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor de filters.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor de filters.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor metaaldetectie.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor magneten.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor de optische sorteerinstallaties.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor het detectie apparatuur met röntgenstraling.
  • 4.10.1.1 Er wordt een gedocumenteerde beoordeling, in samenhang met de HACCP-studie uitgevoerd voor andere fysieke scheidingsinstallaties bijvoorbeeld scheiding door zwaartekracht of wervelbedtechnologie.
  • 4.10.1.2 Het type, de plaats en de gevoeligheid van de detectie en/of de verwijderingsmethode wordt als onderdeel van het gedocumenteerde systeem van het bedrijf gespecificeerd.
  • 4.10.1.2 De Best Practice, met betrekking tot de aard van het ingrediënt, het materiaal, het product en/of het verpakte product wordt toegepast.
  • 4.10.1.2 De plaatsing van de installatie en alle andere factoren die invloed hebben op de gevoeligheid van de installatie worden gevalideerd en onderbouwd.
  • 4.10.1.3 Het bedrijf waarborgt dat de testfrequentie van de detectie van vreemde voorwerpen en/of de verwijderingsinstallaties wordt bepaald.
  • 4.10.1.3 Bij het waarborgen houdt het bedrijf rekening met specifieke eisen van de klant.
  • 4.10.1.3 Bij het waarborgen houdt het bedrijf rekening met de mogelijkheid die het bedrijf heeft om aangetaste materialen te identificeren, te blokkeren en de vrijgave ervan te voorkomen indien de installaties niet naar behoren hebben gewerkt.
  • 4.10.1.4 Indien vreemde voorwerpen door de apparatuur worden gedetecteerd of verwijder, wordt er onderzoek verricht naar de bron van het onvoorziene materiaal.
  • 4.10.1.4 Informatie over afgekeurde materialen worden gebruikt om trends vast te stellen en om zo mogelijk preventieve maatregelen te nemen ter reductie van het voorkomen van contaminatie door vreemd materiaal.

4.10.2 Filters en zeven

  • 4.10.2.1 Filters en zeven die gebruikt worden voor het beheersen van op vreemde voorwerpen hebben een bepaalde maaswijdte of dikte en zijn ontwerpen om de maximale praktische bescherming van het product te bieden.
  • 4.10.2.1 Materiaal dat door het systeem wordt vastgehouden of verwijderd, wordt onderzocht om contaminatierisico’s te identificeren.
  • 4.10.2.2 Filters en zeven worden regelmatig geïnspecteerd of getest op beschadiging met een gedocumenteerde frequentie op basis van het risico.
  • 4.10.2.2 Van de controles worden registraties bijgehouden.
  • 4.10.2.2 Indien defecte filters of zeven worden ontdekt, wordt dit geregistreerd en wordt de mogelijke productcontaminatie onderzocht en worden passend maatregelen getroffen.

4.10.3 Metaaldetectors en röntgenapparatuur

  • 4.10.3.1 Metaaldetectoren worden gebruikt tenzij uit een risicobeoordeling blijkt dat hierdoor de bescherming van de eindproducten tegen contaminatie met metaal niet verbetert.
  • 4.10.3.1 Indien er geen metaaldetectoren worden gebruikt, wordt de reden hiervan gedocumenteerd.
  • 4.10.3.1 Het ontbreken van metaaldetectie wordt alleen gebaseerd op het gebruik van een alternatieve meer doeltreffende beschermingsmethode (bijvoorbeeld het gebruik van röntgenapparatuur, fijne zeven of filtering van de producten)
  • 4.10.3.2 Indien metaaldetectoren of röntgenapparatuur worden gebruikt, worden deze geplaatst in de laatste praktisch mogelijke stap in de processtroom en, waar mogelijk, na het verpakken van het product.
  • 4.10.3.3 De metaaldetector omvat één van de volgende zaken: een automatisch uitwerpsysteem, voor continue in-line systemen, dat óf het gecontamineerde product uit de productstroom leidt, óf naar een beveiligde unit die slechts door bevoegd personeel toegankelijk is, een bandstopsysteem met een alarm indien het product niet automatisch kan worden uitgeworpen, in-line detectoren die de plaats van de verontreiniging aanduiden.
  • 4.10.3.4 Het bedrijf stelt gedocumenteerde procedures en implementeert deze voor het bedienen en testen van de metaal- of röntgenapparatuur.
  • 4.10.3.4 De procedure omvat de verantwoordelijkheden voor het testen van de apparatuur.
  • 4.10.3.4 De procedure omvat de operationele effectiviteit en de gevoeligheid van de apparatuur en enige afwijking daarvan voor specifieke producten.
  • 4.10.3.4 De procedure omvat de methoden en frequentie waarmee de detector gecontroleerd wordt.
  • 4.10.3.4 De procedure omvat de registratie van de controleresultaten.
  • 4.10.3.5 De controleprocedures voor metaaldetectoren zijn gebaseerd op Best Practice.
  • 4.10.3.5 De controleprocedures omvatten het gebruik van proefmonsters met daarin een metalen bol waarvan de diameter bekend is. Op de proefmonsters wordt de grootte en het type testmateriaal aangegeven worden.
  • 4.10.3.5 De controleprocedures omvatten tests uitgevoerd met verschillende proefmonsters met ferrometaal, roestvrij staal en typisch non-ferro metaal, tenzij het product zich in een verpakking met aluminiumfolie bevindt.
  • 4.10.3.5 De controleprocedures omvatten een test om te bepalen of zowel de detectie als het uitwerpsysteem onder normale bedrijfsomstandigheden doeltreffend werkt.
  • 4.10.3.5 De controleprocedures omvatten tests die de geheugen/reset-functie van de metaaldetector controleren door opeenvolgende proefmonsters door de unit te laten gaan.
  • 4.10.3.5 Indien metaaldetectoren zijn opgenomen in lopende bandsystemen wordt het proefmonster zo dicht mogelijk bij het centrum van de opening van de metaaldetector getransporteerd. De test wordt uitgevoerd door het inbrengen van het proefmonster binnen een duidelijk geïdentificeerde testverpakking van het voedsel dat tijdens uitvoering van de test wordt vervaardigd.
  • 4.10.3.5 Bij gebruik van inline metaaldetectors wordt het proefmonster zo mogelijk in de productstroom geplaatst.
  • 4.10.3.6 De organisatie stelt procedures vast en implementeert deze voor corrigerende maatregelen en rapportage in het geval dat tijdens de testprocedure een afwijking aan de detector van productvreemd materiaal wordt geconstateerd.
  • 4.10.3.6 De maatregel omvat een combinatie van separeren, in quarantaine zetten en her-inspectie van alle producten die geproduceerd werden sinds de laatste succescolle test.

4.10.4 Magneten

  • 4.10.4.1 Het type, de plaatsing en de sterkte van de magneten worden volledig gedocumenteerd.
  • 4.10.4.1 Er zijn gedocumenteerde procedures voor de inspectie, de reiniging, het testen van de sterkte en integriteitscontroles.
  • 4.10.4.1 Van alle controles worden registraties bijgehouden.

4.10.5 Optische sorteerinstallaties

  • 4.10.5.1 Elke unit wordt gecontroleerd volgens de instructies en aanbevelingen van de fabrikant.
  • 4.10.5.1 Controles worden gedocumenteerd.

4.10.6 Reinheid van verpakkingen – glazen potten, blikken en overigen

  • 4.10.6.1 Op basis van een risicobeoordeling worden procedures ingevoerd om contaminatie door vreemde voorwerpen afkomstig van de verpakkingen (zoals potten, blikken en andere voorgevormde rigide verpakkingen.
  • 4.10.6.1 Dit omvat het gebruik van overdekte transportbanden, het omkeren van verpakking en verwijdering van vreemde voorwerpen door spoelen of uitblazen.
  • 4.10.6.2 De doeltreffendheid van de reinigingsapparatuur voor verpakkingen wordt tijdens elke productie gecontroleerd en geregistreerd.
  • 4.10.6.2 Indien het systeem een uitwerpsysteem voor vuile of beschadigde verpakkingen omvat, houd de controle in dat een test van zowel de detectie als een effectieve uitwerping van de testverpakking wordt gedaan.

4.11 Orde, netheid en hygiëne

  • 4.11.1 Er zijn gedocumenteerde reinigingsschema’s voor het gebouw, de fabriek en alle installaties/apparatuur en deze worden bijgehouden.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de verantwoordelijkheid voor reiniging.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten het object/gebied dat gereinigd moet worden.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de frequentie van reiniging.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de reinigingsmethode, waaronder zo nodig de demontage van de apparatuur vanwege de reiniging.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de schoonmaakchemicaliën en concentraties.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de te gebruiken schoonmaakmaterialen.
  • 4.11.1 De reinigingsprocedures omvatten de schoonmaakregistraties en verantwoordelijkheid voor de verificatie.
  • 4.11.1 De frequentie en de methode van reiniging zijn gebaseerd op risico.
  • 4.11.1 De procedures worden geïmplementeerd om zeker te stellen dat passende normen voor schoonmaken worden bereikt.
  • 4.11.2 De grenswaarden voor aanvaardbare en onaanvaardbare reinigingsresultaten worden vastgelegd, op basis van mogelijke gevaren (bijvoorbeeld microbiologisch-, allergeen-, of contaminatie door vreemde voorwerpen.
  • 4.11.2 Een aanvaardbaar reinigingsniveau, wordt, afhankelijk van de situatie, gedefinieerd op basis van visuele indruk, door ATP bioluminescentietechnieken, microbiologische testen of chemische testen.
  • 4.11.2 De reinigings– en desinfectieprocedures en de frequentie worden gevalideerd en registraties worden bijgehouden.
  • 4.11.3 Middelen voor het uitvoeren van reiniging zijn beschikbaar.
  • 4.11.3 Indien het voor het uitvoeren van de reiniging noodzakelijk is om installaties te demonteren of om grote installaties te betreden, wordt dit naar behoren ingeroosterd en zo nodig voor niet productieve perioden gepland.
  • 4.11.3 Reinigingspersoneel is adequaat getraind of er wordt technische ondersteuning gegeven indien voor de reiniging toegang binnen de installatie vereist is.
  • 4.11.4 De reinheid van installaties/apparatuur wordt gecontroleerd voordat deze weer voor volledige productie wordt vrijgegeven.
  • 4.11.4 De resultaten van de reinigingscontroles, waaronder visuele, analytische en microbiologische controles, worden geregistreerd en gebruikt om trends in de reinigingsresultaten vast te stellen en zo nodig verbeteringen te initiëren.
  • 4.11.5 Schoonmaakuitrusting is geschikt voor het doel.
  • 4.11.5 Schoonmaakuitrusting is passend gekenmerkt voor het bedoelde gebruik bijvoorbeeld door kleurcodes of etiketten.
  • 4.11.5 Schoonmaakuitrusting wordt op hygiënische wijze gereinigd en opgeslagen om contaminatie te voorkomen.
  • 4.11.5 Uitrusting die voor schoonmaken in high-care en high-risk-ruimten wordt gebruikt, is alleen voor gebruik in die ruimten bestemd.

4.11.6 Cleaning in place (CIP)

  • 4.11.6.1 Indien Cleaning-in-place (CIP)-faciliteiten worden gebruikt, worden deze zodanig bewaakt en onderhouden dat hun effectieve werking gewaarborgd is.
  • 4.11.6.2 Er is een plattegrond van het CIP-systeem beschikbaar.
  • 4.11.6.2 Er is een inspectierapport of andere verificatie dat aantoont dat systemen hygiënisch zijn ontworpen, zonder dode zones, met beperkte onderbrekingen in het verloop van de stromen en met een goede systeemdrainage.
  • 4.11.6.2 Er is een inspectierapport of andere verificatie dat aantoont dat pompen worden gebruikt om te kunnen garanderen dat er geen opeenhoping van schoonmaakvloeistoffen in de vaten ontstaat.
  • 4.11.6.2 Er is een inspectierapport of andere verificatie dat aantoont dat de vaten van sproeibollen effectief gereinigd worden, doordat zij volledige dekking van het oppervlak bieden en periodiek op verstoppingen worden gecontroleerd. Roterende sproei-inrichtingen hebben een vastgestelde bedrijfstijd.
  • 4.11.6.2 Er is een inspectierapport of andere verificatie dat aantoont dat de CIP-installaties beschikken over een adequate scheiding van de actieve productlijnen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van afsluiters met dubbele afdichtingskleppen, handmatig te regelen koppelingen of scheidingsbuizen.
  • 4.11.6.2 Het systeem wordt na wijzigingen of toevoegingen aan de CIP-installatie opnieuw gevalideerd.
  • 4.11.6.2 Er wordt een wijzigingslog van het CIP systeem bijgehouden.
  • 4.11.6.3 De CIP-installates worden zodanig gebruikt dat een effectieve reiniging wordt uitgevoerd.
  • 4.11.6.3 De procesparameters, tijd, concentratie van het reinigingsmiddel, debiet en temperaturen worden zodanig bepaald dat de verwijdering van het desbetreffende gevaar zoals grond, allergenen, vegetatieve micro-organismen en sporen gewaarborgd is.
  • 4.11.6.3 Het bepalen van de procesparameters, tijd, concentratie van het reinigingsmiddel, debiet en temperaturen worden gevalideerd en registraties van de validatie worden bijgehouden.
  • 4.11.6.3 Concentraties van reinigingsmiddelen worden routinematig gecontroleerd.
  • 4.11.6.3 Procesverificatie wordt uitgevoerd door analyse van het spoelwater en/of het eerste product dat door de lijn komt waarbij de aanwezigheid van schoonmaakmiddelen wordt beoordeeld of door tests van ATP (bioluminescentie technieken) allergenen of micro-organismen.
  • 4.11.6.3 Tanks met schoonmaakmiddelen worden op peil gehouden en in een log genoteerd wanneer deze worden gevuld en geleegd.
  • 4.11.6.3 Herwonnen oplossingen van voorspoelmiddelen worden gecontroleerd op een stijging van restanten uit de tanks met schoonmaakmiddelen.
  • 4.11.6.3 Indien filters zijn aangebracht worden deze op een gedefinieerde frequentie gereinigd en geïnspecteerd.

4.12 Afval/afvalverwijdering

  • 4.12.1 Als een vergunningensysteem geldt voor categorieën afval, dan wordt dat door erkende aannemers afgevoerd, worden registraties van de verwijdering bijgehouden en zijn deze voor beoordeling beschikbaar.
  • 4.12.2 Levensmiddelen die bestemd zijn voor dierenvoeding worden gescheiden van afval en overeenkomstig relevant wettelijke vereisten worden beheerd.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen worden beheerd om risico’s te minimaliseren.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen zijn duidelijk geïdentificeerd.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen zijn ontworpen om gemakkelijk te gebruiken en effectief te reinigen.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen worden goed onderhouden zodat reiniging, en indien nodig, desinfectie mogelijk is.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen worden met geschikte frequentie leeg gemaakt.
  • 4.12.3 Afvalcontainers buiten en ruimten met afvalvoorzieningen zijn afgedekt c.q. de deuren worden gesloten gehouden.
  • 4.12.4 Indien onveilige producten of afwijkende producten met een handelsmerk naar een derde partij gebracht worden voor destructie of verwijdering dan is deze derde partij een bedrijf dat gespecialiseerd is in beveiligde product- of afvalverwijdering en geeft ze registraties af die de hoeveelheid opgehaald afval voor destructie of verwijdering omvatten.

4.13 Ongediertebestrijding

  • 4.13.1 Het bedrijf huurt de diensten van een competent bedrijf in, of heeft zelf passend getraind personeel, voor de regelmatige inspectie en behandeling van de vestiging om plaagdieren te weren en te bestrijden.
  • 4.13.1 De inspectiefrequentie vindt plaats op basis van een risicobeoordeling en wordt gedocumenteerd.
  • 4.13.1 Indien de diensten van een professionele plaagdierbestrijder zijn ingehuurd, dan is het servicecontract duidelijk vastgesteld en een weerspiegeling van de activiteiten van de vestiging.
  • 4.13.2 Er wordt duidelijk aangetoond dat, indien een bedrijf zijn eigen plaagdierbeheersing uitvoert, de activiteiten voor plaagdierbeheersing worden uitgevoerd door getraind en bevoegd personeel met voldoende kennis voor de selectie van de correcte chemische middelen voor plaagdierbeheersing, weringsmethodes en met begrip van de gebruiksbeperkingen in relatie tot de biologie van de plaagdieren die voor de vestiging relevant zijn.
  • 4.13.2 Er wordt duidelijk aangetoond dat, indien een bedrijf zijn eigen plaagdierbeheersing uitvoert, er afdoende middelen ter beschikking staan om op alle mogelijke plaagdierproblemen te reageren.
  • 4.13.2 Er wordt duidelijk aangetoond dat, indien een bedrijf zijn eigen plaagdierbeheersing uitvoert, er zo nodig snelle toegang tot gespecialiseerde technische kennis beschikbaar is.
  • 4.13.2 Er wordt duidelijk aangetoond dat, indien een bedrijf zijn eigen plaagdierbeheersing uitvoert, men over kennis beschikt van de wetgeving op het gebied van plaagdierbeheersing.
  • 4.13.2 Er wordt duidelijk aangetoond dat, indien een bedrijf zijn eigen plaagdierbeheersing uitvoert, er speciaal daartoe bestemde afgesloten faciliteiten voor de opslag van plaagdierbestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
  • 4.13.3 Documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing worden bijgehouden.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten een actuele plattegrond van de gehele vestiging met daarop de genummerde locaties waar middelen voor plaagdierbeheersing zich bevinden.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten een identificatie van lokaas en/of bewakingsmiddelen op de vestiging.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten duidelijk vastgelegde verantwoordelijkheden van het management van de vestiging en die van de plaagdierbestrijder.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten details van de producten voor plaagdierbeheersing, inclusief instructies voor een doeltreffend gebruik en de te nemen maatregelen in noodgevallen.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten waargenomen activiteiten van plaagdieren.
  • 4.13.3 De documentatie en registraties van de plaagdierbeheersing omvatten gegevens over de genomen maatregelen voor plaagdierbeheersing.
  • 4.13.4 Lokaasstations zijn stevig, hebben een niet gemakkelijk te openen constructie, zijn op zijn plaats vastgemaakt en zijn zo gesitueerd dat contaminatie van product wordt voorkomen.
  • 4.13.4 Ontbrekende lokaasstations worden geregistreerd, beoordeeld en onderzocht.
  • 4.13.4 Toxisch lokaas tegen knaagdieren wordt in productieruimten of in ruimten waar open product aanwezig is niet toegepast, behalve ter bestrijding van een actieve plaag.
  • 4.13.5 Vliegenvangers en/of feromoonvallen zijn correct geplaatst en functioneren.
  • 4.13.5 Als er een gevaar is dat insecten vanuit een vernietigingsapparaat op product terechtkomen en het contamineren, dan worden alternatieve systemen en apparatuur gebruikt.
  • 4.13.6 In geval van een plaag of als er bewijs is van plaagdieractiviteit, wordt onmiddellijk actie ondernomen om het gevaar te elimineren.
  • 4.13.6 Potentieel aangetast product wordt onderworpen aan de procedure voor beheersing van afwijkende producten.
  • 4.13.7 Registraties van plaagdierinspecties, plaagdierwering- en hygiëneaanbevelingen en genomen acties worden bijgehouden.
  • 4.13.7 Het bedrijf zorgt ervoor dat alle relevante aanbevelingen, gedaan door de plaagdierbestrijder of de eigen specialist, tijdig worden uitgevoerd.
  • 4.13.8 Een diepgaand gedocumenteerd onderzoek ter beoordeling van de uitgevoerde maatregelen voor de plaagdierbestrijding wordt, op basis van risico bepaalde frequentie, maar gewoonlijk per kwartaal, door een plaagdierbeheersingsdeskundige uitgevoerd.
  • 4.13.8 De timing van het onderzoek is zodanig dat toegang tot de te inspecteren apparatuur mogelijk is, indien het risico bestaat dat opgeslagen producten door een insectenplaag worden getroffen.
  • 4.13.9 De resultaten van plaagdierinspecties worden regelmatig, maar minimaal in geval van een plaag of jaarlijks, beoordeeld en geanalyseerd op trends.
  • 4.13.9 In de beoordeling en analyse van de resultaten van plaagdierinspecties is een vangstanalyse van de middelen die plaagdieren invangen om probleemgebieden vast te stellen opgenomen.
  • 4.13.9 De analyse wordt gebruikt als basis ter verbetering van de plaagdierbeheersingsprocedures.

4.14 Opslagfaciliteiten

  • 4.14.1 Gedocumenteerde procedures voor de handhaving van productveiligheid en kwaliteit en tijdens opslag zijn ontwikkeld op basis van risicobeoordeling, worden begrepen door relevant personeel en zijn dienovereenkomstig geïmplementeerd.
  • 4.14.1 De gedocumenteerde procedures voor de handhaving van productveiligheid en kwaliteit en tijdens de opslag omvatten het beheer van transport van gekoeld en bevroren product tussen ruimten waarin de temperatuur beheerst wordt.
  • 4.14.1 De gedocumenteerde procedures voor de handhaving van productveiligheid en kwaliteit en tijdens de opslag omvatten zo nodig een scheiding van producten om kruiscontaminatie (fysische, microbiologische of allergenen) of opname van geur te vermijden.
  • 4.14.1 De gedocumenteerde procedures voor de handhaving van productveiligheid en kwaliteit en tijdens de opslag omvatten het vrij van vloeren en de muren opslaan van materialen.
  • 4.14.1 De gedocumenteerde procedures voor de handhaving van productveiligheid en kwaliteit en tijdens de opslag omvatten specifieke hanterings- of stapelingsvereisten om beschadiging van het product te voorkomen.
  • 4.14.2 Als temperatuurbeheersing vereist is, is de opslagruimte in staat om de temperatuur van het product binnen de specificatie te houden.
  • 4.14.2 De ruimte wordt zodanig beheerd dat gespecificeerde temperaturen worden gehandhaafd.
  • 4.14.2 Registratieapparatuur voor temperatuur met geschikte temperatuuralarmen zijn in alle opslagruimten geïnstalleerd, of er is een systeem van geregistreerde handmatige temperatuurcontroles, gewoonlijk ten minste om de vier uur of met een frequentie die interventie mogelijk maakt voordat de producttemperaturen de voor de veiligheid, wettelijkheid of kwaliteit van de producten vastgestelde grenzen overschrijden.
  • 4.14.3 Indien opslag in een beschermde atmosfeer vereist is, worden de opslagomstandigheden gespecificeerd en doeltreffend beheerd.
  • 4.14.3 Registraties van de opslagomstandigheden worden bijgehouden.
  • 4.14.4 Wanneer buitenopslag noodzakelijk is, worden de goederen tegen contaminatie en kwaliteitsverlies beschermd.
  • 4.14.5 Ontvangstdocumenten en/of productindentificatie vergemakkelijken een correct voorraadbeheer van grondstoffen, tussenproducten en eindproducten in opslag en garanderen dat materialen in de juiste volgorde worden gebruikt en dat materialen in de juiste volgorde worden gebruikt in relatie tot de productiedatum en de voorgeschreven houdbaarheid.

4.15 Verzending en transport

  • 4.15.1 Gedocumenteerde procedures, voor de handhaving van productveiligheid en de kwaliteit tijdens verlading en transport, zijn ontwikkeld en geïmplementeerd.
  • 4.15.1 De procedures omvatten de temperatuurbeheersing in laadplatforms.
  • 4.15.1 De procedures omvatten het gebruik van overdekte plaatsen waar voertuigen laden of lossen.
  • 4.15.1 De procedures omvatten het vastmaken van pallets om beweging tijdens het vervoer te voorkomen.
  • 4.15.1De procedures omvatten de vrachtinspectie voorafgaand aan verzending.
  • 4.15.2 De traceerbaarheid tijdens de transport is gegarandeerd.
  • 4.15.2 Er zijn duidelijke registraties van verzending en ontvangst van goederen en materialen die laten zien dat er voldoende controles uitgevoerd zijn tijdens de verplaatsingen van goederen.
  • 4.15.3 Alle voertuigen of containers die voor de verzending van producten worden gebruikt, worden – voorafgaand aan het laden – geïnspecteerd om te waarborgen dat deze geschikt voor gebruik zijn.
  • 4.15.3 Bij de inspectie wordt zeker gesteld dat de voertuigen en containers zich in een voldoende schone staat bevinden.
  • 4.15.3 Bij de inspectie wordt zeker gesteld dat de voertuigen en containers vrij zijn van sterke geuren die op de producten kunnen overgaan.
  • 4.15.3 Bij de inspectie wordt zeker gesteld dat de voertuigen en containers naar behoren zijn onderhouden ter voorkoming van productschade tijdens het vervoer.
  • 4.15.3 Bij de inspectie wordt zeker gesteld dat de voertuigen en containers zodanig zijn uitgerust dat de temperatuurvereisten kunnen worden gehandhaafd.
  • 4.15.4 Als temperatuurbeheersing vereist is, kan het transport de temperatuur van het product bij de minimale en maximale belading binnen de specificatie houden.
  • 4.15.4n Temperatuur registratie systemen (dataloggers) die kunnen worden uitgelezen om tijd/temperatuurcondities te verifiëren of een systeem dat met vooraf ingestelde frequenties de juiste werking van koelapparatuur verifieert en registreert, worden gebruikt.
  • 4.15.5 Onderhoudssystemen en gedocumenteerde reinigingsprocedures worden opgevolgd voor alle voor laden en lossen gebruikte transportmiddelen en apparatuur (bijvoorbeeld slangen van silo’s).
  • 4.15.5 Er is een registratie van alle genomen maatregelen.
  • 4.15.6 Het bedrijf beschikt over gedocumenteerde procedures voor het transport van producten.
  • 4.15.6 De procedures voor het transport van producten omvat beperkingen aan het gebruik van gemengde ladingen.
  • 4.15.6 De procedures voor het transport van producten omvat vereisten voor de veiligheid van producten tijdens het transport, in het bijzonder als voertuigen zonder toezicht geparkeerd zijn.
  • 4.15.6 De procedures voor het transport van producten omvat duidelijke instructies in geval van pech met het transportmiddel, een ongeluk of falende koelsystemen waarbij zeker wordt gesteld dat de veiligheid van de producten wordt beoordeeld en registraties worden bijgehouden.
  • 4.15.7 Indien het bedrijf gebruik maakt van uitbesteding aan derden, dan zijn alle eisen in deze sectie duidelijk vastgelegd in het contract en wordt er geverifieerd of het gecontracteerde bedrijf gecertificeerd is tegen de Wereldstandaard voor Opslag en Distributie of vergelijkbare internationaal erkende standaard.

5.1 Productontwerp/productontwikkeling

  • 5.1.1 Het bedrijf voorziet in duidelijke richtlijnen voor beperkingen van de scope van nieuwe productontwikkelingen om de introductie van gevaren te beheersen die mogelijk onaanvaardbaar zijn voor het bedrijf of de klanten (bijvoorbeeld de introductie van allergenen, glazen verpakkingen of microbiologische risico’s).
  • 5.1.2 Alle nieuwe producten en wijzigingen in de productformulering, de verpakking of bewerkingsmethoden worden formeel goedgekeurd door de teamleider van het HACCP-team of een bevoegd lid van de HACCP-commissie.
  • 5.1.2 Het goedkeuren waarborgt dat de gevaren beoordeeld zijn en passende beheersmaatregelen, vastgesteld via het HACCP-systeem, geïmplementeerd worden.
  • 5.1.2 Deze goedkeuring wordt verleend voordat de producten in de fabrieksomgeving worden geïntroduceerd.
  • 5.1.3 Proefproducties met het gebruik van productie-installaties worden indien noodzakelijk uitgevoerd om de productformulering te valideren en of de bewerkingsprocessen in staat zijn tot de productie van een veilige product van de vereiste kwaliteit.
  • 5.1.4 Er worden houdbaarheidstesten uitgevoerd waarbij gebruik gemaakt wordt van gedocumenteerde protocollen die een afspiegeling vormen van de ervaren omstandigheden tijdens opslag en behandeling.
  • 5.1.4 De resultaten worden geregistreerd en bewaard en ze bevestigen dat aan de relevante microbiologische, chemische en organoleptische criteria voldaan wordt.
  • 5.1.4 Indien houdbaarheidstesten, voorafgaand aan productie niet praktisch uitvoerbaar zijn, bijvoorbeeld voor sommige lang houdbare producten, wordt een gedocumenteerde wetenschappelijk onderbouwde verantwoording voor een bepaalde houdbaarheidsperiode opgesteld.
  • 5.1.5 Alle producten worden zodanig geëtiketteerd dat aan de wettelijke vereisten voor het land van bestemming wordt voldaan en bevatten de benodigde informatie voor een veilige behandeling, uitstalling, opslag, bereiding en gebruik, binnen de voedselketen of door de klant.
  • 5.1.6 Als een product ervoor is ontwikkeld om te kunnen voldoen aan een claim ten gunste van een bepaalde groep consumenten (bijvoorbeeld een voedingsclaim, een ‘verlaagd gehalte aan suiker’), dan garandeert het bedrijf dat de productsamenstelling en productieproces geheel zijn gevalideerd om aan de vermelde claim te kunnen voldoen.

5.2 Allergenenbeheer

  • 5.2.1 Het bedrijf voert een beoordeling van grondstoffen uit om de aanwezigheid en de waarschijnlijkheid van contaminatie met allergenen vast te stellen.
  • 5.2.1 De beoordeling bevat ook een beoordeling van grondstofspecificatie en zo nodig aanvullende informatie die van leveranciers wordt verkregen, bijvoorbeeld via vragenlijsten, om inzicht te krijgen in de allergenenstatus van de grondstof, de ingrediënten en de fabriek waar deze wordt geproduceerd.
  • 5.2.2 Het bedrijf inventariseert de materialen die op de vestiging voorkomen en die allergenen bevatten en zet deze op een lijst.
  • 5.2.2 De lijst bevat de grondstoffen, hulpstoffen, halffabrikaten en eindproducten en tevens nieuwe ingrediënten of producten voor productontwikkeling.
  • 5.2.3 Om de contaminatieroutes in kaart te brengen, wordt een gedocumenteerde risicobeoordeling uitgevoerd en worden er beleid en procedures gedocumenteerd voor de omgang met grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten ingesteld om te garanderen dat kruiscontaminatie vermeden wordt.
  • 5.2.3 De procedures omvatten de overweging over de fysieke staat van het allergene materiaal, dat wil zeggen poeder, vloeistof, deeltjes.
  • 5.2.3 De procedures omvatten de vaststelling van punten binnen de productiestroom waar kruiscontaminatie plaats kan vinden.
  • 5.2.3 De procedures omvatten een beoordeling van het risico van kruiscontaminatie met allergenen bij elke stap in het productieproces.
  • 5.2.3 De procedures omvatten de vaststelling van geschikte beheersmaatregelen om het risico op kruiscontaminatie te reduceren of te elimineren.
  • 5.2.4 Gedocumenteerde procedures worden vastgesteld om een effectief beheer van allergene materialen te waarborgen zodanig dat kruiscontaminatie wordt voorkomen van producten die het allergeen niet bevatten.
  • 5.2.4 De procedures omvatten een fysieke scheiding of scheiding in de tijd bij het opslaan, bewerken of verpakken van allergenen bevattende materialen.
  • 5.2.4 De procedures omvatten het gebruik van afzonderlijke of additionele beschermende overkleding bij het omgaan met allergene materialen.
  • 5.2.4 De procedures omvatten het gebruik van herkenbare, specifieke verwerkingsapparatuur en gereedschappen t.b.v .het proces.
  • 5.2.4 De procedures omvatten het plannen van productie om het aantal wisselingen tussen producten die allergenen bevatten en producten die deze niet bevatten te reduceren.
  • 5.2.4 De procedures omvatten systemen die de verplaatsing door de lucht beperken van stofdeeltjes die allergeen materiaal bevatten.
  • 5.2.4 De procedures omvatten de beheersing van afval en verspillingen.
  • 5.2.4 De procedures omvatten de restricties op levensmiddelen die door medewerkers, bezoekers, uitvoerders en voor cateringdoeleinden op het terrein worden gebracht.
  • 5.2.5 Indien herverwerking of herbewerking van toepassing is, zijn er procedures geïmplementeerd om te waarborgen dat de nabewerkte producten die allergenen bevatten niet worden gebruikt in producten die niet reeds het allergeen bevatten.
  • 5.2.6 Indien de aard van het productieproces zodanig is dat kruiscontaminatie met allergenen niet kan worden vermeden, wordt er een waarschuwing op het etiket opgenomen.
  • 5.2.6 Bij het opstellen van de waarschuwing wordt gebruik gemaakt van nationale richtlijnen of praktijkrichtlijnen.
  • 5.2.7 Indien geclaimd wordt dat het levensmiddel geschikt is voor lijders aan allergie of voedselovergevoeligheid, dan zorgt het bedrijf er voor dat het productieproces geheel gevalideerd is om te bevestigen dat aan de claim voldaan kan worden en dit wordt gedocumenteerd.
  • 5.2.8 Reinigingsprocedures voor apparatuur of ruimten zijn ontworpen voor het opheffen of tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van mogelijke kruiscontaminatie door allergenen.
  • 5.2.8 De reinigingsmethoden worden gevalideerd om te waarborgen dat deze effectief zijn en de effectiviteit van de procedures worden routinematig geverifieerd.
  • 5.2.8 Schoonmaakgereedschap dat voor de reiniging van allergene materialen wordt gebruikt, is of identificeerbaar en speciaal aangewezen voor het gebruik met allergenen, of voor eenmalig gebruik bedoeld, of wordt na gebruik doeltreffend gereinigd.
  • 5.2.9 Alle relevante medewerkers, waaronder technici, tijdelijke medewerkers en aannemers, hebben een algemene training gehad om zich bewust te worden van allergenen en te worden getraind in de bedrijfsprocedures voor het omgaan met allergenen.
  • 5.2.10 Een effectief systeem van gedocumenteerde controles wordt ingesteld bij het opstarten van de lijn, na een wijziging van het product en wijzigingen in verpakkingsbatches om te waarborgen dat de gebruikte etiketten correct zijn voor de verpakte producten.

5.3 Herkomstgebied,verzekerde status,claims van identiteitsbehoud materiaal

  • 5.3.1 Waar op de verpakking uitspraken worden gedaan over de herkomst, verzekerde of ‘identiteit gehandhaafd’ status van de gebruikte grondstoffen, wordt de status van elke partij van de grondstoffen geverifieerd en worden registraties bijgehouden.
  • 5.3.2 Als een claim gemaakt wordt met betrekking tot de herkomst, gegarandeerde of ‘identiteit behouden’ status van een product of ingrediënt, houdt het bedrijf, ter ondersteuning van de claim, aankoopbewijzen, de traceerbaarheid van het grondstofgebruik en registraties van verpakking van het eindproduct bij.
  • 5.3.2 Ten minste om de zes maanden en met een frequentie die voldoet aan de vereisten van het desbetreffende schema, voert het bedrijf gedocumenteerde massabalans testen uit.
  • 5.3.3 De processtroom van de vervaardiging van producten waarover claims worden gemaakt, worden gedocumenteerd en mogelijke gebieden voor contaminatie of verlies van identiteit worden vastgesteld.
  • 5.3.3 Er worden passende beheersmaatregelen ingesteld om de integriteit van de productclaims te waarborgen.

5.4 Productverpakking

  • 5.4.1 Bij de aankoop of specificatie van verpakkingen die in aanraking komen met levensmiddelen wordt de leverancier van verpakkingsmateriaal op de hoogte gesteld van alle specifieke kenmerken van het voedsel (zoals een hoog vetgehalte, de pH of gebruikscondities zoals gebruik van een magnetron), die van invloed kunnen zijn op de geschiktheid van de verpakking.
  • 5.4.1 Conformiteitscertificaten of ander bewijst is voor de product verpakking beschikbaar ter bevestiging van de naleving van de relevante voedselveiligheidswetgeving, en de geschiktheid voor het beoogde gebruik.
  • 5.4.2 Waar van toepassingen, worden verpakkingsmaterialen apart van grondstoffen en eindproducten opgeslagen.
  • 5.4.2 Alle deels gebruikte verpakkingen die nog geschikt zijn voor gebruik worden effectief beschermd tegen contaminatie en duidelijk gemarkeerd voordat ze worden teruggebracht naar opslag.
  • 5.4.2 In onbruik geraakte verpakkingen worden opgeslagen in een afzonderlijke ruimte en er zijn systemen ter voorkoming van onbedoeld gebruik.
  • 5.4.3 Binnenzakken en folievellen die door het bedrijf zijn aangekocht zijn passend gekleurd en scheurbestendig om onbedoelde contaminatie te voorkomen.

5.5.1 Productkeuring en tests

  • 5.5.1.1 Er is een gepland programma voor het uitvoeren van tests die zowel producten als verwerkingsomgeving beslaan.
  • 5.5.1.1 Dit programma omvat microbiologische, chemische, fysische en organoleptische tests, in overeenstemming met de risico’s.
  • 5.5.1 De methoden, frequentie en gespecificeerde grenswaarden worden gedocumenteerd.
  • 5.5.1.2 Test- en keuringsresultaten worden geregistreerd en regelmatig beoordeeld om trends te signaleren.
  • 5.5.1.2 Geschikte maatregelen worden direct uitgevoerd bij onbevredigende resultaten of trends.
  • 5.5.1.3 Het bedrijf zorgt er voor dat er een systeem voor continue beoordeling van houdbaarheidstermijnen is.
  • 5.5.1.2 Het systeem is op risico’s gebaseerd en bevat microbiologische en sensorische analyse bevatten evenals relevante factoren als pH en aw.
  • 5.5.1.3 Registraties en resultaten van houdbaarheidstesten bevestigen de houdbaarheidstermijn zoals aangegeven op het product.

5.5.2 Laboratoriumtests

  • 5.5.2.1 Het testen op pathogenen wordt uitbesteed aan een extern laboratorium of, als het intern wordt uitgevoerd, volledig gescheiden van de productfaciliteiten en er gelden werkprocedures ter voorkoming van productcontaminatie.
  • 5.5.2.2 Aanwezige laboratoria op een productievestiging voor routinematige tests zijn zo gesitueerd, ontworpen en in bedrijf dat potentiële risico’s voor de productveiligheid worden geëlimineerd.
  • 5.5.2.2 Beheersmaatregelen zijn gedocumenteerd en geïmplementeerd.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met het ontwerp en de werking van riolerings- en ventilatiesystemen.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met de toegang en beveiliging van de ruimte.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met de routing van het laboratoriumpersoneel.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met regelingen voor beschermende kleding.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met processen voor productmonstername.
  • 5.5.2.2 In de beheersmaatregelen wordt rekening gehouden met de verwijdering van laboratoriumafval.
  • 5.5.2.3 Indien het bedrijf zelf analyses uitvoert of uitbesteedt die kritisch zijn voor de productveiligheid of wettelijkheid, beschikt het laboratorium of de externe partij over een erkende laboratoriumaccreditatie of werken conform de eisen en principes van ISO 17025.
  • 5.5.2.3 Gedocumenteerde verantwoording is beschikbaar indien niet-geaccrediteerde methoden gebruikt worden.
  • 5.5.2.4 Er zijn procedures in werking die de betrouwbaarheid van de testresultaten garanderen anders dan die kritisch zijn voor veiligheid en wettelijkheid gespecificeerd in 5.5.2.3.
  • 5.5.2.4 De procedures bevatten het gebruik van erkende analysemethoden indien deze beschikbaar zijn.
  • 5.5.2.4 De procedures bevatten gedocumenteerde analysemethoden.
  • 5.5.2.4 De procedures bevatten het zekerstellen dat het personeel geschikt gekwalificeerd en/of getraind is en bekwaam is om de vereiste analyse uit te voeren.
  • 5.5.2.4 De procedures bevatten het gebruik van een systematiek om de nauwkeurigheid van analyseresultaten te verifiëren, bijvoorbeeld ring- of vaardigheidstesten.
  • 5.5.2.4 De procedures bevatten het gebruik van correct gekalibreerde en instrumenten.

5.6 Productvrijgave

  • 5.6.1 Indien producten een positieve vrijgave vereisen, zijn er procedures van kracht om te garanderen dat er geen vrijgave plaatsvindt, totdat voldaan is aan alle vrijgave criteria en de vrijgave geautoriseerd is.

6.1 Operationele beheersing

  • 6.1.1 Gedocumenteerde processpecificaties en werkinstructies zijn voor de belangrijkste processen in de vervaardiging van producten beschikbaar, om de productveiligheid, de wettigheid en de kwaliteit te waarborgen.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, recepturen – inclusief identificatie van allergenen.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, menginstructies, snelheid, tijd.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, procesinstellingen van de installaties/apparatuur.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, kooktijden en temperaturen.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, afkoeltijden en temperaturen.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, etiketteringsinstructies.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, codering en houdbaarheidsaanduiding.
  • 6.1.1. De specificaties omvatten, waar van toepassing, additionele kritische controlepunten van het HACCP-plan.
  • 6.1.2 Procesbewaking, zoals temperatuur, tijd, druk en chemische eigenschappen, zijn vastgesteld en worden adequaat beheerst en geregistreerd om te garanderen dat producten geproduceerd worden binnen de vereiste processpecificaties.
  • 6.1.3 In die gevallen dat procesparamaters worden beheerst door in-line bewakingsinstrumenten, zijn ze gekoppeld aan een geschikt alarmeringssysteem dat routinematig getest wordt.
  • 6.1.4 Indien variaties mogelijk zijn in de procescondities binnen apparatuur/installaties die van cruciaal belang zijn voor de veiligheid of de kwaliteit van de producten, worden de proceskarakteristieken gevalideerd met een op frequentie gebaseerd risico en de prestaties van de apparatuur (bijvoorbeeld: warmtedistributie in autoclaven, ovens en procesketels; temperatuurspreiding in diepvriezers en koelhuizen).
  • 6.1.5 Bij apparatuurstoring of procesafwijking ten opzichte van de specificatie zijn er procedures voor het vaststellen van de veiligheidsstatus van de producten ter bepaling van de te nemen maatregelen.
  • 6.1.6 Gedocumenteerde controles van de productielijn worden voor de aanvang van de productie en na productwissels uitgevoerd.
  • 6.1.6 De controles garanderen dat de lijnen naar behoren zijn gereinigd en productiegereed zijn.
  • 6.1.6 Gedocumenteerde controles worden uitgevoerd bij product wissel om te garanderen dat alle producten en verpakkingsmateriaal van de voorgaande productie van de lijn zijn verwijderd, voordat op de volgende productie wordt overgegaan.
  • 6.1.7 Er zijn gedocumenteerde procedures in werking om zeker te stellen dat producten in de juiste verpakking verpakt worden en correct geëtiketteerd worden.
  • 6.1.7 De gedocumenteerde procedures omvatten controles bij de aanvang van het verpakken, tijdens het inpakken, na wijzigingen in de verpakking en bij het wisselen van batches verpakkingsmateriaal, om zeker te stellen dat de juiste verpakkingsmaterialen worden gebruiken.
  • 6.1.7 De procedures omvatten ook de verificatie van code-informatie, of andere bedrukkingen die tijdens het verpakken worden uitgevoerd.

6.2 Beheersing van de hoeveelheid – gewicht, volume en aantallen

  • 6.2.1 De frequentie en methodiek voor controle van de hoeveelheid voldoen aan de minimale wettelijke eisen betreffende hoeveelheidsverificatie en registraties van controles worden bijgehouden.
  • 6.2.2 Indien de hoeveelheid van het product niet is onderworpen aan wettelijke eisen (bijvoorbeeld met betrekking tot bulkhoeveelheden), dan voldoet het product aan de eisen van de klant en registraties worden bijgehouden.

6.3 Kalibratie en beheer van meet- en bewakingsinstrumenten

  • 6.3.1 Meetinstrumenten in gebruik voor de bewaking van CCP’s, productveiligheid en wettelijkheid worden door het bedrijf geïdentificeerd en beheerst.
  • 6.3.1 De beheersing van meetinstrumenten bevat een gedocumenteerde opsomming van instrumenten en de locatie daarvan.
  • 6.3.1 De beheersing van meetinstrumenten bevat een identificatiecode en de vervaldatum van de kalibratie.
  • 6.3.1 De beheersing van meetinstrumenten bevat voorkoming van bijstelling door onbevoegden.
  • 6.3.1 De beheersing van meetinstrumenten bevat bescherming tegen beschadiging, verval en misbruik.
  • 6.3.2 Alle geïdentificeerde meetinstrumenten, inclusief nieuwe instrumenten, worden gecontroleerd en indien nodig gejusteerd met een vooraf vastgestelde frequentie, gebaseerd op risicobeoordeling.
  • 6.3.2 Alle geïdentificeerde meetinstrumenten, inclusief nieuwe instrumenten, worden gecontroleerd en indien nodig gejusteerd met een vastgestelde methode die waar mogelijk herleidbaar is tot een erkende nationale of internationale standaard.
  • 6.3.2 Resultaten worden gedocumenteerd.
  • 6.3.2 De apparatuur is afleesbaar en beschikt over een geschikte nauwkeurigheid voor de metingen die verricht moeten worden.
  • 6.3.3 Referentie meetinstrumenten zijn gekalibreerd en herleidbaar tot een erkende nationale of internationale standaard, en registraties worden bijgehouden.
  • 6.3.4 Er zijn procedures in werking om de maatregelen die genomen moeten worden wanneer blijkt dat de voorgeschreven meet- en bewakingsinstrumenten niet functioneren binnen de gespecificeerde grenswaarden. vast te leggen
  • 6.3.4 Indien de veiligheid of wettelijkheid van de producten gebaseerd is op instrumenten waarvan de onnauwkeurigheid gebleken is, worden er maatregelen genomen om te garanderen dat producten die risico lopen niet te koop worden aangeboden.

7.1 Training

  • 7.1.1 Al het personeel, inclusief tijdelijke werknemers en aannemers, worden voor aanvang van hun werkzaamheden op gepaste wijze getraind en worden voldoende begeleid tijdens de werkzaamheden.
  • 7.1.2 Voor personeel dat betrokken is bij werkzaamheden die verband houden met CCP’s wordt er gezorgd voor relevante training en competentiebeoordeling.
  • 7.1.3 Het bedrijf heeft gedocumenteerde programma’s in werking die de trainingsbehoeften van relevant personeel bestrijkt.
  • 7.1.3 De programma’s bevatten een vaststelling van de benodigde vaardigheden voor specifieke functietaken.
  • 7.1.3 De programma’s voorzien in training of andere activiteiten om zeker te stellen dat het personeel de benodigde vaardigheden heeft.
  • 7.1.3 De programma’s omvatten het beoordelen van de doeltreffendheid van de training.
  • 7.1.3 De programma’s omvatten het geven van training in een passende taal voor de leerlingen.
  • 7.1.4 Registraties van alle gegeven trainingen zijn beschikbaar.
  • 7.1.4 De registraties van de gegeven trainingen omvatten de naam van de leerling en bevestiging van diens aanwezigheid.
  • 7.1.4 De registraties van de gegeven trainingen omvatten de datum en de duur van de training.
  • 7.1.4 De registraties van de gegeven trainingen omvatten het cursusonderwerp of -inhoud, waar van toepassing.
  • 7.1.4 De registraties van de gegeven trainingen omvatten de verzorger/leverancier van de training.
  • 7.1.4 Indien de opleiding namens het bedrijf wordt gegeven door tussenpersonen, zijn er documenten van de opleiding beschikbaar.
  • 7.1.5 Het bedrijf beoordeelt routinematig de competenties van het personeel.
  • 7.1.5 Het bedrijf geeft zo nodig relevante training, dit kan in de vorm van training, opfristraining, coaching, mentorschap of praktijkervaring.

7.2 Persoonlijke hygiëne

  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne worden gedocumenteerd en worden aan al het personeel bekend gemaakt.
  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne omvat de regel: ‘horloges mogen niet worden gedragen’.
  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne omvat de regel: ‘sieraden mogen niet worden gedragen, met uitzondering van een gladde trouwring of trouwarmband’.
  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne omvat de regel: ‘ringen en sierknoppen in onbedekte lichaamsdelen zoals oren, neus, tong en wenkbrauwen mogen niet worden gedragen’.
  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne omvat de regel: ‘vingernagels moeten kort gehouden worden, ze moeten schoon en ongelakt zijn. Kunstnagels mogen niet worden toegestaan’.
  • 7.2.1 De eisen voor persoonlijke hygiëne omvat de regel: ‘overmatig gebruik van parfum of aftershave is niet toegestaan.
  • 7.2.1 Het naleven van de eisen met betrekking tot persoonlijke hygiëne wordt routinematig gecontroleerd.
  • 7.2.2 Men reinigt de handen bij binnenkomst in de productieruimten en zo frequent als nodig is ter minimaliseren van het risico op productcontaminatie.
  • 7.2.3 Alle snij- en schaafwonden van onbedekte huid worden met een geschikt gekleurde pleister anders dan de productkleur (bij voorkeur blauw) afgedekt en de pleister bevat een metaaldetecteerbare strip.
  • 7.2.3 De pleisters worden door het bedrijf verstrekt en gecontroleerd.
  • 7.2.3 Waar van toepassing, wordt, aanvullend op de pleister een handschoen gedragen.
  • 7.2.4 Indien metaaldetectie-apparatuur wordt gebruikt, wordt er een monster van elke partij pleisters met succes door deze apparatuur getest en worden registraties bewaard.
  • 7.2.5 Er zijn controleprocedure en een schriftelijke instructies voor het personeel ingesteld voor het gebruik en het bewaren van persoonlijke medicijnen, om zo het risico van productcontaminatie te minimaliseren.

7.3 Medisch onderzoek

  • 7.3.1 Het bedrijf beschikt over een procedure die werknemers, inclusief tijdelijke werknemers, in staat stelt melding te maken van relevante infecties, ziektes of aandoeningen waaraan zij lijden of mogelijk mee in aanraking zijn geweest.
  • 7.3.2 Indien er een risico kan zijn voor de productveiligheid, wordt er van bezoekers en aannemers vereist dat ze een vragenlijst met betrekking tot hun gezondheid invullen of anderzijds bevestigen dat ze niet lijden aan een aandoening die de productveiligheid in gevaar kan brengen, voordat ze afdelingen voor grondstoffen, voorbereiding, bewerking-, verpakking en opslag binnengaan.
  • 7.3.3 Er zijn gedocumenteerde procedures voor medewerkers, aannemers en bezoekers met betrekking tot maatregelen die genomen moeten worden, indien men lijdt aan een besmettelijke ziekte of daarmee in aanraking is geweest.
  • 7.3.3 Indien men lijdt aan een besmettelijke ziekte of daarmee in aanraking is geweest, wordt waar nodig medisch advies ingewonnen.

7.4 Beschermende kleding

  • 7.4.1 Het bedrijf documenteert de regels met betrekking tot het dragen van beschermende kleding in specifieke werkruimten (bijvoorbeeld high-care of low-risk-ruimten) en communiceert dit naar alle medewerkers, aannemers of bezoekers.
  • 7.4.1 De regels met betrekking tot het dragen van beschermende kleding in specifieke werkruimten bevat beleid voor het dragen van beschermende kleding buiten de productieomgeving (bijvoorbeeld uittrekken voordat het toilet bezocht wordt, gebruik van kantines en rookruimtes).
  • 7.4.2 Beschermde kleding is beschikbaar en wordt in voldoende aantallen aan iedere werknemer verstrekt.
  • 7.4.2 Beschermde kleding is van geschikt ontwerp om productcontaminatie te voorkomen (als minimum geen buitenzakken boven het middel hebben of aangenaaide knopen).
  • 7.4.2 Beschermende kleding bedekt al het hoofdhaar geheel om productcontaminatie te voorkomen.
  • 7.4.2 Beschermende kleding omvat baard- en snorhaarnetjes indien dit nodig is ter voorkoming van productcontaminatie.
  • 7.4.3 Het wassen van beschermende kleding gebeurt door een erkende gecontracteerde of eigen wasserij gebruikmakend van vastgestelde en geverifieerde criteria om de doeltreffendheid van het reinigingsproces te valideren.
  • 7.4.3 Het wassen van werkkleding wordt niet door werknemers gedaan, en is alleen aanvaardbaar als de beschermende kleding is bedoeld om de werknemer te beschermen tegen de gehanteerde producten en indien kleding uitsluitend wordt gedragen in afgesloten product- of low-risk-ruimten.
  • 7.4.4 Indien beschermende kleding voor high-care of high risk-ruimten wordt verschaft door een gecontracteerde wasserij, wordt deze of rechtstreeks, of door een derde partij geauditeerd, of beschikt deze over relevante certificatie.
  • 7.4.4 De wasserij werkt volgens procedures die zeker stellen dat de beschermende kleding doeltreffend wordt gereinigd.
  • 7.4.4 De wasserij werkt volgens procedures die zeker stellen dat de kleding na het was- en droogproces commercieel steriel is.
  • 7.4.4 De wasserij werkt volgens procedures die zeker stellen dat er een doeltreffende scheiding tussen vuile en schone kleding is.
  • 7.4.4 De wasserij werkt volgens procedures die zeker stellen dat schone kleding tegen contaminatie beschermd wordt totdat deze bij het bedrijf wordt afgeleverd bijvoorbeeld door gebruik van hoezen of zakken.
  • 7.4.5 Als handschoenen gebruikt worden, dan worden ze regelmatig vervangen.
  • 7.4.5 Waar van toepassing, zijn handschoenen geschikt voor levensmiddelengebruik; van het wegwerptype; met een onderscheidende kleur, (indien mogelijk blauw); onbeschadigd zijn en geen losse vezels en dergelijke verliezen.
  • 7.4.6 Indien wordt voorzien in persoonlijke beschermende kledingitems die niet geschikt zijn om te worden gewassen (zoals maliënkolders, handschoenen en schorten), worden deze gereinigd en ontsmet met een frequentie die gebaseerd is op risico.